


|
|
|
Kunst is de vertolking van wat de mens bezighoudt in gedachten en gevoelens, waarden en idealen. Was het eertijds het opzet van de munters om met een respectabel kunstwerk het eigen aanzien te versterken, dan was dit voorzeker ook een manier om na te denken over geld. De iconografie van het kunstwerk heeft het over belasting betalen ten goede van de gemeenschap, de intentionele waarde van een gift, geld uitgeven aan de zorg voor overledenen, vrijgevigheid versus gierigheid.
Reconstructie: de boodschap extra in de verf gezet
De Gierigheid en de Vrijgevigheid worden extra in beeld gebracht door het Lam Gods en het Gouden Kalf. Beide tekeningen zijn van de hand van Dries Vanwijnsberghe (2001).

  |  Het Lam Gods is het symbool bij uitstek van Christus die zichzelf volledig heeft gegeven. Een schaap geeft zowel vlees, wol als melk: symbool van de Vrijgevigheid (cf. Notre Dame Parijs, gevel).
|

  |  Het Gouden Kalf is een motief uit het Oude Testament, met name uit een passage van de uittocht uit Egypte (Exodus 32). Tijdens de uittocht uit Egypte beklimt Mozes de berg Sinaï om de Tien Geboden van God te ontvangen. De Israëlieten wachten intussen aan de voet van de berg op zijn terugkomst. Mozes' verblijf op de berg duurt lang en de Israëlieten vragen zich af of hij nog wel terug zou komen. Ze verzoeken Mozes' broer Aäron afgodsbeelden te maken. Alle gouden sieraden worden verzameld en daaruit werd een gouden kalf gegoten, waarschijnlijk een stierkalf, in navolging van de Egyptische god Apis.
In het Nederlands is dit tot een uitdrukking geworden: het gouden kalf aanbidden of de mammon dienen: geld het allerbelangrijkste vinden. Bovendien wordt met een knipoog naar de actualiteit verwezen: de invoering van de euro als nieuwe munteenheid. De evolutie van het betaal- en muntstelsel (cf. artikel 2) kun je op de kaarsenbank van het altaar volgen:
|

  |  graan: in vroegere tijden werd er niet gekocht, maar geruild.
|

  |  zout: later ontstond een ruilhandel tegen vaste ruilwaarden zoals bv. rogge of zout.
|

  |  een Romeinse munt: de term 'munt' komt uit het Antieke Rome waar munt geslagen werd nabij de tempel van Juno Moneta. De Romeinen startten als eersten in Europa een muntsysteem, geldig in heel hun imperium dat zich uitstrekte over drie continenten. Deze munt van keizer Augustus werd te zijner eer geslagen door zijn opvolger Tiberius in de jaren 20-23/30, dus ten tijde van Jezus Christus. Het opschrift rond de beeldenaar luidt 'DIVUS AUGUSTUS PATER'. 'De keizerspenning' (de bijbelpassage op het centrale tafereel) betreft evenwel een gouden denarie met de beeldenaar van keizer Tiberius.
|

  |  een munt, geslagen in de Antwerpse Munt. Na de val van het West-Romeinse Rijk startte men in West-Europa weer met ruilhandel. Langzaam begonnen de Merovingische koningen opnieuw munten te slaan. De best bekende muntmeester was Elooi (7de eeuw), later bekend als Sint-Eligius. De lokale muntateliers kregen de toestemming hun eigen merkteken te hanteren. Het merkteken van de Antwerpse Munt was het Antwerpse handje, symbool van de vrijheid van de Scheldestad, aldus de legende van Brabo. Een munt die eerst en vooral bedoeld was voor regionaal gebruik.
|

  |  een Belgische frank. Sinds de onafhankelijkheid van België, meer bepaald vanaf 1833, was de nationale munt de Belgische frank, geslagen door de Koninklijke Munt van België te Brussel. Omdat deze het nationale monopolie heeft voor de muntslag, is er geen apart muntteken meer in gebruik.
|

  |  een euro. Op 1 januari 2001 wordt de euro ingevoerd, door de Koninklijke Munt geslagen en door de Nationale Bank gedrukt. De euro staat niet alleen symbool voor een intense handel binnen Europa, maar tevens voor een bredere politieke samenwerking en verbondenheid. Een internationale munt die aardig op weg is om een heuse continentale munt te worden.
|

  |  een denkbeeldige 'mundiaal'. Met een (utopische) blik naar de toekomst alluderen we op een mundiale eenheidsmunt: de 'mundiaal', geldig in de vijf continenten. Welke denkbeeldige beeldenaar zou de samenhang van de vijf werelddelen beter symboliseren dan het embleem van de Olympische vlag met de vijf gekleurde ringen ? Toevallig heeft die vlag voor het eerst (kortstondig) gewapperd bij de Olympische Spelen van 1920 te Antwerpen. Zo zou er ondanks de definitieve afschaffing van de eigen Munt toch een Antwerpse inbreng kunnen gegeven worden aan de toekomst van het muntwezen.
| Drie vragen ter overweging

  |  De allerbelangrijkste vraag is niet zozeer: 'Welke munt slaan we: denarie, gulden, frank, euro?' De vraag wordt gevisualiseerd door zes etappen van het muntwezen op de kaarsenbank.
|

  |  Beter kan je de ethische vraag stellen: 'Waaruit slaan we munt?' Geld is de gerechtvaardige tegemoetkoming die een mens mag verwachten voor zijn gepresteerde arbeid: loon, een wedde, zijn broodwinning. Ook Jezus zei: 'Een arbeider is zijn loon waard' (Lc.10,7). En wie heeft het geluk in vreugde en voldoening de grootste beloning te vinden voor zijn dagelijkse werk? Het ambachtelijke werk (zoals in het muntersatelier van Elooi) staat haast symbool voor precisie en stijlvolle afwerking in de professionele bedrijvigheid; gegeerde deugden die door de nonchalante tijdgeest dreigen verloren te gaan. Minstens evenzeer geldt dit voor eerlijkheid in de beroepsuitoefening. In de persoon van Elooi wordt vakmanschap aangeprezen: kundigheid en eerlijkheid. Hij belichaamt beide: ook als uitmuntend zilversmid was hij 'eerlijk als goud'.
Diegene voor wie het geld de schat van zijn leven is, zal echter minder aarzelen om duistere en illegale praktijken toe te passen om aan de dierbare centen te geraken. Liegen en bedriegen, schaamteloze woeker en omkoping, handel in wapens en drugs, uitbuiting zoals kinderarbeid en mensenhandel, fraude en zwartwerk, diefstal en roofoverval, plundering, moord en oorlog. In hun begeerte naar bezit stellen sommigen zich liever geen vragen omtrent de herkomst van de hen toegestoken gelden: geld stinkt niet.
|

  |  De ultieme vraag luidt: 'Wat doe ik met de munt die ik uit iets geslagen heb? Behoud ik die enkel voor mezelf of ben ik ook bereid breder te kijken naar de gemeenschap en te delen met anderen die in nood verkeren? Gierigheid of vrijgevigheid?' Het is deze morele tweestrijd tussen de naastenliefde en de zelfzucht die weergegeven wordt op de beide bijluiken in grisaille. Op de minder eervolle positie, iconografisch links (voor de bezoeker rechts), begraaft een rijk man 's nachts een schat aan munten. Hij pot op, terwijl iconografisch rechts (voor de bezoeker links), meer eer wordt gegeven aan een gefortuneerd persoon die van zijn kist munten, aalmoezen uitdeelt aan een arm gezin. Voor de christenen (althans voor hen die vertrouwd zijn met symboliek) laat de boodschap (op de achtergrond) er geen twijfel over bestaan: het gedrag op aarde zal eens een meer eeuwige dimensie krijgen. Wordt er bij de vrijgevigheid een hemels perspectief geopend, nl. Christus op een regenboog, dan wordt de gierigheid 'beloond' met een geïsoleerd, hels bestaan: de rijke vrek wordt in een dampende put geworpen.
| De Zeven Werken van Barmhartigheid
De deugd van de Vrijgevigheid wordt mooi geïllustreerd op de noordwand van dezelfde noordelijke dwarsbeuk door een bijkomend schilderij 'De Zeven Werken van Barmhartigheid', afkomstig uit de voormalige kloosterkerk van de Zusters Kapucinessen in de St.-Rochusstraat. Dit pittoreske stuk (van Frans II Francken, ca. 1600) dat een sterke gelijkenis vertoont met het grote schilderij in de St.-Pauluskerk, is eerder toevallig opgenomen in het epitaaf van een priester uit de 19de eeuw die naast onderpastoor in de Sint-Augustinuskerk, rector was van het Teirninck-instituut en tevens kapelaan bij de Kapucinesssen. De keuze van een weldadigheidsthema als dat van De Zeven Werken van Barmhartigheid herinnert vooral aan zijn functie bij het Instituut Teirninck, waar kinderen opgevangen worden. De voorstelling van de stadsaalmoezeniers in tabbaard verwijst enigszins naar de parochiale meesters van de Heilige Geest-Tafel, die eertijds o.m. in de St.-Andriesparochie actief waren voor de armenzorg.
'Wie in de liefde blijft, blijft in God' (1 Joh.4,16). De christenen willen Gods Liefde beleven heel concreet. 'Al wat jij aan de minsten van Mij hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan' (Mt.25,40.45)
'Komt, gezegenden van Mijn Vader...
Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven.
Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven.
Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen.
Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed.
Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht.
Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.' (Mt.25,34-36)
Het zevende werk, de doden begraven, is pas in de middeleeuwen toegevoegd omwille van de pestepidemieën. Door het getal zeven werd er ook een sterkere symbolische geladenheid aan gegeven.
Het valt te betreuren, maar het fenomeen van armoede is geen monopolie van de tijden vóór de euro. Zeker in een grootstad leven armen enigszins verdoken. Zorgen voor de behoeftige medemensen gebeurt in de aloude Parochie van Miserie tot vandaag nog dagelijks. Circa 65 mensen die hun beperkt inkomen niet zelfstandig kunnen beheren, krijgen er dagelijks een warme maaltijd. Een investering die voor de St.-Andriesparochie jaarlijks enkele honderdduizenden Belgische franks - tienduizenden euro's bedraagt.
En tot besluit bij de offerblok: is uw frank ... eu ... euro (hier) al gevallen?
Laatste wijziging op 28/10/2004 door Claire Baisier  .
|


|
|

|
|