De Antwerpse Sint-Andrieskerk, een openbaring.

De biechtstoelen en de tochtportalen

Om het privékarakter van het biechtgesprek te ondersteunen creëert het Concilie van Trente (1545–1563) een nieuw kerkmeubel: de biechtstoel. De parochianen kunnen gaan biechten bij een priester naar keuze: de pastoor, onderpastoor, kapelaan of een vreemde priester.

In 1628 staan in elke beuk twee biechtstoelen; ze zijn het werk van Filip Van Muysvelt. Zij maken later plaats voor exemplaren van het open type, in een classicistische laatbarokstijl: die zijn het werk van schrijnwerker Frans Van Overdeput, met in de zuidbeuk (1773–1776) snijwerk van Willem Roefs en Michael Ignatius D’Heur, in de noordbeuk (1783–1785) enkel van Willem Roefs. De biechtstoelen hebben vooraan, aan de cel van de biechtvader, vier vierkante zuilen terwijl de zijcompartimenten worden geflankeerd door effen, holle (!) zuilen, alle van de composiete orde, waarin de Korinthische en de Ionische orde met elkaar gemengd worden. Naar barokke gewoonte zijn deze meubels geïntegreerd in een doorlopende lambrisering. De derde biechtstoel, die in elke beuk pas omstreeks 1895 wordt toegevoegd door de gebroeders Van Mierlo, is identiek qua opbouw, stijl en decoratieve details.

Nabij het zijaltaar in elke zijbeuk is in de lambrisering een gestoelte aangebracht voor de bestuursleden van de betreffende broederschap.

De beide ingangen van de dwarsbeuk krijgen einde 18de eeuw een monumentaal tochtportaal in classicistische barokstijl. Zij vormen elkaars statige tegenhanger. Ze zijn getooid met medaillons waarin een buste van een apostel prijkt. Aan de zuidkant krijgt de patroonheilige Andreas de ereplaats in de bekroning en wordt onderaan geflankeerd door Petrus en Paulus. Aan de noordkant wordt Sint-Jacob de Meerdere vergezeld door Johannes en Simon.