De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen, een openbaring.

De parochiekerk

De uiterste zuidbeuk is van meet af aan bedoeld als parochiekerk, vandaar dat ze zo breed als de middenbeuk is. Daar staan het eigen parochiealtaar, de preekstoel en de doopvont. Daar hoort ook een eigen sacristie bij en de ‘Tafel van de Heilige Geest’. Tot 1640 hebben de kerkmeesters hun vergaderlokaal (hun ‘kamer’) vlak bij de kapel, nu sacristie van de Venerabelkapel. Misschien dat in de 16de eeuw de eerste biechtstoelen hier stonden, maar daarna komen de meeste in de kooromgang te staan. In de 17de eeuw richt men in een van de annexen een ‘trouwkoor’ in: een aparte kapel in de vorm van een burgerkamer die intiemer is voor het doorgaans beperkte gezelschap dat toen de huwelijkssluiting volgde. Bovendien zorgden de lambriseringen voor iets meer warmte dan in de grote kerkruimten.

Het parochiealtaar

Voor haar diensten beschikt de parochie over een eigen parochiealtaar (gewijd in 1469). Vlak daarbij stond het gestoelte van de kerkmeesters. Enkele jaren na de splitsing van de parochie in Onze-Lieve-Vrouw-Noord en -Zuid in 1614 wordt dit altaar in 1621 opgeheven, en wordt deze ruimte opgenomen in de Heilig Sacramentskapel. De diensten gaan waarschijnlijk daar verder door.

Kathedraal Antwerpen - Het vieringaltaar (UA)

Het vieringaltaar

Door de opheffing van het kapittel in 1801 en door de afbraak van het koordoksaal lag de weg vrij om het te herbouwen hoofdaltaar aan de parochiegemeenschap toe te wijzen. Waar voorheen tientallen missen werden gecelebreerd op even zo vele altaren, moest het nieuwe hoofdaltaar van Jan Blom (1824) beantwoorden aan enkele massaal bijgewoonde misvieringen op zon- en feestdagen, die de hele middenbeuk vulden.

Bij de voltooiing van de restauratie van het koor in 1993 kan men de gemeenschapsgedachte – een belangrijk accent van het Tweede Vaticaans Concilie – meer definitief vorm geven in een marmeren tafelaltaar. Hiervoor heeft men het kostbare zilveren antependium met De geboorte van Onze-Lieve-Vrouw, door Jan Verschuylen (1865) geleend van het zogenaamd Schoenmakerskapelletje, op de Schoenmarkt, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Toevlucht. Badend in het licht van de ondergaande zon die doorheen het gebrandschilderde maaswerk in de westgevel binnenvalt, lijkt het antependium wel in goud te veranderen …

Kathedraal Antwerpen - Sluitsteen doopkapel: "het doopsel van Jezus" (UA)

De doopkapel

Op het westelijk uiteinde van de uiterste zuidbeuk bevond zich de doopkapel. De gewoonte om zo snel als mogelijk na de geboorte te dopen, ook ’s nachts, zorgde ervoor dat de doopkapel gemakkelijk toegankelijk was bij de ingang van de kerk, hier de zijingang onder de zuidertoren. Hieraan ligt de toenmalige katholieke theologie ten gronde dat men eerst gedoopt moet zijn vooraleer men de kerkgemeenschap vervoegt en het kerkgebouw betreedt. In de ruimte van de bookshop herinneren de reliëfs van de twee sluitstenen (tussen 1430 en 1469) aan die oorspronkelijke functie: Het doopsel van Christus en Engel die Jezus’ kleed vasthoudt.

Omdat de aalmoezeniers graag hun kapel hebben bij hun andere lokalen aan de zuidbeuk, wordt de doopkapel overgebracht naar het uiteinde van de tegenoverliggende uiterste noordbeuk, bij de zijingang onder de noordertoren. Een van de gedoopten aldaar, anno 1599, is Antoon van Dyck. Wanneer de parochie in 1614 wordt opgesplitst in Onze-Lieve-Vrouw-Noord en -Zuid, wordt de bestaande doopkapel eenvoudigweg in tweeën verdeeld, met twee afzonderlijke deuren, doch met behoud van de ene doopvont die aan de eigen kant bediend werd.

Nu staat de doopvont midden in de kerk, tegenover de preekstoel. Volgens de theologie van het Tweede Vaticaans Concilie, die meer de Kerk als gemeenschap belicht, word je door het doopsel in de kerkgemeenschap opgenomen – als antwoord op het woord van Jezus dat je aangesproken heeft.

Voor raadpleging van de doopregisters gaande tot aan het Frans Bewind, moet je naar het Stadsarchief, de volgende registers rusten in het parochiearchief.

Lathedraal Antwerpen - Sluitsteen doopkapel: "engel die Jezus' kleed vasthoudt" (UA)