Antwerpen, Kerken en Toerisme
Toerismepastoraal, Bisdom Antwerpen (TOPA vzw)

Op reis in eigen stad

Een dagje ITALIA in Antwerpen

Sint-Jacobskerk

Lange Nieuwstraat 73-75

In deze buitengewone rijke kerk vindt men meer dan honderd soorten marmer verwerkt. Kardinaal Garampi beweert in 1762 dat het ondenkbaar was dat men marmer handiger zou kunnen behandelen dan dat dit hier het geval is. En als er een volk van marmerbewerking verstand heeft, dan wel de Italianen.

Onder de vele gefortuneerden die in deze kerk een laatste rustplaats vonden, is er Giovanni Zanoli, lid van een Italiaans koopmansgeslacht.

Al iets monumentaler wordt het in de kapel van Sint-Pieter en Pauwel waar de kinderen van Lelio Inurea, een Italiaans financier, voor hun vader in 1617 een gedenkteken hebben opgericht. Het mooiste lijkblazoen hier is van Nicolaas Sivori’s echtgenote, Clara Spinola. Het blazoen is omringd door vier kwartieren: Spinola, Lomeline, Granon en van Delft. Daaronder het blazoen van Anton Spinola (+ 1614), omgeven door de kwartieren Sivori, Aerola, Durazio en Casanova. De parochianen Spinola’s woonden – herinner u – in de Lange Nieuwstraat 45, huis ‘Bolonia la Grassa’.

En dan is er de Sint-Carolus-Borromeuskapel (1656). De schenker is Antoon Carenna, afkomstig uit Milaan. Hij bewoonde een riant huis op de Meir (ter hoogte van het huidige Osterriethhuis). Als bijzonder vermogend man was hij ‘aalmoezenier’, dat wil zeggen iemand die mee de armenzorg beheerde voor gans de stad Antwerpen.

Met de onderwerpskeuze van het altaarschilderij door Jacob Jordaens (1655) brengt Carenna hulde aan diens beroemde stadsgenoot, kardinaal en aartsbisschop van Milaan, Carolus, die hier bidt voor de pestlijders. Ook in hun huiskapel op de Meir werd Sint-Carolus door de Carenna’s vereerd. De heilige Carolus was dan ook een inspirerend voorbeeld voor hen als christen, en zeer zeker voor Antoon in zijn hoedanigheid van stadsaalmoezenier

Onderaan het altaarschilderij liggen zieke mensen, slachtoffers van de verschrikkelijke pest. Dit drama in Milaan speelt zich in 1575-‘76. In het midden zit Carolus Borromeus smekend te bidden tot Maria en tot Jezus om deze zieke mensen bij te staan en de ziekte uit de wereld te helpen. Hij bidt ook om sterk te blijven. In tegenstelling tot de bestuurders van de stad die gevlucht waren uit angst voor de ziekte, blijft Carolus op post en zet zich in voor de zieken. Ondanks het besmettingsgevaar gaat hij de zieken persoonlijk bezoeken en bemoedigt hen door samen te bidden en hen de Communie te geven. Carolus wordt dan ook terecht als een held gezien en als heilige vereerd. In onze corona-tijd verdienen gezondheidswerkers, verpleegsters, dokters ook als helden voor hun inzet terecht ons respect. Misschien kunnen zij ons net als de heilige Carolus inspireren om meer aandacht te hebben voor al wie zwaar ziek is.

In die zware tijden organiseert Carolus de noodzakelijke maatregelen: niemand aanraken, alles ontsmetten, kleding koken, alle besmette personen veertig (quaranta in het Italiaans) dagen afgezonderd houden, dus in ‘quarantaine’ gaan, in 40-daagse afzondering. Niemand mocht er dan in of uit. Tot voor kort een situatie die ons totaal vreemd was, maar in 2020 met zijn quarantaine of lockdown terug herkenbaar door Covid 19, de besmettelijke Coronaepidemie. Het grote verschil met vroeger – gelukkig maar – is dat onze wetenschappers en dokters veel sneller een echt medicijn vinden.