Romaans kerkjeOp het einde van de veertiende eeuw kende de Netenstad een hoogconjunctuur, want het Brabantse laken evenaarde in kwaliteit het zo geroemde Vlaamse en was tot ver in Europa een zeer gegeerd product. Voor de groeiende Lierse bevolking was de romaanse kerk die dateerde van het einde van de tiende eeuw te klein geworden en de helende kracht van de stads- en kerkpatroon had een dermate grote weerklank gevonden, dat de pelgrims tegen mekaar aandrumden in het reeds door vier eeuwen geteisterde romaanse heiligdom.
Gotische kerkDe nieuwe gotische kerk werd gewoon over de oude kerk heen gebouwd, te beginnen met de befaamde toren. Omstreeks 1578 kon zowat de laatste hand gelegd worden aan het gotische gebedshuis, in een tijd die melk en honing had zien opdrogen in een door godsdienstoorlogen en -twisten gespleten land en verscheurde bevolking. Toch realiseerden de Lierenaars in de 200 jaar durende bouwperiode een merkwaardige heilige plaats voor hun patroon. Opvallend trouw en consequent werd de Brabantse gotische traditie in het sacrale bouwwerk uitgevoerd, alsof gedurende twee eeuwen één en dezelfde architect aan het roer had gestaan, terwijl in werkelijkheid na Hendrik Mijs meerdere bouwmeesters zoals Jan en Andries Keldermans, Jan Van Hazeldonck, Herman en Domien de Waghemaker, .... de werkzaamheden hadden geleid.
Parel van de Brabantse gotiekDaardoor geldt de Collegiale van Lier als de allergaafste parel aan de Brabantse gotische kerkenkroon. Haar interieur onderscheidt zich door een klassieke, drieledige opstand van het zuiverste Brabantse type, namelijk:

  |  de ogivale scheibogenarcade, met daarboven
|

  |  het rijkbetraliede triforium, waarvan de monelen doorlopen in
|

  |  de spitsboogramen, die eindigen in een korf van gotisch maaswerk
|
De typische Brabantse rondzuilen zijn aanwezig die bovenaan een fors koolbladkapiteel vertonen met dubbele bladerenkrans en daar bovenop een achtkantige, geprofileerde deksteen. Op de pilaarkapitelen vertrekken de kwartzuilige schalken die het eenvoudige, maar door de Brabantse bouwmeesters zeer geliefde kruisribgewelf schragen.
Zoals het hoort bij een kerk in Brabantse gotiek werd de buitenzijde heel sober gehouden. Maar toch schuilt er ook in dit puurste voorbeeld van Brabantse gotiek een schoonheidsfoutje: aan de buitenzijde ontbreken rond het hoogkoor de typische zadeldakjes op de straalkapellen. Maar daar hebben de Lierse voorvaderen een geldig excuus voor: geldgebrek in de fase van de bedaking noopte tot de goedkopere schild- en lessenaarsdakjes.
Laatste wijziging op 10/5/2003 door
Claire Baisier 
.