De Antwerpse Sint-Andrieskerk, een openbaring.

De glasramen aan de noordzijde:
de Zeven Sacramenten

Door de inslag van een V-bom op de Vrijdagmarkt, op 2 januari 1945, worden alle glasramen in de noordbeuk en de noorddwarsbeuk verbrijzeld. De oorlogsschade biedt glazenier Jan Huet de mogelijkheid in 1963–1966 een groots project uit te werken rond het thema van de Zeven Sacramenten, aan de hand van Bijbelse passages. Elk sacrament krijgt een symbolische hoofdkleur.

De Eucharistie
(noorddwarsbeuk)
(1963, goudgeel)

  • Als Allerheiligste Sacrament prijkt de Eucharistie in het grote raam van de noorddwarsbeuk op een ereplaats. De instelling van de Eucharistie bij het Laatste Avondmaal is het nieuwtestamentische hoofdtafereel bovenaan. In de rechterbenedenhoek, iconografisch uiterst links, keert Judas, als enige zonder aureool, zich van het hoofdgebeuren af.
  • In het maaswerk staan herten en andere dieren symbool voor de gelovigen die hun vreugde vinden in Gods genade die uitgaat van het sacrament van de Eucharistie, zoals het in de top gesymboliseerd wordt door het Lam Gods (Apoc.), staande op een heuvel waaruit de vier paradijsstromen vloeien.
  • In de traditie van de middeleeuwse Biblia Pauperum of Armenbijbel wordt het hoofdtafereel daaronder typologisch begeleid door twee oudtestamentische voorafbeeldingen.
    • links het offer van Abraham. Abraham is bereid zijn enige zoon Isaac te offeren, maar de engel verhindert hem om met een dolk zijn zoon te doden: God wenst immers geen mensenoffers. Isaac ligt op een brandstapel. Vooraan in het struikgewas zit de bok die ter vervanging geofferd zal worden.
    • rechts Het joodse paaslam bij de uittocht uit Egypte (Ex. 12:1–28). Aan de rechterkant ligt een geslacht lam bloedend op de grond, terwijl een Jood met dierenbloed uit een schoteltje de deurlijst instrijkt (v. 7). Links, op een bakstenen fornuis, wordt een lam gebraden (v. 8–9), terwijl een man het voor zijn gezin versnijdt. Op de rand van de oven ligt (ongedesemd) brood. De volwassenen staan, volgens Gods voorschrift, vertrekkensklaar, ‘de lendenen omgord, de voeten geschoeid (hier omwikkeld) en een wandelstok in de hand’ (v. 11).
  • In de onderste zone staan onder meer:
    • Sint-Thomas van Aquino (1225–1274), in zwart-wit dominicanenhabijt, met aureool en met ten teken van goddelijke inspiratie een witte duif op de schouder (niet te verwarren met een hoofddoek!). Op zijn naam staat de hymne van het Heilig Sacrament, het Tantum ergo. Een gouden monstrans vóór hem toont dan ook de hostie.
    • Sint-Norbertus (ca. 1080–1136), die volgens de traditie bijzonder in Antwerpen het Sacrament verdedigd heeft tegen de ketterijen van Tanchelm. Met zijn abtsstaf geeft Norbertus het gifgroene monster te midden van vlammen symbolisch de doodsteek. Het tafereel herinnert overigens ook aan het eerdere, neogotische glasraam (Petrus De Craene, 1872) met hetzelfde onderwerp.
    • In het midden zit het broederpaar Kain en Abel als eerste offeraars (Gen. 4:1–4). De schaapherder Abel, blootsvoets en gekleed in een ruig dierenvel, biedt het eerstgeborene van zijn beste schapen als offer aan, een allusie op Christus, het Lam Gods. Nog eerbiediger geknield en deemoedig offert de landbouwer Kain in fijnere kledij vruchten (niet zichtbaar). De afgunst van Kain op zijn jongere broer Abel (omdat God enkel acht slaat op het offer van Abel) is hier niet aan de orde, enkel hun bereidwilligheid om aan God te offeren.

In de noordbeuk volgen de zes overige sacramenten elkaar op. Van oost naar west:

Het priesterschap
(1ste glasraam noordbeuk)

(1963, geel)

  • Niet de priesterwijding zelf wordt afgebeeld, wel het priesterschap dat zijn oorsprong vindt in Jezus’ liefdesoffer op het kruis, het nieuwtestamentische hoofdthema. Aan weerszijden vangt een zwevende engel het bloed van Jezus’ handwonden op in een kelk. Boven Jezus komt de hand van God uit de hemel tevoorschijn. Rechts van de gekruisigde Jezus staat Maria en aan de andere zijde een priester die de mis opdraagt, net op het moment van de consecratie van de hostie, het ‘lichaam van Christus’.
  • Boven: Christus’ aanwezigheid in het sacrament van de Eucharistie, geflankeerd door symbolen die het offerkarakter accentueren:
    • links: het Lam Gods.
    • rechts: de pelikaan die zijn borst openprikt voor zijn jongen.
    • in het maaswerk midden: een monstrans vereerd door wierokende engelen.
  • In de onderste zone oudtestamentische voorafbeeldingen van Jezus’ offer, zoals vermeld in de Romeinse canon van de Mis:
    • links Het offer van Abel. Blootsvoets en met een zwaard in de hand staat hij op het punt een lam te offeren. Op de voorgrond zijn schapen te zien, op de achtergrond fruitbomen en een koppel vogels.
    • midden Het offer van Melchisedek, in een tent,
    • · terwijl rechts Abraham, gevolgd door soldaten, voor hem knielt.

Het heilig vormsel
(2de glasraam noordbeuk)

(1964, rood)

  • Bij het vormsel ontvangt de gelovige vormeling de kracht van Gods Heilige Geest. Dit sacrament wordt geïllustreerd aan de hand van het pinksterverhaal, waarin Gods Geest vurig neerdaalt over de apostelen. In het midden zit Maria, symmetrisch omgeven door de twaalf apostelen. Allen krijgen ze een vlam, een vurige tong, boven het hoofd. De zeven gaven van de Heilige Geest die ze ontvangen, staan vermeld in de stralen:
    • links: ‘wijsheid’, ‘verstand’ en ‘raad’,
    • midden: onder een hand van God, ‘vreze Gods’, · rechts: ‘sterkte’, ‘wetenschap’ en ‘vroomheid’.
  • Het maaswerk baadt in een dominante rode gloed. De tekst luidt:
    • links: Vanuit / de troon / kwamen / bliksemstralen, / geluid en donder-/ slagen
    • centraal: de (lege) troon van (de onzichtbare) God, geaccentueerd door kerktorens, omgeven door zeven vlammen en bliksem schichten.
    • rechts: en / zeven / lampen / stonden / te / branden voor / de troon; dat zijn / de zeven geesten / van God / Apoc. / 4,5.
  • De onderste zone: engelen verpersoonlijken de drie goddelijke deugden (1 Kor. 13:13).
    • links: het Geloof, gewapend met een zwaard en een wapenschild waarop een kruis. Tekst: Corda fides fundat (Het geloof versterkt het hart).
    • centraal, op de ereplaats: de Liefde als voornaamste deugd, met een pelikaan die twee jongen voedt. Tekst: Ubi /caritas/ ibi Deus (Waar de naastenliefde is, daar is God).
    • rechts: de Hoop, met een vuurvogel (feniks) en een anker, omgeven door water. Tekst: Spes erigit (Hoop doet leven).

Het heilig doopsel
(3de glasraam noordbeuk)

(1964, vooral blauw)

  • Het hoofdthema is het doopsel van Christus in de Jordaan door Johannes de Doper, waarbij Jezus als ‘Zoon van God’ wordt aangeduid. Zo neemt men bij het christelijk doopsel de dopeling aan als een kind van God. Door zich in het doopsel aan God te binden wil men zich losmaken van het kwaad dat de mensheid onlosmakelijk in zich meedraagt. Die erfzonde wordt aan weerszijden vertegenwoordigd door Adam en Eva.
    • links: de zondeval. In de boom van de kennis van goed en kwaad (Gen 2:16) zit de slang die Eva in het oor fluistert.
    • centraal: het doopsel van Christus. Prachtig van kleur is het helblauwe water.
    • rechts: Adam en Eva kijken naar het doopsel. Achter hen laaft een hert zich aan de bron, symbool voor de vrome.
  • maaswerk
    • top: het P-teken, met eronder Christus als Albeheerser
    • links: de ark van Noach met de vredesduif
    • rechts: de ark van het verbond
  • bovenzone
    • links: koning David
    • midden: de duif van de Heilige Geest
    • rechts: een profeet met neerhangende banderol
  • onderste zone: als oudtestamentische prefiguratie de doortocht door de Rode Zee (Ex. 14:26–31)
    • links: de farao, zijn wagens en wagenmenners, overspoeld door de terug trekkende zee.
    • midden: Mozes, als volksleider met staf en met op het voorhoofd de twee traditionele horens, zijnde lichtbundels, hier uitzonderlijk rood.
    • rechts: onder de vluchtende Joden een kind met een kat die veel weg heeft van een knuffelbeer, en een vrouw met kind op een ezel, voorafgegaan door haar man. Een allusie op de vlucht naar Egypte van Maria, het Kind en Jozef.

Het huwelijk
(4de glasraam noordbeuk)

(1965, wit)

  • Het nieuwtestamentische hoofdtafereel is het huwelijk van Jozef en Maria die elkaar de hand reiken. (Ook wanneer in kerkelijke kringen stemmen opgaan tegen de keuze van dit tafereel als voorbeeld voor het huwelijk, blijft de kunstenaar het verdedigen.) Maria, een witte bloementuil in de hand, heeft de ogen neergeslagen, terwijl Jozef verlangend naar haar kijkt. Een joodse priester staat achteraan, in oratiehouding. Naast hem twee duiven en boven nogmaals tweemaal een duif.
  • Het hoofdtafereel wordt omringd door vier scènes met Jozef en Maria, telkens geïdentificeerd als ‘Mt. 1:18–25’, ofschoon elke scène teruggaat op één bepaald vers van deze tekst.
    • linksboven: Jozef is bedroefd wanneer hij Maria zwanger ziet, maar omdat Jozef rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden (v.19).
    • rechtsboven: de droom van Jozef waarin een engel hem geruststelt: Terwijl hij dit (de scheiding) overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: ‘Jozef, zoon van David, vrees niet uw bruid Maria bij u te nemen; het kind in haar schoot is van de Heilige Geest’ (v.20).
    • midden, links en rechts: een engel met bloemen en een engel met groenten.
    • linksonder: Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich (v.24).
    • rechtsonder: Toch had hij geen gemeenschap met haar, totdat zij een zoon ter wereld bracht: Jezus, zo luidt het enige inspirerende vers (v.25) voor dit vredige tafereel over het gezinsleven tijdens de zwangerschap van Maria. Ook hier permitteert de kunstenaar zich een vergaande verhalende interpretatie, die schril afsteekt tegen de in die tijd opkomende abstraherende tendensen, met name in de kerkelijke glasraamkunst. Jozef, een blokhamer in de hand, onderbreekt even zijn werkzaamheden en kijkt toe hoe Maria spint. Vooraan zien we enkele broden op de steen en een paar kruiken, op de achtergrond staat de ezel in de aanpalende stal. Jan Huet wil hiermee de innerlijke vreugde bij de verwachting van de Messias weergeven in een klimaat van rust en harmonie.
  • Maaswerk
    • Top:
      • Adam en Eva als prototype van de natuurlijke band tussen man en vrouw.
      • Vrouwe Armoede en Sint-Franciscus van Assisi als voorbeeld van een spiritueel verbond. Franciscus’ bijnaam Il Poverello of ‘kleine arme man’ is afgeleid van het Italiaanse woord povertà (armoede).
    • onderste zone: typologisch het huwelijksaanzoek aan Rebekka in drie taferelen:
      • links: de oudste dienaar van Abraham is met tien kamelen uitgestuurd om voor zijn zoon Isaac een geschikte vrouw te zoeken. Bij een waterbron komt een mooi jong meisje met een kruik op de schouder water halen en geeft de man te drinken, evenals de kamelen. Aan dit teken herkent de dienaar dat deze Rebekka door God gezonden is (Gen. 24:1–27).
      • rechts: Rebekka geeft ook de kamelen te drinken (Gen. 24:19–20).
      • midden: Rebekka liet zich van haar kameel glijden … deed haar sluier voor. … Daarop bracht Isaac Rebekka in zijn tent en nam haar tot vrouw. (Gen. 24:64–67)

De biecht
(5de glasraam noordbeuk

(1965, purper en aansluitend donkerblauw)

  • Hier zijn geen Bijbelse, typologische of symbolische neventaferelen. Slechts één tafereel vult het hele raam, waardoor er compositorisch een breuk is met de vorige ramen van de noordbeuk. Een dergelijke modernere compositie is ook als een parallel terug te vinden in het tegenoverliggende raam in de zuidbeuk: De aanbidding van de herders, eveneens van Jan Huet.
  • Het nieuwtestamentische hoofdthema is de terugkeer van de Verloren Zoon, beter gezegd: de verzoening tussen de vader en de zoon. De zoon is blootsvoets; zijn reisstok met kalebas en zijn buidel liggen op de voorgrond. Boven de vader en de zoon verschijnt de verrezen Christus, met de wonden in handen en hart. Hij wordt omgeven door een groepje van zes leerlingen, netjes drie aan drie opgesteld. Bij het verschijningsverhaal, waarin Jezus uitdrukkelijk zijn wonden toont (Joh. 20:20), geeft Hij de apostelen een zending zeggende: Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven. (v.23) Vader en zoon staan midden in een doornenkroon.

Het Heilig Oliesel
(6de glasraam noordbeuk)

(1966, zwart en geel)

  • Hier wordt de bediening van het sacrament zelf uitgebeeld, geen Bijbels tafereel. Een priester met een groene stola dient een oude, bedlegerige vrouw de ziekenzalving toe. Die is nog eerder preconciliair opgevat, als bediening van de stervenden. Een kerkdienaar begeleidt het gebeuren biddend in een boek. Links zien we een raam en een deur, rechtsboven een kruisbeeld, rechtsonder een tafel met vier proppen watten, een koperen schaaltje voor wijwater en twee brandende kaarsen op kandelaars.

Omdat men bij de ingang van de kerk geopteerd heeft voor meer daglicht, werd de kleurzone van het glasraam beperkt tot de binnenste panelen.