Désolé, cet article est seulement disponible en néerlandais. Pour le confort de l’utilisateur, le contenu est affiché ci-dessous dans une autre langue. Vous pouvez cliquer le lien pour changer de langue active.

De Onze-Lieve-Vrouwetoren van Antwerpen

De tweede, onvoltooide toren

Laten we er geen twijfel over bestaan: het was wel degelijk de bedoeling vanaf het begin om twee identieke torens, in duo, op te trekken. De gravure van Hollar brengt die zelfs in het midden van de 17de eeuw nog in herinnering.

De fundering van de zuidertoren in 1430 begint tien jaar na die van de noordertoren. Gezien de hogere waterstand in de stad bij (spring)tij (sinds de nieuwe loop van de (‘Wester’)Schelde in de jaren 1421-’22 door de zg. St.-Elisabethvloeden), heeft men blijkbaar al meer rekening kunnen houden met een hoger aan te leggen kerkvloer, en zijnde voetstukken van de pijlers van de zuidertoren binnen in de kerk meer dan tien cm. hoger dan die van de noordertoren. Wegens geldgebrek wordt in 1475 beslist om de bouw van de zuidertoren te staken.

Je zou natuurlijk verwachten dat eens de noordertoren in 1518 voltooid is, dat ‘alle hens aan dek’, men aan de voltooiing van de zuidertoren begint – geld genoeg want we zaten toen toch in de ‘gouden eeuw’ van Antwerpen’. Niets daarvan, de ambitie om de bestaande kerk immens uit te breiden aan de oost- en zuidzijde, leidde tot het zgn. ‘Nieuwe Werck’, met een geheel nieuw concept van de gevelpartij, nl. met een verder zuidwaarts gelegen tweelingtoren, ter hoogte van het Papenstraatje – hoek Oude Korenmarkt. Door deze stoutmoedige droom zou dan de huidige zuidertoren – zonder zich te bewegen – ongeveer in het midden van die nieuwe gevelpartij komen te staan. Reden om hem voorlopig dan ook niet méér te accentueren.

Door de fatale kerkbrand van 1533 komt er aan die de stoutmoedige droom een abrupt einde. En blijft alles bij het oude. De zuidertoren blijft ‘definitief’’ op zijn hoogte steken, zij het dat hij later een bekroning krijgt in hout bedekt met leistenen.

Met andere woorden: dat de zuidertoren niet voltooid is geraakt, is uiteindelijk te danken aan te veel geld!

De Antwerpenaren treuren er niet om dat de tweede toren nooit dezelfde hoogte mocht bereiken, want daardoor oogt de ene voltooide toren eleganter en unieker.

De zuidertoren is enkel toegankelijk vanuit de kerk, omdat hij geen publieke functie heeft als klokkentoren.

De oneervolle weergave van een bouwmeester:
Pieter Appelmans herkenbaar aan zijn onherkenbaar twee-torens project
een bouwplan dat enkel de bestaande, onvoltooide torenpartij weergeeft

De Antwerpenaren zijn sinds 1518 zo vertrouwd met hun ene voltooide Onze-Lieve-Vrouwetoren dat ze zich nauwelijks kunnen voorstellen hoe het vooraanzicht van de Onze-Lieve-Vrouwekerk er zou uitgezien hebben met beide torens in voltooide toestand. Zelfs als ze een grafische of gefotoshopte projectie van het oorspronkelijke twee-torenproject te zien krijgen, kunnen ze hun ogen niet geloven. Doorgaans menen ze met de westgevel van een andere gotische kathedraal te maken te hebben.

De ontwerper van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en haar torenpartij heeft er ongetwijfeld goed aan gedaan om zeker eenmaal de beide torens die hij in gedachten had, aan het papier of het perkament toe te vertrouwen, kwestie van zijn concept duidelijk te maken aan de opdrachtgever, zijnde de kerkfabriek. Dat hij zich zou beperkt hebben tot de tekening van slechts één toren om die dan met behulp van een spiegel visueel te verdubbelen, lijkt twijfelachtig, Bij zo’n immens bouwproject gaan we toch niet op een uurtje tekenen kijken? Trouwens in dat geval had het voor hetzelfde geld de tekening van de zuidertoren kunnen zijn. Het blijft dus zoeken naar de bewuste volwaardige ontwerptekening. Maar zoals zo vaak bij middeleeuwse bouwplannen, is die spoorloos.

Ofschoon het niet moeilijk is om zich het dubbel-toren-project voor te stellen, krijgen we zelfs in een historisch tafereel dat oorspronkelijke ontwerp niet te zien. Wanneer men in de 19de – begin 20ste eeuw de ontwerper van de torens, Pieter I Appelmans in beeld brengt, zou je omwille van de historische correctheid mogen verwachten dat de architect zijn origineel dubbel-torenproject bij de hand heeft vermits dat wel degelijk het uitgangspunt vormde bij de effectieve bouw? Maar wie van de Antwerpenaren zou dan beseffen dat het wel degelijk om een voorstelling gaat van de bouwer van hun kerk die in eenieders fotografisch geheugen geprent staat als een met anderhalve toren? Bijgevolg krijgt de architect enkel omwille van de herkenbaarheid, de bestaande toestand van een onvoltooide torenpartij als ontwerp in zijn handen gestopt: niet echt een eervolle ‘vermelding’ alsof de man nooit hogere ambities heeft gekoesterd…

We kennen minstens een drietal voorbeelden op Antwerpse bodem (chronologisch gerangschikt)

Nicaise De Keyser, directeur van de Antwerpse Academie, schildert tussen 1862 en 1872 een monumentale reeks die de geschiedenis en de roem van de Antwerpse kunstschool moet belichten. De 36 grote doeken zijn bestemd voor de vestibule van het oude museum van de academie, maar worden in 1890 overgebracht naar de traphal van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten dat in dat jaar zijn deuren opent. Het opzet is, bij wijze van introductie, de bezoekers te overweldigen met de glorie van de verschillende Antwerpse kunsten, voornamelijk met die van de barokperiode. In dit monumentaal kunstenaarspantheon – enig in België maar typisch voor het nationalisme in menige Europese natie – mag ook Pieter Appelmans niet ontbreken. Toevallig of niet, maar op het hoofdtafereel waar de Stedemaagd van Antwerpen in het midden troont, is hij van alle kunstenaars het dichtst bij haar opgesteld. Een symbolische zet omwille van de chronologie: oudsten eerst? Of omdat hij met de Onze-Lieve-Vrouwtoren Antwerpen een ‘gelaat’ geschonken heeft? Ofschoon hij bij gebrek aan een historisch portret niet individualiseerbaar is, kan men hem identificeren door het torenproject dat hij ontvouwt. De drie geïnteresseerden zijn eveneens architecten van de gotiek: Laurent Keldermans, Herman en Domien de Waghemakere die door een grondplan herkenbaar zijn als de ontwerpers van de handelsbeurs. Twee van hen, vader en zoon de Waghemakere, zijn overigens eveneens bouwmeesters van de hoofdkerk. Herman staat van 1473 in voor de voltooiing van de vierkante torenbasis en de achthoek van de spits. Waarschijnlijk is hij ook de ontwerper van deze laatgotische torenspits of althans degene die het oorspronkelijke ontwerp van Appelmans aan de stijlevolutie heeft aangepast. Domien die zijn vader bij diens overlijden in 1502 opvolgt, staat tot 1521 in voor die laatgotische bekroning van de noordertoren. In die zin wil Appelmans hier van zijn latere collegae niet enkel bewondering afdwingen voor zijn stoutmoedig project, maar lijkt het erop dat hij aan beide opvolgers wil aangeven hoe zij op zijn plannen verder kunnen bouwen.

Een weinig later schildert Karel Verlat (1824-1890) in 1873 Peter Appelmans als onderdeel van een 26-delige portrettengalerij met de beroemdste Antwerpse plastische kunstenaars, musici en wetenschappers. Een dozijn historieschilders heeft ze op doek uitgevoerd voor de feestzaal van het Kunstverbond, toen ‘Cercle Artistique, Littéraire et Scientifique d’Anvers’, genoemd. Tien van deze meer dan levensgrote portretten versieren sinds 1929 de monumentale trapzaal van het Kunstverbond, nu het Provinciaal Centrum Arenberg. Een van die tien is Pieter Appelmans, door Verlat nog net uitgevoerd voor de inhuldiging van het Kunstverbond in 1873 in aanwezigheid van koning Leopold II.

Appelmans is uitgebeeld in de volle actie: maar enkel hij komt in beeld. Hij bestijgt een ladder die vastgebonden is aan een stelling tegen de noordkant van de noordertoren. Met de rechterhand waarmee hij zich tevens aan de hoogste sport van de ladder in evenwicht houdt, houdt hij een lange ontrolde tekening van die toren. Verder is hij aan zijn gordel ‘gewapend’ met een winkelhaak. Met die opgestoken linkerhand geeft hij de richting aan van de geambieerde torenspits. En over zijn rechterschouder neerkijkend lijkt hij de bouwlieden aan te sporen hem te volgen in zijn torenhoog ideaal. Zijn houding heeft iets van een vredelievende veroveraar die triomfantelijk de toren bestormt of een ontdekkingsreiziger die met behulp van zijn plan het doel bereikt, en hierbij de weg baant voor zijn volgelingen.

Hij bevindt zich reeds hoog boven de middeleeuwse stad, die op de achtergrond in de diepte wordt gesuggereerd, met zicht op het Steen en de Scheldebocht: een anachronisme van formaat vermits hij amper 14 jaar na aanvang van de bouw van de noordertoren, op meer dan 60-jarige leeftijd, overleden is. De torenbouw kon dan nog niet ver gevorderd zijn. Bij zijn overlijden in 1434 reikt de noordertoren hoogstens tot net boven de 1ste geleding.

Evenzeer tegen de historische kennis in, gaat de weergave van Appelmans als jongeman met lange zwarte haren. En voor de werkvloer is hij te elegant gekleed met lichtbruine mocassins, een metaalblauwe lange broek, een geelbruine vest boven een wit hemd, en een wijnrode muts. Zijn ontwerptekening is bovenaan voorzien van het stadswapen van Antwerpen, onderaan van een (ongedefinieerde) schaalmeter en de signatuur “Appellmans [sic.] invenit”.

De bronzen beeldengroep Pieter Appelmans en zijn medewerkers (gepland ca. 1906, beeldengroep voltooid 1914 van Jef Lambeaux (Antwerpen 1852-Brussel 1908), werd na 20 jaar stadsmagazijn, in 1935 geplaatst aan de voet van de zuidertoren, op de Handschoenmarkt om er onthuld te worden ter gelegenheid van de Blijde Intrede van Leopold III. De bouwkundige constructie, aanvankelijk gepland voor tegen de kerkmuur aan de Blauwmoezelstraat, is volgens tekening van stadsbouwmeester Em. Van Averbeke. De kunstminnende schepen A. Van den Nest had reeds in 1906 de nodige fondsen ervoor aan het stadsbestuur geschonken. De opgestoken rechterhand van Appelmans die de oprijzende kerk en toren aangeeft, is geïnspireerd door de (linker)hand in het ‘portret’ dat Karel Verlat in 1873 schilderde voor het Kunstverbond (nu Provinciaal Centrum Arenberg). Ook hier houdt Appelmans in de hand een ontrold perkament met slechts een toren naast de voorgevel van de middenbeuk. De tweede toren wordt dan heel diplomatisch verondersteld.

Het opschrift op een grote steen van de opgebouwde kerkmuur geeft de toewijding van het monument:

aan bovwmeester
APPELMANS

Het opschrift op de gedenkplaat van de inhuldiging, links tegen een opgebouwde kerkmuur, luidt:

ter vereeringhe van
PIETER APPELMANS
ende van sine ambachtsghesellen
die dese kercke hebben ghebovwt,
maecte jef lambeaux dit constwerck.
het werd deser stede ter vprechtinghe ghesconcken
van a. van den nest, den scepene,
van e. van averbeke, den bovmeestere, ghescickt,
ende onthvlt van onsen hooghedelen here den coninc
LEOPOLD III,
desen 12sten van meye, in den jare onses heeren 1935,
vp den dach syner blyde incomste.

Er valt in Antwerpen nog een monumentale voorstelling van Pieter Appelmans op het openbaar domein te bezichtigen. Op het attiek van de voorgevel van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten is een serie van 7 medaillons aangebracht met een buste van voorname kunstenaars; een mini ‘eregalerij’ ter begroeting van de bezoekers. Als vanzelfsprekend troont P.P. Rubens in het centrale medaillon van de voorkant, te midden van vier anderen, waaronder uiterst links de Renaissance architect Cornelis Floris De Vriendt. De twee overige medaillons prijken aan de zijkanten van de attiek, met aan de zuidkant Pieter Appelmans (Frans Joris), vermoedelijk ditmaal (omwille van plaatsgebrek) zonder torenmotief. Elf andere voorname kunstenaars zijn vertegenwoordigd met een buste en ronde bosse in de doorlopende loggia van de voorgevel; onder hen Domien De Waghemakere (die met de spits de noordertoren van de O.-L.-Vrouwekerk heeft voltooid, maar hier niet weergegeven).

Toch durven blijven dromen van voltooiing ?

Je kan je de vraag stellen waarom men in het romantisch élan van de neogotiek, die toch ook in Antwerpen voelbaar was bij de bouw van zovele monumentale kerken, er niet aan gedacht heeft om de zuidertoren alsnog te voltooien.

Fototrucages blijven ons doen dromen over wat het had kunnen geweest zijn …

In een speelse wedstrijd ca. 2012 wordt meer dan een fantasierijk voorstel getoond. ‘Spielereien’ heet dat. Pure fantasie … of een prikkelende aanzet tot ?

Is de Sint-Joriskerk een moderne kopie van een vergane ideaal?
Spielerei