De zijaltaren van de St-Andrieskerk

In 1663, meteen na de bouw van de dwarsbeuken, richtten de broederschappen elk een zijaltaar aan weerszijden van de hoofdbeuk.

 

Heilig Kruisaltaar

marmer, barok, portiekaltaar met kariatiden van Cornelis Van Mildert, 1663;

schilderij Calvarie, Frans Francken II, 1603;

marmeren altaar­tuin van Jan Antoon Van den Cruyce I en II, 1672.

Getrouw aan de gotische symboliek situeert de devotie omtrent Jezus’ liefdeoffer op ‘het Kruis’ zich aan de zuidzijde. Het vroegere houten altaar was sinds 1603 getooid met een geschilderde ‘Calvarie’ van Frans Francken II, trouwe parochiaan van Sint-Andries. Voor de gloedrode hemel waar het lichaam van de gestorven Christus tegen afsteekt, stond Vincent Van Gogh, in 1886 in bewondering. Het retabel werd aangepast en waarschijnlijk van zijn luiken ontdaan toen Cornelis Van Mildert in 1663 een exuberant, marmeren portiek­altaar optrok. Zijn de twee binnenste zuilen zwaar en geschroefd, de twee buitenste zijn herschapen tot een hupse kariatide met als kapiteel de naturalistische rieten bloemenkorf op hun hoofd. Beide bloemenmeisjes voeren het hoogbarokke karakter van dit altaar ten top.

Heilig Kruis-monument:

“Wie Mijn volge­ling wil zijn, moet zijn kruis opnemen” (Mt. 16:24).

Altaar van St.-Anna

marmeren barok altaar van J. Van der Cruyce, 1673;

schilderij Maagschap van St.-Anna, Maarten Pepijn (?);

marmeren altaartuin, Michiel I Van der Voort (?), 1720?.

Ter ere van St.-Anna werd in 1594 opnieuw een altaar gewijd, mogelijk toen al voorzien van het huidige schilderij, dat ook wel eens aan Maarten Pepijn wordt toegeschreven. Met de Maagschap van de H. Anna wordt bedoeld haar brede familieverwantschap; een populair thema in de middeleeuwen toen het individuele gezin niet zo centraal stond. Aldus de traditie, huwde Anna achtereen­volgens met Joachim, Cleofas, en Salomas en werd uit elk huwelijk telkens één dochter geboren: een Maria. Het spreekt vanzelf dat vooral de familieband tussen oma Anna, moeder Maria en het kind Jezus centraal stond.

In 1663 wordt in opdracht van het gelijknamige broederschap een marmeren portiekaltaar opgetrokken door Jan Antoni Van der Cruyce. Waarschijnlijk werd qua formaat het oude altaarstuk aangepast.

Voor elk der beide pilaaraltaren staat nog – zeer uitzonderlijk – de altaartuin. Volgens de baroktrend is het constructieve raamwerk opgetrokken in zwart marmer en contrasteren daarmee de witte, deels opengewerkte reliëfpanelen.

Bij de bijzonder decoratieve H.-Kruis-afsluiting, werk van Jan Antoon Van den Cruyce I en II, 1671-‘72, wordt Jezus’ kruisoffer verder geïllustreerd door de lijdenswerktuigen.

De eenvoudigere tuin van het St.-Anna-altaar, die ofwel dateert van 1675 ofwel toe te schrijven is aan Michiel I Van der Voort, ca. 1720, bevat enkele heiligenmedaillons.