


Naast de grote monumentale kerken zijn er nog tal van kleine historische kapellen, zoals de ambachtskapel van de droogscheerders, in 1512 gebouwd in de Keizerstraat, vandaar ook ‘Keizerskapel’ genoemd in de volksmond. De bloeiperiode is ook hier de 17de eeuw, wanneer o.a. de Sint-Willebrordusparochie er uit veiligheidsredenen een tijdelijk onderkomen in vindt. Vooral onder het rectoraat van pastoor Petrus De Louwe beleeft de kapel een grote bloei. De gotische kapel wordt verfraaid met enkele barokke meubelstukken zoals het altaar, de preekstoel (Peeter II Verbrugghen), biechtstoelen, de communiebank, het zuidelijk portaal, de marmeren vloer en de prachtige monstrans (Corbion, 1653). Ook de cultus van Sint-Liborius gaf aan de kapel grote bekendheid. Na de sluiting tijdens het Franse bewind, is de kapel evenwel de eerste kerk in Antwerpen die weer voor de katholieke eredienst geopend werd. In de 19de eeuw werd de kapel privé-bezit en ontsnapte een paar maal aan de slopershamer. Nadien - tot op de dag van vandaag - functioneert ze als kloosterkapel van de Missionarissen van Afrika (de Witte Paters), die hier in de havenstad Antwerpen een vertrekbasis hebben voor hun missies overzee. Einde 19de eeuw werden er pareltjes van glasramen (L. Pluys en E. Steyaert) toegevoegd, die het leven van de jeugdige Maria weergeven. In 1994 kan de kapel weer in haar oude glorie geopend worden dankzij het mecenaat van X. Nieberding. De kapel doet nu eveneens dienst als kerk voor de Engelstalige (katholieke) gemeenschap in Antwerpen.
Laatste wijziging op 7/1/2011 door
Marc Dehaese 
.