De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen, een openbaring.

Inleiding

Beste lezer,

De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal is zonder twijfel het meest eerbiedwaardige monument van Antwerpen. De elegante Onze-Lieve-Vrouwetoren, misschien wel de best geslaagde gotische toren ooit, is de trots en het symbool van Antwerpen. De ruimte van de grootste gotische kerk van de Nederlanden imponeert bij de eerste aanblik. Een meer verborgen hoogtepunt is de houten renaissancelichtkoepel, enig in zijn genre. De wereldberoemde Rubensen maken van deze kerk een van de meest toeristische trekpleisters van het land. De Kruisafneming geldt overigens als icoon van Rubens en van de barokschilderkunst. En zoek je een sterk voorbeeld van neogotische herinrichting, dan ben je hier op het juiste adres.

Toch wil dit boek geen traditionele gids zijn die enkel focust op de hoogtepunten of de bezienswaardigheden een voor een encyclopedisch overloopt. Wat u in de komende bladzijden wel tegemoet gaat, is de ontsluiting van de kathedraal. Hierbij vertellen haar functies en geschiedenis, haar architectuur en kunstschatten het verhaal van mensen in wel en wee. Er is geen kerk die zo verweven is met de geschiedenis van de stad; zelfs de gevolgen van de evolutie van de loop van de Schelde laten zich aflezen in de hoogte van het vloerniveau. Eeuwenlang was deze kerk een spiegel van de stedelijke samenleving doordat de ambachten en gilden er vertegenwoordigd waren met een eigen altaarruimte. De aankleding daarvan laat toe het verhaal van ‘de werkende mens’ te benaderen. Het zijn trouwens zijn werkorganisaties die de opeenvolgende uitbreidingen van de kerk bepaald hebben met als verbluffende uitloper tijdens Antwerpens Gouden Eeuw de megalomane, maar onvoltooide droom van het ‘Nieuwe Werck’. Het is ook verrassend hoeveel sociaal-culturele instellingen vanuit deze kerk ontstaan zijn inzake ziekenverpleging, armenzorg, luisterhuizen, onderwijs, zangscholing, bibliotheekwezen. De zwarte bladzijden van de geschiedenis worden gekleurd door ideologische twisten, de ene al stormachtiger dan de andere. Ook binnen dezelfde katholieke traditie treden er smaakverschillen op, met gevolgen die zich laten gevoelen. Het is zelfs de vraag of Luigi Guicciardini, die de kathedraal in 1567 bejubelde als een seer groote en costelijcke kercke, heerlijk over al verciert, haar nog in haar kaalheid direct zou herkennen.

Het volledige verhaal van deze kerk in een publicatie uit de doeken doen is echter een onoverkoombare opdracht als je weet dat alleen al de themarondleiding ‘Sint-Valentijn’, over liefde, trouw en huwelijksgebruiken, hier twee uren in beslag neemt. Daarom gaan we niet verder in op de talrijke kunstwerken die vernield zijn of in musea zijn terechtgekomen, en beperken we ons tot het nog aanwezige patrimonium. Maar als je nieuwsgierig bent naar het antwoord op de vragen waarom de noordertoren, die vroeger geen ‘123 meter’ hoog was, toch hoger leek, en de zuidertoren klein gebleven is, waarom een haan op de toren staat en waarom een auerhaan op de preekstoel, hoe de kanunniken het nodige daglicht in hun bibliotheek voorzagen of voor welke wijn men vroeger liefst naar de herberg trok, daarvoor kan je in dit boek terecht, en voor nog zoveel meer.

Kerkelijke kunst is niet gecreëerd om kunstobject te zijn, maar wil de mens vervoeren tot een belevenis, esthetisch en spiritueel. Het kunstwerk staat dan ook zelden op zichzelf. Het hoort thuis in de godsdienstbeleving van een gemeenschap, die haar identiteit en haar beeldtaal ontleent aan traditie. En dat gaat evenzeer op voor een monumentale altaartriptiek van Rubens als voor een minder opvallend schouwstuk in een vergaderkamer. Kunstgeschiedenis is onderdeel van cultuurgeschiedenis.

De kathedraal brengt ons in verbinding met de accenten die vroegere generaties in hun christelijk geloof hebben gelegd. Maar wil de eeuwenoude kathedraal zichzelf respecteren, dan mag ze zich niet laten degraderen tot een museum van oudheidkunde. Juist vanuit het respect voor de traditie wil de kathedraal, aldus haar missietekst, een voortrekkersrol blijven vervullen om ‘te inspireren en aan te zetten tot reflectie’ en ze wil dus ook toegankelijk blijven voor de mens van vandaag. Daarom verkiezen we met deze publicatie, in plaats van aan zoveel mogelijk kunstwerken kort voorbij te gaan, er zoveel mogelijk in hun context te plaatsen en er langer genietend bij te verwijlen: een facet van toerismepastoraal, of klinkt slow art pittiger? Hopelijk mag deze publicatie bijdragen om de missie van deze kathedraal te vervullen en uit te dragen. Zelfs ‘als de leerlingen zwijgen’, aldus Jezus, ‘zullen de stenen roepen’ (Lc. 19:40).

J.F. Dehautpré, Tour de Notre-Dame à Anvers, gravure, s.d. - © TOPA-Documentatiecentrum · Antwerps Kerkelijk Erfgoed