De Antwerpse Sint-Andrieskerk, een openbaring.

De preekstoel

De oude preekstoel

De huidige, bekende preekstoel is niet de eerste van de Sint-Andrieskerk. De Fuggers, de rijkste Antwerpenaren ooit, met een residentie en de hoogste pagaddertoren van de hele stad in de Steenhouwersvest, hebben de vorige preekstoel van hun parochiekerk grotendeels betaald. Het achthoekige renaissancemeubel, uitgevoerd door Filip Terrewin in 1559, draagt in de hoeken de vier evangelisten en op de zijwanden onder meer de wapens van de Stad Antwerpen en van de mecenas. De preekstoel heeft de zogenaamde Beeldenstorm van 1578 overleefd omdat hij nuttig was voor de calvinisten, die net daarom het schip in beslag namen. Tijdens het katholieke reveil in 1608 brengt Otmaer Van Ommeren een klankbord aan.

Om plaats te maken voor de huidige preekstoel verkoopt de kerkfabriek begin 19de eeuw het oude meubel. Het komt terecht in het anglicaanse dorpskerkje van Cockayne Hatley, dat in 1963 de kuip doorverkoopt aan Carlisle, zonder het rugbeschot met Sint-Andreas. Pittig detail: bij deze verhuizing zijn enkele handgeschreven bidbriefjes in de volkstaal tevoorschijn gekomen. Het is spijtig dat dergelijke smeekbeden niet in de Sint-Andrieskerk zelf bewaard gebleven zijn. Van alle relicten uit het verleden verwoorden zij als geen ander de zorgen en de vreugden van wie hier over de vloer kwamen …

De huidige preekstoel

De huidige barokke preekstoel in eik (1821–1825) is het meesterlijke werk van beeldhouwer Jan Frans Van Geel en schrijnwerker Jan-Baptist Van Hool. Het is de bekendste preekstoel van het land, een populariteit die hij dankt aan de ware tranche de vie die erop is uitgebeeld. In levenden lijve zien we de roeping van de eerste twee apostelen:

Petrus en zijn broer Andreas, de patroonheilige van de parochie. Christus en de beide broers zijn levensgroot en bijna tastbaar, net zoals alle rekwisieten van het verhaal: het bootje, de roeispanen, het vangnet, de vissen. Merk op dat de gevangen vissen ‘niet meer in hun element zijn’; enkel wat poten aan zijn lijf heeft zoals de krab en de kreeft, kan nog ontsnappen. De realistische weergave van de personages, hun werkmateriaal en hun vangst is verbluffend, te midden van een naturalistisch toneeldecor van rotspartijen en planten. Merk op hoe de predikant zich kan optrekken aan een glad gepolijste tak (in plaats van aan scherpe rotsen).

Zo veel artistieke aandacht is niet te verwonderen in een tijd zonder schoolplicht, tv of film. De kansel was het communicatie medium bij uitstek om het publiek te onderrichten. Over communicatie gesproken: de gebeeldhouwde banderol op de kuip verwijst misschien naar het oude gebruik om tijdens de vastenpredicaties een geschilderd doek te ontrollen als een ‘plaatje bij het praatje’. Omstreeks 1631 schildert Sebastiaan Francken zo ‘eenen Ecce Homo in de Passie getoont’.

Het evangelie getrouw spreekt Jezus Andreas en Petrus aan tijdens hun werk als visser. Ze worden weggeroepen om Hem te volgen en voortaan ‘mensenvisser’ te zijn. Zonder dralen, maar vol verbazing over zo’n verrassende oproep, laten zij hun netten in de steek. Zo verhaalt Matteüs het (Mt. 4:18–20):

18 Eens toen Jezus zich bij het meer van Galilea ophield, zag Hij twee broers: Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas, bezig het net uit te werpen in het meer. Zij waren namelijk vissers. 19 En Hij sprak tot hen: ‘Komt, volgt Mij; Ik zal u vissers van mensen maken’. 20 Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.

Er hangt Andreas al iets boven het hoofd, maar van zijn marteldood heeft hij nu nog geen vermoeden. Het martelkruis wordt de parochianen die naar de preek luisteren, triomfantelijk voorgehouden: Wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. (Mt. 10:39) Anders gezegd: Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig (Mt. 10:38), en wie zijn kruis ten einde toe draagt, zal eens delen in de vreugde van de hemelse overwinning. De beste preek is niet de theorie, maar het heldhaftige voorbeeld van mensen van vlees en bloed. Dat voorbeeld krijgen de parochianen hier van hun patroonheilige. De geëigende overwinningstekenen zijn de laurierkrans en de palmtak. Een engel houdt het gordijn op dat breed over het klankbord ligt.

Men kan bijna niet beter geplaatst zijn dan hier om voor roepingen te bidden.

Vandaar dit gebed bij de preekstoel:

Heer God, Gij houdt nooit op om de mensen ter harte te nemen. Wij vragen U: laat altijd opnieuw jonge en oudere mensen door Uw Zoon Jezus aangesproken worden. Mogen er ook in onze tijd kandidaten zijn om hun leven aan U toe te wijden als priester, diaken, kloosterzuster, broeder, missionaris, pastoraal werker/ werkster, catechist … Mogen zij in gebed en in actie zich geheel aan U toewijden en zich van harte aan de Kerk en aan de mensen geven.

Is deze plotse, radicale ommekeer in het leven van deze twee mensen, te midden van hun drukke beroepsactiviteiten, ook voor u geen uitnodiging tot bezinning over de invulling van uw leven?

‘Kom en volg Mij’