Geschiedenis van de St-Andrieskerk

De grondleggers van dit bedehuis zijn de paters augustijnen. In 1513 openden deze mon­nik­en een kapel als aanzet voor de bouw van een klooster en van deze kerk. Omwille van hun sympathie voor hun protesterende ordegenoot Maarten Luther werd het klooster in 1522 op bevel van Margareta van Oostenrijk opgeheven en werden een jaar later twee mon­nik­en in Brussel terechtgesteld.

In 1529 werd het bouwsel als parochiekerk ingewijd. Langzaam maar onvermoeibaar zijn de parochianen van Sint-Andries enkele zware tegenslagen te boven gekomen, zoals de Beelden­storm (1566), de afbraak van koor en dwarsbeuk door de Calvinisten (1581) en de instorting van de toren (1755). Met kunstzinnigheid hebben ze hun kerk uitgebouwd tot een monumentaal ‘Godshuis’.

De kerk en haar inboedel overleven de Franse Revolutie dankzij de eed van een kerkelijk ongehoorzaam priester! Bovendien wordt een aantal kunst­werken uit voormalige klooster­kerken gerecupereerd, o.m. het barokke hoofdaltaar, en worden nieuwe barokke kunst­werken toegevoegd zoals de monumentale preekstoel (1821) en de kruisweg (ca.1850).

In de jaren 1970 vond een algehele restauratie van het kerkgebouw plaats.