De marteldood van Sint-Andreas

Schilderij, Otto Van Veen, 1594 -1599; het modello staat in de schatkamer.

Bij het herstel van de kerk na de Beeldenstorm gaat de meeste aandacht naar het nieuwe hoofdaltaar in de hoofdbeuk. Zoals het hoort bij de Contrareformatie, wordt de patroonheilige royaal (437 x 287 cm) opgevoerd als heldhaftige martelaar. In 1594 word een contract getekend met Otto Van Veen, de schilder die dan in Antwerpen groot gezag heeft en die datzelfde jaar P.P. Rubens als leerling kreeg. De overeenkomst werd gesloten op basis van een gedetailleerd modello van de hand van Van Veen. Sinds 2006 is dat modello terug eigendom van de kerkfabriek. We raden u aan om het grote schilderij te vergelijken met het modello dat nu in de schatkamer wordt bewaard. Dit ‘modello’ toont levendige details en kleuren in scherp contrast met het finaal werk, dat later werd gelijmd, overschilderd en herkaderd waardoor het sterk inboette in beeldkwaliteit. Spijtig, zeker wanneer je beseft dat de jonge Rubens als leerling en erna als vennoot meer dan waarschijnlijk hielp in de totstandkoming ervan.

De twee stukken van de predella zijn de twee versies van het verhaal van de roeping van de patroonheilige. Links laten Andreas en zijn broer Petrus – naar de synoptische evangeliën – hun netten achter om Jezus te volgen (Mt. 4:18-20). Hun blik is pathetisch, hun fascinatie weergevend. Rechts volgt Andreas – naar Joh.1:35-40 – Jezus met een andere leerling.

Andries, volgens de overlevering apostel in het huidige Turkije en Griekenland, stierf als een martelaar rond 66 te Patras. Het tafereel kan verwarren: de Romeinse proconsul is niet de kruisiging van Andries aan het bevelen maar zijn bevrijding ervan, waarbij hij onder druk van de massa het eerste bevel intrekt. De soldaten zijn dus niet het kruis aan het oprichten, maar Andreas aan het losmaken, maar helaas, het is te laat. Andreas bezwijken, omgeven door een aureool van goddelijk licht, teken van Gods aanwezigheid. Het lijkt erop dat vooruitlopend op de vreugde van de ontmoeting met God, hij de pijn van de marteldood niet meer voelt. Symbolisch reiken engelen de hemelse beloning aan Andreas, waardoor het hooggeheven kruis van de marteldood iets meekrijgt van een trofee.

Wanneer 40 jaar later Rubens dit onderwerp opnieuw opneemt voor een Vlaamse kapel in Madrid weet hij door een dynamische eenheid in de compositie het gehalte aan dramatiek te verhogen. Merk tevens op hoe een vergelijking opgaat met Rubens’ meesterwerk De Kruisoprichting in de kathedraal van Antwerpen. Niet enkel de compositie is identiek, ook dezelfde figuren verschijnen, zoals het kind en zijn bedroefde moeder op de voorgrond. Van Veen’s pup is er volgroeid tot een bedreigende viervoeter.