De Onze-Lieve-Vrouwetoren van Antwerpen

De toren als symbool

Zonder overdrijven, de best geslaagde gotische toren ter wereld, de trots van de Antwerpenaren, het symbool van de stad: de unieke ‘Onze-Lieve-Vrouwetoren’. Zonder het silhouet van deze ranke 123 m hoge toren is een Antwerps stadsgezicht moeilijk in te beelden.

Dat die toren hoort bij een katholiek bedehuis maakt voor vele Antwerpenaren weinig uit. Niet-katholieken aanzien hem eerder als belfort, overigens een van zijn functies. Maar de vraag kan gesteld worden of niet-katholieke Antwerpenaren, zoals bv. islamitische of joodse Antwerpenaren zich met deze gotisch belfort kunnen associëren als symbool van ‘hun’ stad – lees: ons aller Antwerpen? N.a.v. het 500-jarig jubileum van de toren had dit een mooi onderwerp van gesprek of een colloquium geweest. Stof tot nadenken!

Dat je niet naast onze toren kan kijken, is zacht uitgedrukt. Niet alleen is ze alom in het stadsbeeld aanwezig – trots in het midden vanop Linkeroever, of schalks om een hoek in het oude stadscentrum – maar ze dient te pas en te onpas als achtergrond of hoofdrolspeler in beeldvorming van de stad zelf: op tekeningen, schilderijen, op foto’s en op krantenpagina’s, in propaganda, folders en posters, op de omslagen van boeken op koekjesdozen, medailles, memorabilia en verkiezingsposters, etc… inderdaad: teveel om op te noemen. Uiteraard is de toren in de eerste plaats een deel van de hoofdkerk, en vormt ze een onderdeel en symbool van een geloofsgemeenschap en is ze daarenboven ook – zeker in het verleden, functionele stadstoren – allereerst om de wacht te houden en de beiaard te spelen. Daarbovenop stellen we de vraag: wat is de betekenis van de toren in de visuele verbeelding: Met andere woorden, welk effect wil men bewerkstelligen, of welke boodschap wil men overbrengen door de toren prominent in beeld te brengen? De toren is een symbool. Laat ons dit symbool ontrafelen door eerst ons af te vragen: wat is dat nu precies, een symbool?

Symboliek: een kort intermezzo

Symbolen zijn zo oud als de mensheid. We vinden ze al terug in de grotten van Lascaux en Altamira, waar jagers in houtskool dieren en jachtscenes afbeeldden. Deze scènes staan niet zomaar op de wanden geschilderd: hun functie was het geluk en de kracht voor het komende jachtseizoen af te dwingen van de goden of de natuur. Voor hen waren deze afbeeldingen beladen met magie en diepere betekenis: ze waren dus niet zomaar op de rotswand aangebracht enkel ter versiering van de grot, maar communiceerden complexe betekenissen in de relatie tussen mens en dier.

Een symbool is dus een vorm, een voorstelling, die niet op zichzelf staat. Ze wil meer zeggen, en draagt een diepere betekenis. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk het christelijk kruis: de weergave van een kruis is geen afbeelding op zich. Ze stopt niet bij de eenvoudige visualisatie ervan. Ze dient om verder te gaan, en spreekt impliciet over een breder geheel dat de eenvoud van de afgebeelde vorm ruim overschrijdt. Het kruis symboliseert dan het lijden van Christus, de hoop, het Nieuwe Testament, de wedergeboorte, de christelijke geloofsgemeenschap en zo veel meer. De volle betekenis ervan kan natuurlijk alleen maar gevat worden door iemand die weet waar dat het voor staat, en dat is nu net de tweede eigenschap van een symbool. Het is steeds gericht naar iemand, het is bedoeld als communicatie. Een symbool vervangt een volledige uitleg, een volledige verzameling aan betekenissen, bundelt ze bondig in een vorm, en doordat we onderling het erover eens wat dit symbool voor ons betekent, herkennen we het ook meteen, en vatten we zijn diepte. Een goed voorbeeld hiervan is de klaproos als symbool van de Eerste Wereldoorlog: als je op 11 november – vooral in het Verenigd Koninkrijk – iemand met een klaproos in het knoopsgat ziet, begrijp je dat die man of vrouw dat niet ter opvrolijking van de kledij doet. Neen, het staat voor een herdenking, voor een wapenstilstand, voor de gevallen soldaten. Maar net zo goed illustreert de klaproos de tweede fundamentele voorwaarde van het symbool, namelijk de onderlinge afspraak of kennis ervan: voor zij niet weten wat dit betekent, zal het inderdaad zeer bevreemdend zijn om dit in iemands vest te zien. Symboliek is een groepsafspraak, drager van vele betekenissen, en uitermate complex in al haar nuances.

De symboliek van ‘onze toren’

U vraagt zich nu zeker af wat dit nu allemaal met de toren te maken heeft. Of misschien heeft u het al geraden: uiteraard is de toren van de O.-L.-Vrouwekathedraal ook een symbool. Maar hoe weten we dat? Je zou toch net zo goed kunnen zeggen dat als er een afbeelding is met de kathedraaltoren, dat gewoon toevallig is, en dat dit gewoonweg het mooiste beeld van Antwerpen geeft. Wanneer bijvoorbeeld een vooraanstaand politicus in de krant staat en de toren prijkt op de achtergrond, is dat dan niet enkel omdat dit de mooiste oplevert? Of is er meer aan de hand?

De toren wijst de weg en markeert de wijk.

De toren duidt de locatie aan

Op een plan van het stadscentrum staat de kathedraal met haar toren er als opvallendste monument bij, als herkenningspunt bij uitstek om zich te oriënteren.

Tentoonstelling, Antwerpen Vleeshuis, 1983 (p.21): De noordertoren als embleem voor Antwerpen.

De noordertoren van de kathedraal, die omstreeks 1521 klaar kwam, verheft zich boven de stad en geeft er een eigen karakter aan. Zowel op etsen, schilderijen als op tekeningen is hij de onmiddellijke blikvanger, die heerst over het leven van elke dag of die wraakroepend prijkt boven de verwoesting van oorlogstaferelen. In het lapidarium komt een wit marmeren reliëf voor, werk van Pieter Scheemaeckers uit 1665 en bestemd voor de Onze-Lieve-Vrouwekapel in de kerk van de Onze-Lieve-Vrouwebroeders “geschoeide Karmelieten”. In 1765 zou Nannerl Mozart, de zuster van de grote komponist, deze reeks van basreliefs in haar dagboek noteren “der unser lieen grauen Tuhrm”. Een huisnaamplaat “In onze lieve Vrouwentoren” van 1666 in witte steen en herkomstig van de Lombardenvest onderstreept de populariteit van de torensilhouet.

Op verschillende schilderijen, bemerkt men de torenspits. Vermelden we:

Constant Francken (1661 – 1717), aftocht van Maarten van Rossum op 4 juli 1542. (zie hiernaast)

Anoniem ca. 1576, de Spaanse Furie te Antwerpen op 4 november 1576.

Alexander van Bredael (1663–1720, het altaar op de Meir te Antwerpen, opgericht ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de overgave van Antwerpen aan Alexander Farnese in 1685.

Verder komen op de eerste museumverdieping nog enkele schilderijen voor waarop de torenspits merkbaar is, o.a.

Erasmus de Bie (1629 – 1675), Gezicht op de Meir;

Jeseph Delin (1821-1892, Portret van Joseph David, generaal van de Burgerwacht.

Ook op 17de-eeuwse dekbladen van virginalen zijn versierd met een gezicht op Antwerpen. Zo bv. een virginaal van Andreas I Ruckers uit 1611, en een virginaal van Johannes Couchet uit 1650.

Op de tweede museumverdieping waar steeds een hoekje wordt voorbehouden aan affiches. Op verschillende affiches tussen 1885 en 1924 komt de torensilhouet voor om bijzondere gebeurtenissen te Antwerpen aan te kondigen i.v.m. wereldtentoonstellingen, feesten, toerisme, sport, maatschappijen, stoeten en pers.

Aftocht van Van Rossum 1542 (Francken)

De toren, symbool van de lokale katholieke gemeenschap

Als uithangbord van de kerk die als het ware door de toren een aanhangsel ervan wordt – de toren is ongeveer hoog als de kerk lang is: 123m tegenover 118,61 m – duidt hij heel praktisch de locatie van Antwerpens hoofdkerk aan. Evenzeer staat hij symbool voor het geloofsleven in de Onze-Lieve-Vrouwekerk en in haar parochie.

De parochiale organisatie Afrant VZW die als doel heeft ontwikkelingsprojecten voor het welzijn in Benin en Burkina Faso te ondersteunen, plant als symbool voor deze verbroedering het silhouet van de Onze-Lieve-Vrouwetoren op de kaart van Afrika, ter hoogte van deze landen. Voor sommigen heeft deze inplanting terug iets van een erg triomfalistisch kolonialisme. Of zullen we in ruil ook een Afrikaans kerktorentje op een kaart van hartje Antwerpen plaatsen?

Omdat de toren het symbool is van heel Antwerpen vertegenwoordigt hij ook heel de Antwerpse katholieke geloofsgemeenschap, al naargelang: de dekenij(en). En omdat sinds 1559 en opnieuw sedert 1961 de zetel van de bisschop van Antwerpen in deze kerk staat, symboliseert de toren ook het ganse bisdom Antwerpen.

De toren, symbool van de universele katholieke kerk

Het symbolische kruis op de top, maar ook de religieuze functie van het kerkgebouw en van de toren maken hem tot symbool van de universele katholieke Kerkgemeenschap en het christelijk geloof. Symbool soms ook van Godsdienst of zingeving in het algemeen.

De toren, symbool van het christelijk / katholiek geloof

Symbool van christelijk heil

Op een schilderij is dood gevogelte te zien met een jachthond. Linksachter ziet men de Onze-Lieve-Vrouwetoren die de Verlossing van de mensheid moet symboliseren. Van Bruegel tot Rubens , (tentoonstellingscataloog) Antwerpen 1992

Symbool van Maria, ‘Onze-Lieve-Vrouw’

Omdat de grote toren behoort aan een kerk waarvan haar toewijding aan Maria, ‘Onze-Lieve-Vrouw’, door de vroegere kerk teruggaat tot anno 1124, is de opvallendste toren van de huidige kerk algemeen bekend als de Onze-Lieve-Vrouwetoren. In feite hebben ook de beide andere torens, ongeacht hun kleinere gestalte en mindere aantrekkingskracht, even zo veel recht op die naam. Met andere woorden de kathedraal telt in feite drie ‘Onze-Lieve-Vrouwetorens’!

Romain Malfliet, Onze-Lieve-Vrouwebeelden (2de helft 20ste eeuw)

Altijd heeft Malfliet een mannelijke verering gehad voor de O.L.Vrouw. Hiervan getuigen vele etsen. Hoe zou hij ongevoelig kunnen blijven voor de charme van de vele Lieve Vrouwenbeelden die in het oude Antwerpen op zovele hoeken van de straatjes en pleinen sinds eeuwen en nog altijd op de drukke dagelijkse doening vanop hun hoge console liefdevol bekijken.

Een uniek getuigenis van een oeroude volksdevotie. Malfliet heeft ervan een schitterende reeks etsen gemaakt waarbij hij even veel aandacht besteedt aan de elegante lantaarn die als een trouwe gezel elk beeld begeleidt en aan de hele architecturale en stedelijke omgeving als aan de Mariabeelden zelf. Het is een indrukwekkende reeks etsen, zonder sentimentaliteit, zonder zielerige anekdote. Krachtig van compositie en juist van sfeer. Rom Malfliet op zijn best.

Uit: Romain Malfliet, Antwerpen, St.-Niklaas, 1980

De litho’s van een openbaar Mariabeeld met op de achtergrond de Onze-Lieve-Vrouwetoren zijn haast niet te tellen. Zo zijn er bv. die van – Kleine Markt –  Kaasrui – Braderijstraat – Portaal Onze-Lieve-Vrouwkathedraal – Maria ter ere -Groenplaats – Beggaardenstraat – Pelgrimstraat – O.-L.-Vrouw van Antwerpen – Vrijdagmarkt – Korenmarkt – Lange ridderstraat.

Bijzonder aandoenlijk is de wijze waarop deze begaafde tekenaar de patrones van de kerk en van de stad in beeld brengt bij ‘haar’ toren. Maria laat de kleine Jezus spelen met de top van de toren – alsof het Kind graait naar het kruis. (zie detail rechts)

Met de toren mee – gericht naar God in de hemel

Edm de Bruyn, Lof van Antwerpen, 1914

“Dat hij slechts Antwerpenaar is, vermits hij niet behoeft “mensch” te zijn! Ik bezing Antverpia Thalassarca, goed! Maar ik zie ze gaarne hierom: zij weet “wereldstad” te zijn, en houdt zich toch ook een beetje provinciaal! Vol overvloed, zeker, maar ook vol eenvoud. Zoo wil zij zijn, voelt zich in haar schrik. God schept behagen in dat gezond optimisme, en glimlacht tot de Schelde die ten hemel trekt de spits der cathedraal.”

Abel Grimmer (met figuren van Hendrik van Balen) (KMSKA)

Diepzinniger is deze voorstelling waar alle Antwerpse kerktorens naar de Hemel wijzen; een Hemel die gepersonaliseerd wordt door God de Vader, Christus de Zoon, de Heilige Geest, Maria en andere heiligen. Al het aards gewriemel in het zicht van de Eeuwigheid. Geef toe, het besef van God in de hemel doet veel relativeren.

De toren ter herkenning

De toren kan veel betekenen. Maar bovenal ontwaart men in de massa afbeeldingen – … – een terugkomend motief: ze dient te pas en te onpas als symbool voor de gehele stad. Soms is de toren tussen enkele huizen en kerken getekend, en indien de toren er niet zou staan, zou de tekening als stad onherkenbaar worden. Het is maar omdat de toren er staat, dat Antwerpen herkenbaar wordt. Terecht ook, want als stad bezit Antwerpen geen enkel ander monument of kenmerk dat onmiddellijk, zelfs in de meest vereenvoudigde vorm, als synoniem voor de stad kan gelden. Een bocht in een stroom kan op vele plekken in de wereld, de kubusarchitectuur van het MAS is elders ook te vinden, de Oudaan heeft meer tegen- dan voorstanders, het profiel van het Stadhuis is nu ook weer niet zo boeiend, zodat inderdaad de kathedraaltoren als onbetwiste winnaar uit de bus komt: met haar rank, majestueus silhouet staat zij meteen voor heel de stad, torent ze daar bovenuit en zegt van ver: dit is Antwerpen!

Edmond de Bruyn, Lof van Antwerpen, 1914:
(titelblad: deel van de toren; twee allegorische figuren)

Zelfs een deel van de toren volstaat om al meteen herkend te worden. De Schelde ontwaren we in het klein, in de linkerbenedenhoek, maar het is de machtige toren die alle aandacht opeist: symbool van fierheid.

Brilliant Foodies, 2018, kleurenprent in Gazet van Antwerpen 04/7/2018
(stadszicht op achtergrond in grijze tinten, voorgrond kleurig samenspel van figuren)

Een recente afbeelding die opvalt door helder en vrolijk kleurgebruik, in contrast met de skyline van Antwerpen, in donkere tinten grijs. Opvallend is hier de poging om een picturale samenstelling te maken van Antwerpen. Merk op dat positie en relatieve grootte van de verschillende monumenten niet echt nauwkeurig zijn – enkel de kathedraal gemeten in verhouding met de Boerentoren benadert de werkelijkheid! En uiteraard staat de toren pal in het midden, als hoogste punt. Doe in deze tekening de test, en denk de kathedraal daaruit weg: hoe velen zouden dan nog Antwerpen herkennen? De doorwinterde stadskenners misschien nog wel, maar voor velen zou het toch even puzzelen zijn.

De toren in de Antwerpse partijpolitiek

Opvallend is het gebruik van de kathedraaltoren in de politieke communicatie van alle partijen. Ze symboliseert dan niet enkel de stad als samenleving, maar ook het bestuur en de toekomst van Antwerpen: ze reikt dan verder dan louter stadssymbool, maar is bijna zoals een vlag voor een land is: een verbinding tussen verleden, heden, en toekomst, een gezamenlijk project van een samenleving.

Uiteraard poseren alle politici maar al te graag voor onze toren, niet alleen voor het mooi uitzicht, maar het laat ook uitschijnen dat men ‘het meent’ met de boodschap – het geeft een air van sérieux en gewichtigheid aan het beeld. Soms is dat vanaf Linkeroever – denk bijvoorbeeld aan de verkiezingsaankondiging van Kris Peeters in 2017 in de Gazet van Antwerpen (weliswaar niet zo geslaagd want als een dreigende kolos grijpt hij met beide handen naar de Onze-Lieve-Vrouwetoren) – of, tegenwoordig een populaire invalshoek: vanop het dak van het Zuiderterras.

Vaak ook verschijnt de rede van Antwerpen met de toren enkel in een gestileerd silhouet, getekend in een dikke zwarte lijn, maar voor iedereen nog steeds even herkenbaar. Wat wel opvalt, is dat de stad zelf in haar communicatie met de burgers dit niet toepast: er wordt gebruik gemaakt van de goedgekeurde symbolen – de ‘A’ voor events en marketing, het wapenschild geflankeerd door de wilde man en vrouw, sinds het bestuur van Bart de Wever als zegel van de gemeente – maar de toren zie je nooit systematisch opduiken: uiteraard wel als foto in een reportage in het stadsblad, maar voor de rest wordt daar toch spaarzaam gebruik van gemaakt. Misschien omdat het bestuur uit terughoudendheid zich de toren niet teveel wil toe-eigenen?

In deze categorie springen twee iconische beelden eruit, beide kort na elkaar:

Vaarwel Politiek, in Gazet van Antwerpen, 17/02/2014
(Foto van Patrick Janssens met toren en blauwe hemel op achtergrond)

Op de cover van de krant verschijnt een portret van voormalig burgemeester Patrick Janssens, die zijn vertrek uit de politiek aankondigt. Het is een foto genomen op het dak van het Zuiderterras. We ontwaren nog net de toren, die de centrale lijn opvult van de foto, van beneden rechts naar links boven. De toren die afgebeeld wordt in vage contour – een zeldzaamheid – onderstreept het vertrek en het verleden, geeft aan het beeld een dynamiek en ook melancholie.

Gezocht: 20 miljoen euro voor renovatie stadhuis, in Gazet van Antwerpen, 11/04/2014
(Foto van Burgemeester Bart de Wever op het dak van het stadhuis, de Onze-Lieve-Vrouwetoren op de achtergrond)

Het contrast met de vorige afbeelding kan niet groter zijn: dit is een beeld dat overwinning uitdrukt. De adelaar van het stadhuis vliegt hier bijna op naar de toren, alsof hij op de top ervan thuishoort. De toren vanuit deze hoek zien is ook vrij zeldzaam, niet in het minst omdat het niet iedereen gegeven is op het dak van het stadhuis te staan. Ook de burgemeester spreidt trots zijn armen. Voor een keer doemt de toren niet op uit de achtergrond, maar lijkt ze bijna op hetzelfde niveau te staan als het stadhuis. Deze foto is zo gemaakt dat het duidelijk is waar het gezag rust: in het stadhuis. De vleugels van de arend lijken daarbij als het ware de toren te willen bedwingen.

De toren in de sociaal-politieke geschiedenis

De bevrijding van Antwerpen in 1918, allegorische prent, van Gustave Donnet (1892 – 1973), uitgegeven in Feesten van Antwerpen 1920 (jaar van de Olympische Spelen te Antwerpen)
(kleurenprent met kathedraal op achtergrond, vrouw op paard met vaandel in de voorgrond)

Opvallend aan deze prent is de stralenkrans die uitgaat van de zon pal achter de toren, en dat het silhouet van de toren volstaat om Antwerpen af te beelden. Een bijzonder krachtige tekening vol beweging en emotie. Hier lijkt de toren bijna symbool te staan voor overwinning en een nieuwe dageraad.

Christen Fabriekswerkersverbond van Antwerpen, 1925, C.C.E.S.L., vlag (afgebeeld in: Luc Schokkaert, Geschiedenis van de Nationale Arbeidersbeweging in Antwerpen 1857-1988, Leuven, 1989)
(Vader en zoon met wapenschil; kathedraal en fabriek op achtergrond; opkomende zon)

Relatief eenvoudig, maar toch ontroerend: de vader, met een moe gewerkt gezicht, kijkt weg van de zon, naar de avond, dat hier voor het verleden staat. De zoon kijkt in de tegenovergestelde richting, aangewezen door zijn vader: de ochtend, de opkomende zon, en de werkplaatsen. Het straalt geloof en hoop uit, waarbij de toren en kathedraal niet alleen staan voor symbool van de stad, maar samen met het kruis boven de zon de christelijke dimensie extra uitdrukken. Hier dus vooral: geloof en hoop (Zie ook het wapenschild gesteund door de zoon: ‘Godsdienst – eigendom – huisgezin’). Deze vlag diende om rondgedragen te worden in de stad tijdens processies en stoeten.

De toren in handel en scheepvaart

Uiteraard kan het symbool van de stad niet wegblijven wanneer het om de haven gaat. Als het ware wordt daar de toren als anker gebruikt: meestal te zien vanop het water, als de stad die dichterbij komt, de kaai en vaste grond onder de voet.

Vooral de illustraties van de befaamde Red Star Line verdienen vermelding. Het vaarboek dat de stomer ‘Lapland’ aankondigt – toen met 189 meter lengte de grootste uit de vloot – heeft als omslag de vlag van Red Star Line op een achtergrond van kleuren van de Belgische vlag, en op de achterzijde de twee voorste torens van de kathedraal, zonder bijkomende boodschap. Antwerpen als thuishaven lijkt hiermee evident te zijn. Een andere afbeelding, die uit de eindperiode van de Red Star Line dateert, is bijzonder geslaagd: ze toont de imposante stoomboot ‘Belgenland’ in de valavond, waarbij het licht van de kajuiten weerspiegelt op de Schelde. In de vaag azuurblauwe lucht schitteren de sterren al, terwijl we inderdaad in de verte ‘de lichtjes van de Schelde’ ontwaren, en het rijzige silhouet van de toren, die de stad als het ware lijkt te beschermen en de passagiers een laatste keer groet. Ongedateerd, maar waarschijnlijk rond de vorige eeuwwisseling (?) is een prentkaart met aan de linkerzijde de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal waar achter de top van de toren de vlag van Red Star Line waait, en ernaast, op juist dezelfde hoogte, de skyline van New York, waarbij het hoogste en rankste gebouw zo is weergegeven alsof het een moderne verschijning van de toren zelf is (deze wijk, Battery Park, was voor de Europese migranten een trekpleister om er te wonen).

Rond diezelfde periode verschijnt ook een reclameposter van de Antwerpse verzekeringsmaatschappij ‘Antverpia’. Weliswaar bevindt hun hoofdzetel zich in Mariaburg, de voormalige wijk van Ekeren, nu te Brasschaat, maar op de poster wordt maar al te graag uitgepakt met de rede van Antwerpen en met de kathedraaltoren die in het midden prijkt. Zou hier de toren hier niet alleen als symbool staan voor de naam en de Antwerpse wortels, maar ook voor de betrouwbaarheid van de verzekeraar?

Een andere publiciteit die in het oog springt is Elixir d’Anvers van F.X. De Beukelaer. Pal in het midden, op een weg in het park, staat een reuzegrote fles Elixir afgebeeld, waar mannen en vrouwen in verbazing rondtroepen. Het enige wat de stad doet herkennen er de verbinding mee maakt, is de toren die boven de bomen uit prijkt, en het spiegelbeeld vormt van de ranke flessenhals. Uiteraard is daarbij de toren net ietsje hoger dan de fles zelf. De afbeelding wordt vandaag nog altijd gebruikt.

De toren in het toerisme

Doorheen alle eeuwen stroomden bezoekers naar onze stad, bekend en minder bekend. Sommigen, zoals Albrecht Dürer in de 16de eeuw of Vincent Van Gogh in de 19de eeuw, zochten hier naam en faam, anderen waren handelaars die niet anders konden dan de schoonheid opmerken tussen hun drukke bezigheden in, weer anderen waren wat we nu ‘toeristen’ noemen: zij met de middelen en de tijd om er voor lange tijd tussenuit te trekken. Met de komst van de moderne transportmiddelen kwam de ontdekking van onbekende plekken voor een veel groter publiek in het bereik, en dat gaat hand in hand met een groeiende productie gericht op deze nieuwe ontdekkingsreiziger: denk maar aan gidsboeken, stratenplannen, ansichtkaarten, koekjesdozen, en nog zoveel meer. En uiteraard kon op al deze de afbeelding van één monument niet ontbreken: de kathedraal en haar toren. Symbolisch zal ze vaak dezelfde functie vervullen: als synoniem voor de stad in haar geheel.

Maar in vele afbeeldingen wordt op originele wijze een combinatie bereikt van gelaagde betekenissen, zoals avontuur, bestemming, en zelfs vooruitgang. Zelfs kan men stellen dat, alhoewel gedurende vijf eeuwen het uitzicht van de kathedraaltoren niet wijzigde, deze toren in afbeeldingen al vele gedaantewisselingen onderging.

Op menige toeristische uitgave, en niet alleen van de eigen stedelijke Dienst voor Toerisme, maar evenzeer van uitgeverijen voor reisgidsen, prijkt de Onze-Lieve-Vrouwetoren als eerste gids en herkenningspunt van de Scheldestad. Maar nog meer staat hij er als boegbeeld van de hoogstaande kunst en de rijke geschiedenis van de Antwerpse metropool. Hetzelfde gaat op voor menig imposant fotoboek over ‘het stad’.

Anvers (Eglise Notre-Dame), Rouen, datum onbekend (interbellum?)
(Ansichtkaart, rede van Antwerpen in aquarelkleur, Zeppelin op voorgrond)

De functie van deze kaart, iets kleiner dan een gewone postkaart, is niet geheel duidelijk. Ze is uitgegeven door een zekere Maurice Léger ‘Maison de Nouveautés – Tissus en tous Genres’ te Rouen, Frankrijk. De gekleurde voorzijde toont de rede van Antwerpen in heldere tinten blauw, wit, en rood. Een unicum hier is de afbeelding van een Zeppelin, die boven de Schelde zweeft, en het oog via zijn voorste punt naar de kathedraal leidt (merk trouwens op dat hier daardoor visueel ook een zeldzaamheid wordt bereikt: gewoonlijk zal het oog van de toeschouwer eindigen op de kathedraaltoren, die de blik naar boven zal leiden; hier daarentegen wordt de blik via het topje van de toren naar beneden gebracht, een ietwat vervreemdend effect). Waar de Zeppelin vandaan komt, weten we niet, vermoedelijk uit Frankrijk gezien de woonplaats van de bezoeker. Aan de kaaien zien we een passagiersstoomboot – vermoedelijk van de Red Star Line, te zien aan zijn grootte – en aan de kaai zelf ontwaren we nog net de eertijds lange wandelboulevard aan de kaai zelf, omlijnd door bomen. Onze bezoeker schrijft over de kathedraal: “(elle) rivalise en grandeur et en hardiesse avec les églises les plus célèbres de la chrétienté.” Wat is nu symbolisch de betekenis van de toren in deze afbeelding, waar ook de Zeppelin prominent de aandacht opeist? We kunnen er niet omheen dat de auteur van de kaart niet alleen de toeschouwer deelgenoot wil maken van een belevenis, maar ietwat ook wil pochen met het mooie avontuur: stad en toren staan er bijna als een verafgelegen droomplek, gezien vanop het water, met zowat het zelfde dramatisch effect als wanneer men in Venetië het San Marco plein nadert via het water. Het straalt avontuur en verlangen uit, waarbij de afstand nog eens extra in de verf wordt gezet door transportmiddelen af te beelden die je niet elke dag nam: stoomboten, zeilschepen, en de Zeppelin. Je zou voor minder gaan dromen over een bezoek aan Antwerpen. De toren lijkt als het ware te zeggen: hier is het, probeer tot hier te geraken, en je zal rijkelijk beloond worden voor je inspanning.

Cruisevaarders veroveren Antwerpen, Het Nieuwsblad, 1998-1999?
(Zwart-wit foto, cruiseschip voor de rede, toren uiterst rechts)

Het Van Dyck-jaar in 1999 was natuurlijk een topjaar voor Antwerpen. Een opvallende foto verscheen toen in Het Nieuwsblad, waarbij werd aangekondigd dat er voor dat jaar maar liefst 24 cruiseschepen zouden aanmeren. Op de foto zien we de Pacific Princess die majestueus de volledige kade voor het Zuiderterras inneemt. We zien hoe alle gebouwen errond, zelfs de KBC-toren, als het ware verkleinen naast zoveel macht en sierlijkheid. Maar wie blijft er toch met kop en schouder boven uitsteken? Jawel, de kathedraaltoren, die uiterst rechts erin slaagt om erbovenuit te tronen, en letterlijk op de boot wat neerkijkt, men zou in een lyrische bui kunnen stellen: met een blik van nieuwsgierigheid en bestudeerde achteloosheid. De fotograaf weet hier knap een symboliek vast te leggen van de stad als avontuurlijke, te ontdekken bestemming, door de combinatie van deze hypermoderne boot en de blijvende, heersende toren. En zo wordt terug een link gelegd met de eerste afbeelding, die van Marcel Léger te Rouen, die ook dezelfde truc toepaste: de combinatie van transport en de toren, als symbool van bestemming en eindpunt.

De drie zustersteden, gids K.L. Ledeganck, begin jaren 1970?
(Drie torens op een achtergrond van lichtgeel, titel aan rechterzijde, zwart – wit – geel)

Op het einde van de jaren ’60 en ’70 wordt het allemaal wat grauwer, doordat ook de samenleving toen in een economische crisis tuimelde met een weerslag tot ver in de jaren 1980. Die grauwe, kille wijze – men zou bijna durven zeggen: ongedurfd, zonder veel inspiratie – zien we terug in deze omslag van een gids voor ‘De drie zustersteden‘ (volgens de auteur: Gent, Brugge, Antwerpen). Drie torens, telkens bijna voor de helft opgedeeld in zwart, dat het geheel toch een zwaar, monotoon karakter bezorgt. En helemaal bevreemdend is de kleine gestalte van de toren, die van alle drie toch wel niet de hoogste is! Enige troost kunnen we vinden in het perspectief: van alle torens is zij het verste afgebeeld, en de kijker zal dat misschien ook beseffen. Als er al enig symbolisme bedoeld was, gaat dit voor een zeldzame keer verloren in de starre, levenloze afbeelding. We kunnen niet anders besluiten dat in deze afbeelding – misschien onbeholpen – de kathedraaltoren oneer wordt aangedaan, en haar symbolische waarde tot het minimum wordt herleid.

La Patrie Belge, X, 1930
(gekleurde omslag, monumenten op een bergachtergrond, toren rechts)

Uiteraard werd tijdens het interbellum toch ook nog vastgehouden aan de traditionele afbeeldingsvormen – misschien wel bedoeld om het lezerspubliek van deze gids niet al te zeer af te schrikken. We zien er onder de verzameltitel ‘La Patrie Belge’ een verzameling van monumenten, op een achtergrond van een berg (Dinant?) en een voorgrond van pittoreske huisjes (Brugge?) naast een stoomboot (Red Star Line?). De monumenten hier zijn van links naar rechts: het stadhuis van Brussel, het Belfort van (Ieper/Brugge?), Gent?, onbekend, en uiteindelijk de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal die mee met het stadhuis van Brussel voor de opwaartse stuwing zorgt van de kijkersblik. Een mooi detail is de toren die als het ware opdoemt uit de stoomwolken van het schip beneden, als het ware een mooie symbolisering van de onlosmakelijke band van de stad met haar haven en de rest van de wereld. Van alle afbeeldingen op deze omslag wordt enkel bij Antwerpen dit effect bereikt, door de (ongewilde?) toevoeging van dit detail. Merk op dat de inkleuring en de techniek van de volledige afbeelding toch wel heel sterk aan het impressionisme doet denken: dezelfde kleuren, dezelfde transparantie, de zelfde vlekkerige wijze van de penseeltoets, vooral op het water. Met spijt moeten we vaststellen dat de voorstelling van de torenverdiepen niet zo heel accuraat is. Maar al bij al slaagt deze afbeelding erin een dynamisme te symboliseren van een trotse, wervelende stad.

Antwerpen en omliggend toerisme, gids, Antwerpen (interbellum?)
(Silhouet van de toren, water, boot, blauw en zwart)

Alhoewel natuurlijk het uitzicht van de toren doorheen 500 jaar niet wijzigt, is het toch opmerkelijk hoe de afbeelding ervan deels beïnvloedt wordt door de kunstperiode. Tot ongeveer het einde van de 19de eeuw ondergaat de afbeelding van de toren geen noemenswaardige wijzigingen: ze wordt steeds getrouw en gestileerd weergegeven, of het nu een schilderij op grote dimensies betreft, een postkaart, of een handelsposter. Dit leunt uiteraard nauw aan bij de heersende kunstopvatting: een andere wijze van afbeelden was gewoon niet gekend. Dit verandert allemaal bij de vorige eeuwwisseling, wanneer kunststromen opkomen zoals de romantiek, impressionisme, surrealisme en zelfs nihilisme. Het heeft ook allemaal zijn invloed op de kathedraaltoren. Een bijzonder goed voorbeeld daarvan is de omslag van deze gids: we herkennen nog de toren, die de aandacht opeist, maar zowel van stoomboot, Schelde en bouwwerk is abstractie gemaakt in rechte, dikke lijnen die dan nog eens tot een minimum beperkt zijn. Weg met de romantiek van de gotiek, in deze afbeelding wordt resoluut aansluiting gezocht bij de moderne tijden zonder het oude overboord te gooien. In de lijnen herkennen we de vloeiende, soms strenge architectuur van de jaren ’30 (denk Bauhaus en le Corbusier), en de abstractie van afbeelding waarmee toen Picasso en Léger in Parijs experimenteerden. Bijzonder ook is hoe een sterk effect wordt bereikt met een minimum aan kleur. De roaring twenties, en je voelt inderdaad het optimisme en de drang naar vooruitgang in deze afbeelding. De toren staat er niet symbool te wezen voor een verleden, of voor een geloofsgemeenschap. Hier lijkt ze de trots en inventiviteit te symboliseren van haar bouwers, alsof de toren zegt: zie wat er mogelijk is – met inspanning en durf kan je soms iets neerzetten dat over de generaties heengaat.