Terwijl buiten nog verder gewerkt wordt aan de torens, werken tussen 1858 en 1871 twee kunstenaars ijverig aan een imposante cyclus muurschilderingen: Godfried Guffens uit Hasselt, en Jan Swerts uit Antwerpen, beiden leerling van Nicaise de Keyser aan de Antwerpse Academie. Beide boezemvrienden hadden samen een studiereis ondernomen in Italië (1850-1852), waarbij ze onder invloed kwamen van de prerafaëlieten of Nazareners. Bezield als ze zijn om de kunst opnieuw uitdrukkelijk in te schakelen voor een godsdienstig reveil, overwegen ze onder de stuwende kracht van Constance Teichman de oprichting van een ‘Maatschappij ter bevordering van de Religieuze Kunst’. In 1871 wordt de cyclus ingewijd door kardinaal Deschamps. Voor de schitterende muzikale omlijsting zorgt niemand minder dan Peter Benoit.

De wandschilderingen in de kerk vormen een thematisch geheel. De taferelen in de beide zijbeuken vertonen tevens een duidelijke eenheid qua aantal, stijl en omlijsting. De eerste zeven taferelen uit Jezus’ openbaar leven in de rechterbeuk refereren naar de Strijdende Kerk, terwijl de zeven volgende taferelen in de linkerbeuk die Jezus’ lijden uitbeelden, de Lijdende Kerk weergeven. De samenhorigheid van deze beide reeksen wordt o.m. geaccentueerd door de moraliserende, Nederlandse onderschriften die telkens aanvangen met “Jezus leerde ons”. Daarop volgt telkens een specifiek thema, gaande van ‘bidden’, ‘liefde tot de naaste’, ‘het lijden te dragen’, en andere vormen van deugdzaamheid en Godsverbondenheid. De Christus Pantokrator in de absis van het koor beeldt tenslotte de Verheerlijke Christus uit, symbool voor de Triomferende Kerk. In de liturgische ruimte bij uitstek, het koor, zijn de opschriften evenwel in het latijn, de liturgische taal toentertijd van de katholieke eredienst.

Datzelfde schema van de wandschilderingen werd integraal overgenomen door Peter Benoit in zijn geestelijk zanggedicht Drama Christi, dat speciaal gecomponeerd en voor het eerst opgevoerd werd op 27 november 1871, ter gelegenheid van de inwijding van deze reeks wandschilderingen in aanwezigheid van kardinaal Deschamps. Het geheel vat aan met een Mars voor de plechtige optocht van geestelijke en burgerlijke prominenten. Na een eerste alleluia-aanhef volgen deel 1 en deel 2 in het Nederlands, terwijl het derde deel - trouw aan het schema in de kerk - in het Latijn is opgesteld, hetgeen Benoit door sommige Vlaams-lievenden kwalijk wordt genomen. Het geheel eindigt in een inclusie met het hernemen van het Alleluia. De uitvoering in het Nederlands verliep in die tijden van Latijnse liturgie en Franse bestuurs- en cultuurtaal niet zonder slag of stoot. Om het bisschoppelijke fiat te verkrijgen voor deze voor die tijd uitzonderlijke nederlandstalige kerkelijke compositie, moet juffrouw Constance Teichman een eerste maal in het zand bijten. Pas bij tussenkomst van deken Sacré bekomt zij bij een tweede aanvraag de zegen van zijne eminentie, op voorwaarde dat er geen dames in de koorpartijen optreden... - o tempora, o mores. Een klein koor reciteert eerst letterlijk de onderschriften van elk tafereel vooraleer de muziek op tekst zijn volle romantische zwelling toe te laten. Hoe dan ook, de inhuldiging van deze wandschilderingen staat symbool voor een algeheel reveil van de katholieke godsdienst. De muziek zorgt voor een soort apotheose bij dit samengaan van architectuur, beeldhouw- en schilderkunst, hetgeen zeer gesmaakt wordt. Hiervoor krijgt toondichter Benoit nog jaren later van Bert Peleman (1915-1995) alle lof: Gezeten in het schemerduister groeide om u de paarse luister, het oeverloze lijden van de Heer. Met in uw hart het niet te noemen zeer schiep gij uw kleur- en klanktriptiek vol niet te stuiten romantiek... Maar naast het beukend koorgeweld - een Vlaamse zee die ziedend zwelt - schiept gij de tederste akkoorden stralend verstild tot ‘stenen woorden’... Tot plots, als op een hemels teken, het ‘Alleluia’ los gaat breken en triomfantelijk de Heer verrijst. Zó, in een wereld hopeloos ‘vergrijsd’, wist gij uw klankbogen te bouwen, ‘verbeten bard’ vol Godsvertrouwen ! ... Dat smaken verschillen naargelang o.m. de tijd, blijkt uit de verwoording van bv. dichter Maurice Gilliams. Die laat geen twijfel bestaan over zijn appreciatie van de afgelijnde, academische reuze-taferelen; hij vindt ze “een meesterwerk in een genre dat niet deugt”.





Laatste wijziging op 15/1/2011 door Marc Dehaese popup.





Toerismepastoraal Antwerpen v.z.w. is a non-profit organisation. Please Support us.
© Copyrights 1998-2009 and legal disclaimer V.z.w. Toerismepastoraal Antwerpen
Any copying or reproduction without the prior permission from the publisher is prohibited

Toerismepastoraal Antwerpen vzw, Heilige-Geeststraat 23, B-2000 ANTWERPEN, BELGIUM, Tel: +32 (0)3 227 14 34


Database- and contentmanagement by ICT/ISCAM
Identificatie