Antwerpse kathedraal, 15 april, 11.20 uur. Rudi Mannaerts, pastoor van de Sint-Andriesparochie en diocesaan verantwoordelijke voor Toerismepastoraal, loodst me binnen.
Hij speurt de grote ruimte af, op zoek naar een gids van Toerismepastoraal. Ondertussen lopen we voorbij kapellen en beelden. Rudi wijst volop in het rond. Hoe volgens em kunst wel bij de tijd gebracht wordt en hoe niet, bijvoorbeeld. Dan botsen we op Willy Van Elsen, die drie bezoekers gidst in het Duits. Ik word mee toerist en zie bekende dingen als nieuw. Precies dat "zien", wil Toerismepastoraal stimuleren.
Rita Boeren
Kunst passioneert Rudi Mannaerts al heel lang. Op de dag dat hij in Leuven zijn diploma kunstgeschiedenis behaalde, meldde hij zich bij het seminarie aan. "Ik hoop dat kunstgeschiedenis nog nuttig is in de pastoraal," zei hij. "U mag van
uw hobby niet uw beroep maken," was het antwoord.
"Dat begon al goed, niet?"
Een aantal jaren later, in 1993, toen Antwerpen Culturele hoofdstad van Europa was, vroeg toenmalig deken Omer Hamels hem mee in te stappen in een project voor toeristen. Rudi Mannaerts: "Ik had in de Notre Dame te Parijs meerdere jaren ervaring met toerisme-pastoraal, dankzij de internationale vereniging Ars et Fides.
Die vereniging brengt studenten uit verschillende landen samen om in de zomermaanden, in hun eigen taal, toeristen te onthalen. De studenten krijgen een gemeenschappelijke basisopleiding en vorming vanuit een bewust christelijk -oecumenisch perspectief. Dat mocht in Antwerpen ook gebeuren, dacht ik. Het jaar 1993 was daarvoor een uitgelezen kans, temeer omdat de kathedraal dan ook uit een grote restauratiefase kwam."
Sinds 1993 komt jaarlijks ook een internationale groep studenten naar Antwerpen. Maar de initiatiefnemers vonden het jammer dat zo'n gidsbeurten enkel in de zomermaanden konden plaatsvinden. Zo startte in 1994 de permanente opvang van bezoekers.
"De moderne mens heeft vrije tijd en wil die invullen.
Een deel van hen is geïnteresseerd in cultuur. Wanneer ze een kerk bezoeken, betekent dit dat je sowieso voor een gemotiveerd publiek staat. Dat is een
heel belangrijk troef.
Ook een belangrijke troef is dat je bij een rondleiding géén abstracte uitleg hoeft te geven. Wat je vertelt, is voorhanden, het is te zien."
"De gids is eigenlijk de spreekbuis van het kunstwerk. De schoonheid van kunstwerken fascineert de bezoekers, trekt hen aan. Maar de kunst die
men vandaag kan bekijken, is voor het overgrote deel al van lang geleden. Het stof der eeuwen is er op gaan liggen. Dat maakt dat mensen vandaag er wat vreemd naar staan te kijken. Er gaapt een kloof tussen de ontwerpers en gebruikers van de kunst toen en de hedendaagse toeristen. De gids heeft
de dankbare taak om het stuk steen, glas, of wat dan ook, tot leven te brengen, door achtergrondinformatie te verschaffen, wetenschappelijk verantwoorde informatie."
Betekenis
In het brede veld van de wetenschappelijke informatie over kunstuitingen, legt toerismepastoraal het accent op de cultuurgeschiedenis, niet op de techniek en een beetje op de stijl. "Het gaat ons vooral om de betekenis van het kunstwerk," legt Rudi Mannaerts uit.
"Sommigen noemen dit de filosofie achter het kunstwerk.
Anderen zullen zeggen dat het gaat om de geschiedenis, om de invloed die het kunstwerk had. Nog anderen richten zich op de iconografie, de symbolen."
Hoe lossen gidsen dat op?
"Dat hangt uiteindelijk van elke gids persoonlijk af. Je kan je richten tot een soort algemeen gemiddelde. Al is ook dat moeilijk in te schatten. Voor de ene zal het
woord Contrareformatie nog wel iets betekenen, voor anderen betekent de hele 16de eeuw niets. Wanneer je voor een gemotiveerd, individueel bezoek staat, heb je natuurlijk vaak wel de luxe dat mensen wat kennis hebben."
Gidsen
Hoe melden individuele bezoe-
kers zich precies aan bij een
gids? Worden ze gegroepeerd?
"Vanaf dat er iemand is, gaat
het door. Aan de ingang van de
kathedraal hangen de uren van
de gidsbeurten en de talen
waarin op dat moment gids-
beurten worden aangeboden.
Het gebeurt, en frequent in de
koude maanden, dat er geen
kandidaten zijn om te worden
gegidst. We hopen ook dat de
prijsverhoging naar 4 euro per
persoon zich niet gaat vertalen
in dalende gidsbeurten. Want
als een vrijwilliger zich meer-
maals nutteloos verplaatst naar
de kathedraal, is dat ontmoe-
digend."
Er is ook geen luxe aan vrijwil-
ligers. Mensen die een andere
taal goed kennen, zijn niet zo
eenvoudig te vinden. Ook
nieuwe vrijwilligers zijn moei-
lijker te vinden. "Mensen op
brugpensioen zijn veel mobie-
ler geworden. Ze gaan gemak-
kelijker zelf op uitstap in het
weekend. En we mikken dan
ook nog op mensen van een
zekere kerkelijke gezindheid."
Rudi Mannaerts stoort er zich
aan dat in onze cultuur alles
wordt losgeknipt, dat men alles
verhaal, op de liturgisch ach-
tergrond, op een aantal ken-
merkende symbolen, die ver-
klaren waarom het kunstwerk
er zo uitziet en niet anders. "De
kunstenaar zet abstracte ideeën
om in iets wat zichtbaar is. Het
is aan de gids om die ideeën en
betekenissen, opnieuw te to-
nen."
niet meer weten waarover het
gaat."
Een voorbeeld. "Als je aan +
65-ers het zinnetje start "Geef
aan God wat God toekomt en
aan....", heb je grote kans dat ze
het kunnen aanvullen. Dat
vraag je terwijl je voor een
kunstwerk staat waarop je een
Farizeeër ziet met een munt-
stuk in de hand. Jongere gene-
raties blijven het antwoord
schuldig. Voor een gids is dat
een groot probleem. Vroeger
kon je in vrij kort bestek men-
sen gidsen langs het typische
van het kerkgebouw. Maar het
typische heeft maar betekenis,
wanneer het basis-abc aanwe-
zig is."
Dat wordt echter steeds moei-
lijker. "Er is een enorm gebrek
aan kennis over godsdienst en
bijbel. De kerk heeft zich de-
cennialang sterk gericht op
ervaringscatechese en heeft
zich weinig ingelaten met het
bijbrengen van geloofskennis.
Dat maakt dat velen vandaag
puur als cultuuruiting be-
schouwt. Of het nu gaat om
een godsdienst, die nog actuele
betekenis heeft, of om een my-
thologie uit een ver verleden,
dat maakt weinig verschil.
Maar voor Rudi Mannaerts
maakt dat nu net het hele ver-
schil. Het kunstwerk heeft be-
tekenis, en die kan je tot bij
vandaag brengen. Dat is voor
hem een echt stokpaardje:
kunst niet alleen begrijpen,
maar ook bij de actualiteit
brengen. Een voorbeeldje? "In
de Sint-Andrieskerk hebben in
de zijbeuk een reeks schoenen
staan. Het is de levensreis, ge-
inspireerd op een schilderij van
Van Gogh. Het begint met ba-
bysokjes en eindigt, om het
hoekje, bij een rolstoel. Daar-
achter volgt een open valies en
daarachter staat het monument
voor de overledenen. Iedereen
wil altijd weten wat dat is, die
reeks schoenen. Voor een ge-
wone gids is dat allemaal te
pastoors-achtig. Het moet gaan
om feiten, zeggen ze me dan:
dan geboren, dan het kunst-
werk gemaakt, dan gestor-
ven,... Maar dat het leven be-
gint en eindigt, is toch ook een
feit? Dat christenen hopen op
een leven na de dood, is ook
een feit. Niet iedereen moet
geloven in een leven na de
dood, maar dat christenen dat
hopen en geloven, is wel een
feit."
"Onze cultuur gaat toch wel
vreemd om met christelijke
cultuur. Kunnen wij ons in-
denken dat wij in Tibet of er-
gens anders een boeddhistische
tempel kwaliteitsvol en weten-
schappelijk verantwoord, kun-
nen gidsen, zonder iets te ver-
tellen over de inhoud van het
boeddhisme? Wanneer je het
hebt gehad over de gebruikte
kilo's goud, de oprichtingsda-
tum, enzovoort, dan blijft toch
die vraag over: waarom is dit
zo uitgebeeld? Dat zijn de vra-
gen waarmee Toerismepasto-
raal bezig is."
Uitdaging
Rudi Mannaerts besluit dat we
met zijn alleen voor een grote
uitdaging staan. "We moeten
vooreerst onze eigen onwe-
tendheid bestrijden. We zien
zelf niet de betekenis en de
waarde van onze eigen kerkge-
bouwen. Een voorbeeldje. Ik
kwam in een kerk binnen en
zei: kijk eens hier in die com-
muniebank. Dat is toch heel
mooi bruikbaar in de catechese.
Men hoort het dan donderen in
Keulen. Het was nog niet opge-
vallen dat in die communie-
bank én op het altaar de sym-
bolen van geloof, hoop en lief-
de zijn afgebeeld, met het sym-
bool van de liefde dan nog
passend in het midden ook.
Men komt jaren in dezelfde
kerk, maar men ziet niet wat er
is aan betekenissen. Ik vind dat
we zelf echt veel te weinig ken-
nis hebben van onze cultuur.
Het is bijbels: men ziet bomen,
terwijl het mensen zijn."
"Ik geef toe dat Monumenten-
zorg er anders naar kijkt. Maar
ik vind het precies voor de
pastoraal een kans om die bete-
kenis te duiden en opnieuw te
gebruiken. Wat er inzit, moet er
voor mij ook uitkomen. Dat is
voor mij echt de kern."
Begrepen mensen in vroegere
tijden de kunstwerken die hen
omringden dan zoveel beter?
"Dat is een andere vraag," zegt
Rudi. "Er werd ons geleerd, en
dat zit er bij velen nog in, dat in
de Middeleeuwen, het kerkge-
bouw de bijbel der armen was.
Men was ongeletterd en dus
moest men het hebben van de
plaatjes. Maar als je die Mid-
deleeuwse kunst onder de loep
neemt, stel je je toch vragen.
Wie kon de details ontwaren
van medaillons, metershoog
aangebracht in de gewelven?
Zelfs vandaag lukt dat enkel de
toeristen, die op hun toestel een
geweldige zoomfunctie hebben
staan."
"Ik denk dat het kerkgebouw
vroeger meer in zijn geheel op
de mensen werkte. De ver-
trouwdheid met de bijbel
kwam volgens mij ergens an-
ders vandaan. Het is mijn stel-
ling dat de kennis van het ge-
loof er vroeger in de eerste
plaats kwam door het kerkelijk
toneel, binnen en buiten de
kerk. Ik vind het echt jammer
dat men dit ooit allemaal heeft
verbannen. Enkel de Jezuïeten
hebben dit nog lang volgehou-
den, zowel binnen als op straat.
Men had zelfs toneeldecor in
de kerk. Echt ongelooflijk. We
kunnen daar vandaag echt wat
van leren. "
W aarom staan er zoveel dieren afgebeeld op de preekstoel?
hoort."
"Rubens en de barok waren
schatplichtig aan Ignatius van
Loyola en de jezuïeten. Ignatius
zei dat het verstand alleen niet
voldoende is. De mens beschikt
over vijf kanalen, de zintuigen,
die de mens tot gevoelens doen
komen. In zijn geestelijke oefe-
ningen vroeg hij, naargelang
het onderwerp: wat zie je, wat
voel je, wat hoor je, ruik je en
smaak je? De zintuiglijke bena-
dering en het zich inleven in de
verschillende rollen, vind ik
heel sterk terug in de schilderij-
en van Rubens. Ik hoop dat
onze gidsen, in totaal zijn dat
85 mensen, dat in hun gidsver-
haal blijven inbouwen."
"Natuurlijk is ook het abstracte
een kracht. Een moderne kapel
kan misschien ook sommige
mensen méér zeggen over het
Onuitsprekelijke, dan een kerk
met overal beelden. Beelden
hebben hun kracht. Ze geven
een aanknopingspunt. Maar je
mag je niet helemaal focussen
op het concrete beeld. Je moet
oog blijven hebben voor het
totaalbeeld. Anders verf je het
Niet alleen verstand
Vindt dit vandaag niet zijn
pendant in bibliodrama? "Ik
vind dit inderdaad hetzelfde.
Ik spreek ook altijd over biblio-
drama bij de schilderijen van
Rubens. Daar vervullen de
figuren vier rollen. Je kan jezelf
afvragen in welke rol jij thuis-
De kruisafneming: een dynamisch verhaal van gedragen worden.
onzichtbare helemaal toe."
"Gothische kathedralen zaten
volledig op dit dubbel spoor.
Daar was tegelijk ruimte voor
de concrete mens met zijn con-
crete uitbeeldingen, maar bleef
ook de enorme ruimte van het
hele gebouw, met de eigen
lichtinval, spreken. Doorheen
de concrete uitingen ontvouwt
zich een totaal-aanvoelen, iets
transcendents, dat tot op van-
daag mensen blijft fascineren."
"Het is aan ons om dit ‘iets' een
gelaat te geven. Dat vind ik de
tweede grote uitdaging waar
we voor staan: onze christelijke
cultuur, het christelijk land-
schap op een aantal plaatsen
authentiek en smaakvol bewa-
ren. Een kerkgebouw is niet
toevallig maar een gebouw
zoals een ander. Het is geen
schuur, geen turnzaal. Het is
een ruimte die spreekt van het
onuitsprekelijke. Maar die
ruimte kan niet werken als men
de ruimte niet goed beheert.
Men mag volgens mij echt wel
met meer fierheid naar het
kerkgebouw kijken en het meer
beleven als een heilige plaats."
Rudi Mannaerts droomt ervan
dat op termijn de inspiratie van
toerismepastoraal ook vorm
kan krijgen in Turnhout, Geel,
Herentals, Hoogstraten.... In
Antwerpen is de groep vrijwil-
ligers alvast beginnen uitzwer-
men naar de andere monumen-
tale kerken in de buurt. En, als
alles goed verlopen is, is tegen
de tijd dat u dit interview leest,
ook net een reeks publicaties
van de persen gerold en aan de
media voorgesteld. De publica-
ties bekijken de vier andere
monumentale kerken van Ant-
werpen uitdrukkelijk vanuit de
pastoraaltoeristische hoek. Net
zo hoopt Rudi Mannaerts dat
het congres van Stadspastoraal
op 2 mei, op de werkwinkel
"Open kerken" mee in die rich-
ting stapt en dat ook op plaat-
sen buiten de grote Antwerpse
monumenten iets tot stand kan
komen. In toerismepastoraal
vinden geïnteresseerden alles-
zins een enthousiaste en gedre-
ven gesprekspartner.
Mee op stap met de gids
Willy Van Elsen, gepensioneerd legerofficier,
gidst al 11 jaar. Hij is ook stadsgids en volgde de
daarnaast de cursussen van Toerismepastoraal
bij Rudi Mannaerts. Dat vond hij heel tof. Zijn
beroepsmatig verblijf in Soest maakt dat hij nu
ook gidsbeurten in het Duits opneemt. Telkens
voor de aanvang van een gidsbeurt wordt in de
kathedraal afgeroepen in welke talen gidsen ter
beschikking zijn. En dan is het altijd spannend
afwachten. Is er iemand om gegidst te worden of
niet? Willy maakt het de laatste tijd meer mee dat
er niemand is. En dat is niet prettig, als je daar-
voor ander gidswerk laat staan. Vandaar dat hij
zijn drukke gidsagenda nu anders invult. "Ik ben
altijd bezig," zegt hij.
Een rondgang in de kathedraal vraagt snel een
uur tijd, zeker wanneer de mensen interesse heb-
ben. Willy heeft een zaklamp bij. Dat is voor
donkere hoekjes en om onmiddellijk de aandacht
te vestigen op details op kunstwerken best nut-
tig. Zijn verhaal draait sterk rond de Franse Re-
volutie. De kathedraal werd toen vrij grondig
leeggehaald en de heraankleding nadien gebeur-
de met veel neogotische elementen en met kunst-
werken, die men kon terughalen of die van el-
ders kwamen. De preekstoel bijvoorbeeld. Waar-
om staan daar zoveel dieren op? Omdat de stich-
ter van het klooster waaruit de preekstoel van-
daan komt volgende gevleugelde uitspraak
deed: "Als de mensen niet willen luisteren, dan
de dieren wel". Bij Rubens' kruisafneming wijst
hij er op dat Christoffel het kind Jezus draagt.
Ook de zwangere Maria draagt het Kind. Rechts
staat de opdracht in de tempel afgebeeld. En bij
de kruisafneming zie je hoe Jezus gedragen
wordt. En wie kijkt naar wie? Wie kijkt recht
naar de toeschouwer?
Tegen halfeen neemt hij afscheid van de drie
Duitstalige toeristen. Hij zwaait nog even naar
het beeld van Gummarus - Willy is van Lier - en
verheugt zich al op zijn volgende opdracht: een
groep gidsen door de haven.