De Antwerpse Sint-Andrieskerk, een openbaring.

De bijgebouwen

Pastoor Peter Visschers, Jozef Correns, 1848 - Sint-Andrieskerk, kerkmeesterkamer

Bij een parochiekerk hoort de ambtswoning van de parochieherder, de pastoor. Dit ‘pastoreel huys’ aan de oostkant van de kerk, achter het koor, moet in 1765 wijken voor de uitbreiding van dat koor. Voor de nieuwe pastorie laat de kerkfabriek in 1767 de huizen Sint-Marcus en Sint-Jan in de Kerkstraat tot één geheel verbouwen (nu Sint-Andriesstraat 7). De blauwe hardstenen deuromlijsting integreert de waaier tot één geheel in Lodewijk XV-stijl.

Onder impuls van pastoor en cultuurhistoricus Peter Visschers legt de kerkfabriek in 1852 op het voormalige ‘klein kerkhof’ de eerste steen voor een ruime pastorie naar een ontwerp van Pierre Paul Stoop. De ironie van het noodlot wil dat de erudiete priester vijf jaar later, in zijn enthousiasme om zijn bibliotheek te raadplegen, van een ladder valt. Hij komt er niet meer bovenop en overlijdt in 1861. Het gepolychromeerde houten Mariabeeld op de straathoek, dat hier in 1963 werd geplaatst, is afkomstig van de hoek Bogaardestraat en Aalmoezenierstraat.

In 1864–1866 bouwt J. Van Hall de grote sacristie. Ze wordt met het hoogkoor verbonden via een gang dwars door de oude sacristie van 1769, die zo opgesplitst wordt in meerdere kleine vertrekken, waaronder de misdienaarskamer.

Een van de eerste gebouwen van de nieuwe parochie in 1529 is bestemd voor de parochiale school o.l.v. meester Claudius Luython. Voor de kinderen die zes dagen op zeven thuis de stiel van vader leren, richt de parochie in 1606 de zondagsschool op.

Om in de 19de eeuw tegemoet te komen aan de enorme kinderpopulatie bouwt de parochie vier scholen, waaronder een in 1874–1877 op de grond van het voormalige noordelijke kerkhof; architect is Lodewijk Baeckelmans. In dit gebouw komen naast de grote zaal voor de zondagsschool ook een magazijn en de nieuwe, neogotische kerkmeesters kamer. De zondagsschool dient nadien als catechesekapel en sinds de ravage door de V-bom-inslag op 2 januari 1945 als winterkapel.

In de kerkmeesterskamer prijkt een mooie verzameling 20ste-eeuwse kerkinterieurs, onder meer van Edgar Farasijn (1858–1938), Felix Gogo (1872–1953), Robert Boudry (1878–1965), Lambert Laureys (actief ca. 1935), Leo Engels (1882–1952), Jos Tilleux (1896–1978), Remi Van Sluys (1907–1994) en Bernard Steyaert (1909–1997). Vooral het hoogbarokke Heilig-Kruisaltaar aan de zonnige zuidkant komt dikwijls in beeld. Van twee pastoors die elk een aparte inbreng hebben in de geschiedenis van de kerk is er een portret: Alexander Van der Stallen (Jan Mertens, na 1788 en Petrus Visschers (Jozef Correns, 1848).

R. Meurisse, De zuidbeuk en de Venerabelkapel, olie op doek, voor 1970 - Sint-Andries, kerkmeesterskamer
Felix Gogo, Het Heilig-Kruisaltaar, olie op doek, 1943 - Sint-Andries, kerkmeesterskamer
S. De Cnodder, Volksvrouw die een kaarsje ontsteekt bij Sint-Antonius Abt, olie op doek, midden 20ste eeuw - Sint-Andries, kerkmeesterskamer
Leo Engels, Het stil gebed, ets naar een eigen schilderij (voor 1940) - Sint-Andries, kerkmeesterskamer

De kelder is sinds 2006 ingericht als feestzaal met een vloerverlichting die de pijlers en gewelven een feeëriek karakter geeft. De 16de-eeuwse waterput wordt oorspronkelijk gebruikt door de omwonenden van de Augustijnenstraat. Voor het comfort van de koster wordt in de toenmalige sacristie een tweede put gegraven. Een heus ondergronds aquaduct zorgt voor de waterafvoer van de kerkdaken. De naam van de zaal, Exspecto, alludeert op het geloofsartikel ik verwacht de opstanding van de doden dat hoop gaf aan de doden die hier tot 1786 in (de grond van) het kerkhof rustten. Gestimuleerd door hun feestgedruis kijken nu ook de levenden hier uit naar een feest zonder einde … De gelijkvloerse ontmoetingszaal Why Waai ontleent haar naam aan de winderige Waaistraat voor de westtoren.

De doopkapel bevond zich traditioneel nabij de hoofdingang van de kerk, meer bepaald onder de toren, tot deze in 1755 instortte. Nadien kwam er een aparte doopkapel: een vierkant zijgebouw dat aanleunde tegen de zuidbeuk. Bij de grootse restauratiecampagne heeft deze kapel omstreeks 1970 plaatsgemaakt voor het ruime groenplantsoen naast de kerk.

Door het bruusk stopzetten van de laatste restauratiefase in 1976 stroomt het regenwater in het braakliggende terrein in de Augustijnenstraat, waardoor in 1983 de sacristie van de Onze-Lieve-Vrouwe kapel instort. Op dat terrein worden pas in 2002 een stookplaats en een museale bergplaats, alias schatkamer, gebouwd. In 2006 wordt de sacristie van de Venerabelkapel ingericht als archiefkamer. De zondagsschool, sinds 1945 winterkapel, krijgt in de jaren 1960 een moderne inrichting, die men in 2004 gretig aanwendt om er een ontmoetingszaal van te maken.