De oude Sint-Joriskerk Reeds in 1201 is er sprake van een Sint-Joriskapel net buiten de stadswallen van Antwerpen. In 1304 wordt deze kapel verheven tot quasi zelfstandige parochiekerk. De wijding op 6 juli, waarvan de akte nog bewaard wordt in het kerkarchief, gebeurde door Isernus, aartsbisschop van Zweden, die op doorreis was. De parochie die o.m. het Kiel bevatte, krijgt in dat jaar een eigen armenzorg: de ‘Tafel van de H. Geest’. Tien jaar later, bij de tweede stadsuitbreiding van 1314, wordt het kerkje net binnen de nieuwe stadswallen opgenomen, aan de gelijknamige St.-Jorispoort. De nieuw opgerichte kerkfabriek doet haar naam eer aan en vat in 1326 reeds een nieuwbouw aan, nl. een koor en zijkapellen. Wie goed toeziet, ontwaart de bescheiden, slanke torenspits van St.-Joriskerk op menig stadsschilderij en redezicht. Die toren fungeerde niet enkel als klokkentoren van de parochiekerk, maar tevens als een soort oefenpaal van de Oude Voetboog die zijn ‘papegaai’ uit een van de galmgaten opstak; dit niet altijd zonder gevaar voor kerkgangers, passanten, ... torenhaan en glasramen. Na de turbulente beeldenstormen van 1566 en 1581 en een kortstondige calvinistische inbeslagneming, wordt de kerk in 1585 terug bestemd voor de katholieke eredienst. De barok zorgt voor monumentale altaren en dito epitafen. Broederschappen, zoals die van St.-Pieter en Paul, alias ‘de Romanisten’, en kleine ambachten, zoals de schoenlappers, verrijken de kerk met altaren en catalogen, met liturgisch gerei en gelegenheidsdecorum. De kerk had een groot koor geflankeerd door de kapellen van het Venerabel Sacrament en Onze-Lieve-Vrouw, een middenbeuk en twee zijbeuken met vooraan de kleine altaartjes van de Oude Schoenlappersambacht en van Sint-Jan. In de dwarsbeuk stonden nog eens vier altaren. Niet minder dan zeven broederschappen waren in de parochie actief. De meest bekende was de broederschap van de H.H. Petrus en Paulus, alias de Romanisten. De leden waren allemaal Antwerpenaren die op Romereis waren geweest en er het graf van de twee apostelen hadden vereerd. Naast leden van het stadsmagistraat en geleerden waren er ook meerdere kunstenaars lid van de broederschap: Otto van Veen, Peter Paul Rubens, Jan Brueghel, Sebastiaan Vrancx, en nog vele anderen. Aanvankelijk actief in de kathedraal, verhuisden zij in 1680 naar de Sint-Joriskerk. In de loop van de eeuwen zal de kerk meermaals verbouwd worden, voor de laatste keer zelfs enkele jaren vóór de Franse Revolutie uitbreekt. Een mooie aquarel bewaard in de sacristie toont de situatie omstreeks 1772. Had de kerk bij de beeldenstormen haar interieur qua meubilair en decorum zien verloren gaan, tijdens het revolutionaire Franse Bewind gaat heel de kerk ten gronde, toren incluis. De kerk wordt in 1797 verkocht als steengroeve en bouwgrond. Het patrimonium werd eveneens van de hand gedaan en kwam in privé-handen terecht. Enkele stukken kwamen later terug: het altaarstuk van de Mariakapel, twee epitafen geschilderd door Frans I Francken (foto: epitaaf Snelder-Welleven, ca 1600), enkele beelden. Het schilderij van het hoofdaltaar met de marteling van de patroonheilige Joris (Godfried Maes, 1684) kwam in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten terecht, de prachtige preekstoel van Artus II Quellin in de O.-L.-Vrouwekerk te Vilvoorde. Terwijl de kloosterkerk van de zusters Karmelitessen sinds 1801 dienst doet als hulpkerk ‘Sint-Jozef’ van de St.-Andriesparochie, herinnert een kleine ruïne, bestaande uit één traveewand met volledige opstand, bijna een halve eeuw lang aan de catastrofale verwoesting van de oorspronkelijke parochiekerk. De neogotische Sint-Joriskerk In 1846 weet pastoor Jan Van Cauwenbergh de voormalige kerkgrond, met de nieuwe panden erop, grotendeels terug te kopen. Na de afbraak kan architect Léon Suys uit Amsterdam starten met de heroprichting van een nieuwe, neogotische kerk. De neogotiek was na 250 jaar barok echt wel revolutionair in Antwerpen! Als symbool van een onstuitbaar geloof worden enkele stenen van de voormalige kerk in de muur van de nieuwe ingemetst. Ondanks het ontslag van de architect, is het in 1853 reeds zo ver: de kerk kan worden ingewijd. De vreugde kan niet op wanneer in 1871 de cyclus van de muurschilderingen van Godfried Guffens en Jan Swerts wordt ingewijd door kardinaal Deschamps, met uitvoering van het Drama Christi van Peter Benoit, een romantische compositie, volledig geïnspireerd door de moraliserende wandschilderingen in de Sint-Joriskerk. Al het meubilair en decorum vormen één stilistisch geheel. In die jaren krijgen ook de torenspitsen hun bekroning zodat alle (?) bewoners van het ondertussen uitgebreid parochieterritorium van op afstand zich verbonden weten met hún kerk. Het verenigingsleven van een parochie in een grootstedelijk centrum is op de dag van vandaag geen vanzelfsprekendheid meer. Ondanks secularisatie, ontvolking en een ander sociaal leven mag gesteld worden dat de St.-Jorisparochie heden ten dage nog een sociaal actieve gemeenschap is. Dat de parochie nog leeft, mag gesymboliseerd worden door de restauratiewerken. Na vele jaren aan het zicht onttrokken geweest te zijn door (levens-)noodzakelijke stellingen, zijn beide torens schitterend herrezen onder de deskundige leiding van architect Rutger Steenmeyer. Nu is het wachten op de volgende fasen van buitenmuren, daken en interieur, want - hoe duister nu ook - St.-Joriskerk is een kerk van neogotische kleur.



Laatste wijziging op 28/10/2004 door Claire Baisier popup.





Toerismepastoraal Antwerpen v.z.w. is a non-profit organisation. Please Support us.
© Copyrights 1998-2009 and legal disclaimer V.z.w. Toerismepastoraal Antwerpen
Any copying or reproduction without the prior permission from the publisher is prohibited

Toerismepastoraal Antwerpen vzw, Heilige-Geeststraat 23, B-2000 ANTWERPEN, BELGIUM, Tel: +32 (0)3 227 14 34


Database- and contentmanagement by ICT/ISCAM
Identificatie