Het kerkmeubilair, de altaren en kunstvoorwerpen zijn hoofdzakelijk uit de barokperiode.


Het 17de-eeuwse kunsthoutsnijwerk heeft een prominente plaats. De preekstoel, de biechtstoelen en het koorgestoelte zijn bijzonder kwaliteitsvol.


De middenbeuk van de kerk wordt beheerst door de kunstzinnige eikenhouten preekstoel uit 1719. Het is een bijzonder fijn werk van de befaamde Antwerpse houtsnijder Jean-Claude De Cock (Antwerpen 1667-1735). Het geheel verwijst nog enkel naar zijn barokke voorgangers door het klankbord met zijn draperieën en bazuinende engelen. Het is versierd met de voorstelling van de H.-Geest (duif). Een fraaie steile trap leidt naar de elegante ronde kuip die de vorm heeft van een met acanthusbladeren gedecoreerde vaas. De kuip staat op een sobere zuil versierd met bloemmotieven. Naast de kuip omringen de symbolen van de vier evangelisten een evangelieboek met de tekst ‘SANCTUM JESU CHRISTI EVANGELIUM’. Het imposante beeld van de zegenende H.-Willibrordus, onder de kuip, is later, in 1850, toegevoegd. De heilige draagt de maquette van de kerk waarvan hij de basis legde. Boven zijn hoofd zweven twee engelen, een draagt de bisschopsstaf en beide tonen de tekst: ”Praedicabat illis Christum” (Hij verkondigde daar Christus, Hand. 8, 5), verwijzend naar de missioneringsacties van Willibrordus in onze streken. De kunstenaar van dit 2.5m. grote beeld is onbekend.

 

De 17de- en 19de-eeuwse biechtstoelen wisselen elkaar af in de zijbeuken. Ze zijn alle van het nissentype. De oudste, uit 1660, in de zuidzijbeuk, is een bijzonder mooi werk van Joos Pasteels (actief in Antwerpen in de periode 1653-1668) die in hetzelfde jaar ook het koorgestoelte bouwt. Naast het priesterdeurtje staan, verwijzend naar het sacrament van de biecht, Koning David, met koningskroon en harp, en Maria Magdalena, met de balsempot in de handen, als boetvaardige zondaars. Maar boven hen kijkt Jezus vergevingsgezind toe als de Goede Herder.

Uit 1674 dateert de biechtstoel in de noordzijbeuk (westzijde), een fraai werk van Octave Herry(actief in Antwerpen tussen 1655 en 1685).Naast de priesterdeur staan de beelden van de H.-Petrus met zijn traditionele attribuut, de 2 sleutels van het Rijk der Hemelen, en van apostel Taddeüs met zijn martelwerktuig de knots. Op het driehoekig fronton toont God de Vader de rijksappel als teken van zijn almacht.

De overige biechtstoelen zijn toegevoegd na 1850 bij de herinrichting van de kerk na de Franse tijd. De beeldhouwers zijn onbekend. Op een 2de biechtstoel in de zuidzijbeuk (west) mijmert een jonge man met een van Jezus’ martelwerktuigen, de doornenkroon, in de hand, over de zonde en houdt een vrouw deemoedig de rechterhand voor de borst terwijl ze in de linkerhand een schedel omvat. Op het fronton verwijzen een hart, een anker en een kruis symbolisch naar geloof, hoop en liefde. Aan de noordzijbeuk (oost) toont de ene biechtstoel twee treurende engelen met erboven het alziende oog van God de Vader. Op de andere treurt de verloren zoon om zijn zondig leven maar aan de andere kant staat Christus die met een zegenend gebaar de zonden vergeeft. Op het fronton toont een engel op het zweetdoek van Veronica het gelaat van Christus die zal sterven om de zonden van de wereld in te lossen.


Joos Pasteels beeldhouwt in de periode 1659-’60 het fraai gedecoreerde koorgestoelte. Florale en dierenmotieven wisselen elkaar af in de friezen. Ook in de verticale stroken komen ze terug samen met engeltjes die vaak eucharistische symbolen als de druiventros tonen. De schilden boven de stoelen tonen telkens het monogram van een heilige (op de foto Sint-Barbara) met attributen (palmtak).

 



Van de fijn gesculpteerde maar eenvoudige houten communiebanken uit 1864 is de kunstenaar onbekend. De gietijzeren panelen in het midden zijn gevat in houten ramen. Aan de noordzijde (bij het O.-L.-Vrouwaltaar) zijn ze versierd met het mariamonogram en met een brandend hart. Aan de zuidzijde (bij het H. Hartaltaar) met het jezusmonogram en een brandend hart bekroond met een kruis.

 

 


In de 19de eeuw worden de banken van de armenmeesters geplaatst in de noord- en de zuidbeuk. In de traditie van de middeleeuwse ‘Tafels van de Heilige Geest’, achteraan in de kerken, waar de aalmoezeniers eten, goederen en geld aannamen van schenkers en uitdeelden aan behoeftigen, nemen in deze kerk de leden van het Vincentiusgenootschap deze taak op zich. De banken zijn vooral afgestemd op het praktische nut maar wel vooraan versierd met de symbolische hoornen van overvloed met vruchten en bloemen, o.m. rozen (liefde) en zonnebloemen (die zich naar de zon keren, de symbolische gerichtheid op Christus).


De lambrisering geplaatst in 1660 door Jan Seebrechts is versierd met dieren (apen), vruchtenkorven en hoornen van overvloed en een bloemenslinger.


Tijdens de naoorlogse restauratie versiert beeldhouwer Alfons De Roeck (Antwerpen 1896-Berchem 1982) de nieuwe westelijke tochtportiek met reliëftaferelen: de boodschap aan Maria (noord-boven), St.-Willibrordus zegent de werklieden (noord-onder), Christus met geknielde gelovigen (zuid-boven) en St.-Willibrordus dient het doopsel toe (zuid-onder). Ook versiert hij de deur naar het hoogzaal en het orgel heel toepasselijk met een reliëf van St.-Cecilia.


De altaren

Na de Franse overheersing wordt in 1823 een nieuw hoofdaltaar gebouwd, gewijd aan St.-Willibrordus. De kunstenaar is onbekend. De altaartafel is geplaatst voor een retabula, een hoog opreizend altaarmonument. De voet van de altaartafel is versierd met een reliëfstuk met de voorstelling van het Paaslam (Apocalyps 14, 1), het deurtje van het verguld koperentabernakel met een voorstelling van de verrezen Christus. Aan beide kanten van het tabernakel staan telkens 3 monumentale kandelaars in verguld koper. Een verguld 17de-eeuws Christusbeeldop 19de-eeuws kruishout prijkt op het tabernakel.

De retabula is opgebouwd uit twee paar witte marmeren zuilen met Korintische kapitelen. Boven op de zwarte bovenbouw troont een zegenende God de Vader tussen twee engelen in witgeschilderd hout op een achtergrond van gouden stralen.

Het altaarschilderij geeft een scène weer uit het legendarische leven van St.-Willibrordus. De heilige staat centraal in bisschoppelijk ornaat terwijl hij een heidens afgodsbeeld, hier in de vorm van een sater, omverwerpt. Deze voorstelling gaat terug op het legendarische verhaal waarbij Willibrord in de Berchemse wijk Luithagen een afgodsbeeld vernietigde. Het is een werk uit 1838 van Jozef Correns (1814-1907).

Het O.-L.-Vrouwaltaar aan de noordzijde, een barok kunstwerk van Pieter Scheemaeckers de Oude (Antwerpen 1640-1714) uit 1692, was oorspronkelijk toegewijd aan “O.-L.-Vrouw, Minzame Moeder”, patrones van de gelijknamige broederschap die nog steeds actief is. Het hoog oplopend retabel is opgetrokken in groene, zwarte en grijze marmer. In de grote altaarnis onderaan staat het beeld van “Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel”. Het beeld dateert van einde 17de eeuw, de meester is onbekend. Het heeft een 5-tal kledingsets en 2 sets kronen en juwelen. In de kleinere nis bovenaan waakt haar moeder, de H.-Anna, de handen deemoedig gevouwen. De grootse gouden stralenbundel bovenaan is versierd met cherubijnenkopjes en twee engeltjes rond het mariamonogram dat in 1850 is toegevoegd.

Pieter Scheemaeckers bouwt in 1692 ook het Sint-Sebastiaansaltaar aan de zuidzijde. De algemene opbouw is vergelijkbaar met het Maria-altaar, maar hier wordt naast grijze en zwarte marmer ook rode aangewend. Dit barokke kunstwerk is een gift van het St.-Sebastiaansgilde. Het beeld in de centrale nis toont de patroonheilige op de traditionele wijze, halfnaakt, gebonden aan een boom en met pijlen doorboord. Op de zandstenen fries, boven het altaarblad, is het wapenschild van hetschuttersgilde in reliëf aangebracht. Boven de nis is een schildje met het opschrift: ”Altare Privilegiatum”, wat betekent dat aan het altaar het privilegie van een volledige aflaat werd verleend bij (sommige) misvieringen. Het altaar is sinds 1750 ook toegewijd aan het H. Kruis. Dit vindt zijn oorsprong in de grote verering in het begin van de 18de eeuw van een relikwie van het Heilig Kruis in de kerk. Hiernaar verwijst het kruis geplaatst in de bovenste nis. In 1850 wordt, bovenaan, de stralenbundel en het IHS-monogram toegevoegd.

 

Praalgraven

Enkele praalgraven op het hoogkoor verdienen bijzondere aandacht.

Aan de noordzijde (foto) prijkt het praalgraf van Marie-Anne van Berchem, echtgenote van Baron de Fourneau, 1663. Het is gebeeldhouwd in witte natuursteen en marmer. Zij was de laatste uit het beroemde geslacht van de ‘van Berchems’ waarvan enkelen op het hoogkoor begraven liggen.

Aan de zuidzijde herinnert de biddende figuur op het Memorial Roucourt aan de pastoor-deken Theophile Roucourt. Het reliëfbeeld wordt in 1919 door A. Strijtmans gebeeldhouwd naar aanleiding van Roucourts’ diamanten (60 jaar) priesterjubileum. Als professor lag Roucourt aan de basis van de oprichting van de ‘Zuidnederlandsche Maatschappij van Taalkunde’ en de uitgave van de klassiek geworden ‘Nederlandse spraakleer’ voor het middelbaar onderwijs.  

 


Het orgel

Het vroeg achttiende-eeuwse orgel (1725) is een mooi werk van de befaamde orgelbouwer Jean BaptisteForceville (St.-Omaars 1660-Brussel 1739). Het meubel is rijkelijk versierd met een horloge, engelen en, vooraan, twee medaillons: Koning David en St.-Cecilia. Bij de restauratie van 1967 wordt het orgel voorzien van een speeltafel met drie klavieren en een elektrische luchtaandrijving.


Het beeldhouwwerk

In de zuiddwarsbeuk bevindt zich een opmerkelijk klein houten beeldhouwwerk, geplaatst in een eenvoudige houten kader, met de voostelling van de marteldood van St.-Sebastiaan (17de eeuw). Het werd vroeger gemonteerd op een vlaggestok en in processies meegedragen.

Een opmerkelijk gepolychromeerd houten ‘St.-Willibrordus’-beeld staat bij de 1ste pijler in de zuidbeuk. Het beeld dateert uit het begin van de 18de eeuw, is van een onbekende meester en afkomstig uit het patrimonium van de St.-Michielsabdij die in de 19de eeuw opgeheven werd. Toen stelde het nochtans gewoon ‘een bisschop’ voor. De verzorgde polychromie wordt in de 19de eeuw gerestaureerd en de Willibrordusattributen worden in de 20ste eeuw toegevoegd.

Een ander Willibrordusbeeld staat bij het westportaal). Het stelt de heilige voor als bisschop en leraar voor met mijter, kromstaf en boek (einde 16de-begin 17de eeuw) en is een geschenk van pastoor Petrus Anchmant aan de parochie in 1605. Het beeld is hol, zoals gebruikelijk in die tijd, om barsten tegen te gaan. Bij een restauratie werd het overschilderd in “franse steenkleur”. In de 19de eeuw wordt er een fijn gebeeldhouwde console onder geplaatst.

Langs de zijwanden van de zijbeuken plaatst Joseph Geefs (1808-1885) in 1850 de 14 reliëfbeeldhouwwerken van de kruisweg.

In de 19de en 20ste eeuw wordt de kerk nog verrijkt met de neogotische beelden ‘St.-Jozef met Jezus’, 19de eeuw, polychromie door Lode Goossens (1882), ‘St.-Antonius’ (20ste eeuw, Alfons De Roeck), ‘H. Hart van Jezus’ (einde 19de eeuw – Onbekende meester), ‘Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen’, (in 1904 gebeeldhouwd, in 1905 gestoffeerd (gift aan pastoor-deken Th. Roucourt bij zijn gouden priesterjubileum) en ‘H.-Theresia van Lisieux’ (met een mooie 19de-eeuws console).

Maar vooral de aangrijpende Piëta van Alfons De Roeck (20ste eeuw) achteraan in de kerk trekt de aandacht. Het beeld is bijzonder pakkend uitgewerkt. Uit de gebogen houding van Maria over het levenloze lichaam van haar zoon, dat over haar knieën uitgestrekt ligt, spreekt verlatenheid en ongeloof.

Enkele fijne reliëfmedaillons sieren de portalen: “St.-Paulus” (deur naar het hoogzaal, 16de eeuw) en “De Goede Herder” en “Onze-Lieve-Vrouw” (18de eeuw).

 

De wandschilderingen

Op het bovenste deel van de kruis- en middenbeukmuren zijn ‘wandschilderingen’ aangebracht, schilderijen op doek van E. Wante uit 1928. In de kruisbeuk staan Johannes de Doper (noord) en Willibrordus (zuid), in de middenbeuk 2 reeksen van 6 apostelkoppen: aan de noordkant (van oost naar west) Paulus, Philippus, Bartolomeüs, Matteüs, Simon en Taddeüs; aan de zuidkant (id.) Petrus, Johannes (foto), Adreas, Tomas, Jacobus de Meerdere en Jacobus de Mindere. Volgens de overlevering zouden inwoners van de parochie en familieleden van de schilder model hebben gestaan voor de apostelkoppen.

 

 


De glasramen

Bij de beschieting van Antwerpen door V1 en V2-bommen op het einde van WO II (1944) worden alle glasramen vernield. Ze worden in 1951-‘52 vervangen, sommige op basis van de oude kartons.

De mooiste kleurramen bevinden zich in de kruisbeuk, beide van Crespin en Calders. Aan de noordkant een voorstelling van ‘O.-L.-Vrouw-ten-Hemel-opneming en haar kroning tot Koningin’ (Dogma 2/11/1950). Opvallend is de keuze van slechts 3 kleuren (blauw, zilver en goud).

Voor het ‘H. Kruisraam’ aan de zuidkant, maakten de kunstenaars gebruik van de kartons van Pieter van der Auderaa (1877). Centraal staat het kruis met bovenaan de Genadestoel, een voorstelling de H. Drievuldigheid, God de Vader die zijn gestorven Zoon vasthoudt, samen met de symbolische voorstelling van de H. Geest. De Genadestoel is ook het symbool van de Orde der Trinitariërs die zich inzette voor de vrijkoping van de christen gevangenen, slachtoffers van de Saracenen. Onder het kruis (foto) ontvangt een ridder uit de hand van de bisschop kruis en zwaard voor de kruistocht. Samen met de voorstelling van de lijdenswerktuigen in het hoogste register en van, onderaan, de Calvarie met de voorafbeeldingen van Christus’ lijden, Abraham’s offer van Isaac en Mozes’ aanroeping van de koperen slang, wordt dit raam één grootse hulde aan het H. Kruis.

De kleurramen van het hoogkoor, van dezelfde kunstenaars,verwijzen naar de eucharistie, Willibrordus en de evangelisten. In het raam van de H. Eucharistie (noordkant) herkennen de Emmaüsgangers de Heer bij het breken van het brood (Lc. 24:44-49). De symbolen van de eucharistie, vis en brood(-korf) staan in het kroonwerk. Onderaan zijn de wapens van de geslachten “van Berchem”, “van Liere” en “de Fourneau” toegevoegd. Twee ramen geven de symbolen van de evangelisten weer: Matteüs (mens) en Marcus (leeuw) en Lucas (stier) en Johannes (adelaar). Op het zuidelijke raam predikt bisschop Willibrordus. Hij is voorzien van zijn attributen bron en kruikje. In het kroonwerk prijkt het adellijk wapen van de familie “van Berchem”, onderaan de wapenschilden van Utrecht, Antwerpen en Echternach.

Ook op andere 20ste-eeuwse glasramen in de kerk is de patroonheilige alom aanwezig: in het hoofdportaal prijken St.-Willibrordus en Frederic de Merode (Paul Wante en Jan Wauters, 1948). In de doopkapel is hij toepasselijk afgebeeld als doopheer (Calders, naar een carton van L.Ch. Crespin, 1949) en in het noordzijportaal als bisschop met mijter, staf, palium, kerk, doopput en wijnvat, samen met de wapenspreuken van de Orde van Echternach “Sub manu solius Dei”, van Paus Pius XII “Opus Justitiae Pax”, kardinaal Van Roey “In Nomine Domini” en van de benedictijnen “ora et labora”.

De 14 glasramen in de noord- en zuidbeuk zijn een realisatie van Mark De Groot uit 1951-’52. In de noordbeuk verwijzen ze naar de 7 smarten van O.-L.-Vrouw, in de zuidbeuk naar de 7 sacramenten.

 

De schilderijen

Op het hoogkoor is het meest opmerkelijke schilderij ‘St.-Willibrordus verbrijzelt een afgodsbeeld’ van een onbekende meester uit de 2de helft 17de of het begin van 18de eeuw. Dit sierde tot het midden van de 19de eeuw het hoofdaltaar.

Het schilderij aan de andere wand, de ‘H.-Drieëenheid met overleden Christus’, is een 17de-eeuwse verzorgde kopie van het schilderij ‘de H. Drievuldigheid’ van Rubens zelf, dat in het Museum bewaard wordt (KMSKA). De meester is onbekend. Door sommige kunstcritici wordt het aan het atelier van P.P. Rubens.

Twee epitafen op het hoogkoor zijn verlucht met een schilderij, een met een ‘Graflegging’ uit 1867 van Edouart Dujardin, het andere met een ‘Piëta’ uit 1861 van J.R. Pecher.

Het werk, ‘O.-L.-Vrouw ten hemel opneming’ (17de eeuw, van onbekende meester) is afkomstig uit de kerk van de Annunciaden.

 

 

‘O.-L.-Vrouw van de Rozenkrans’ (in de noorddwarsbeuk, 17de eeuw, Vlaamse school) is afkomstig uit het patrimonium van de St.Michielsabdij. Het stelt O.-L.-Vrouw met Kind die rozenkransen uitreikt aan de H.-Dominicus, wereldlijke en geestelijke leiders en het volk. Dominicanen en dominicanessen dragen voorstellingen van de 15 mysteries.

Een opvallend modern werk is de icoon ‘Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand’ (1998, Jean Aelterman, noordzijbeuk), een zeer verzorgde kopie van de icoon in de St.-Alfonsuskerk te Rome.


Een uitzonderlijk kunstvoorwerp:

De parochie bezit een van de oudste handgeschreven missalen van de Lage Landen (Missale Plenarium). Het is een misboek in middeleeuws schrift op perkament en bevat naast en tussen de oorspronkelijke tekst bij- en tussenvoegsels. Het missaal is mogelijk in de 12de eeuw maar zeker vóór 1250 geschreven. Men veronderstelt dat de toenmalige Benedictijnenabdij te Deurne (Antwerpen) het boek geleverd heeft.


Bibliografie

Informatiefolder van de kerk samengesteld op basis van informatie van Jacky Caroen, Jean Aelterman, Leo Gils, Jan Gerits en het archief van Willy Sysmans.

Frans Mast, Sint-Willibrordus kerk, “de oude kerk van Berchem”, een dorpskerk opgeslorpt door de grootstad, 1990

Geschiedenis van Berchem, Kan. Floris Prims, Gemeentebestuur van Berchem, 1949

Sint Willibrord, Gedenkboek bij de onthulling en inzegening van het Willibrord-monument te Berchem, 23 september 1962

L’architecture religieuse et la sculpture baroques dans les Pays-Bas Meridionaux et la Principauté de Liège 1600-1770, Paul Phillippot e.a., Mardaga, 2003

Wikipedia

http://web.inter.nl.net





Laatste wijziging op 30/6/2011 door Marc Dehaese popup.





Toerismepastoraal Antwerpen v.z.w. is a non-profit organisation. Please Support us.
© Copyrights 1998-2009 and legal disclaimer V.z.w. Toerismepastoraal Antwerpen
Any copying or reproduction without the prior permission from the publisher is prohibited

Toerismepastoraal Antwerpen vzw, Heilige-Geeststraat 23, B-2000 ANTWERPEN, BELGIUM, Tel: +32 (0)3 227 14 34


Database- and contentmanagement by ICT/ISCAM