De Antwerpse Sint-Andrieskerk, een openbaring.

Het vieringaltaar:
kleuren geven de toon aan

Paars voor Advent en Vastentijd
Rode vuurtongen voor Pinksteren

Sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962–1965) staat in een kerk bij voorkeur één altaar centraal, ten teken van de ene kerkgemeenschap die zich verzamelt rond Christus. Omdat een feesttafel stijlvol hoort te zijn, wisselen sierlijke antependia of ‘voorhangsels’ elkaar af, conform de kleuren van het liturgische jaar. Sommige van de 18de-eeuwse laat barokke exemplaren vormen een volledige set textielstukken samen met de kazuifel van de priester, een kelkvelum, een beurs en soms zelfs een Mariakleed.

De kleur voor de gewone tijd van het jaar is groen. Daarom zijn de panelen van het vieringaltaar, die afkomstig zijn van een rustaltaar voor de processie, in het groen geschilderd. Vooraan prijkt het hart en achteraan het anker, terwijl de derde goddelijke deugd, het geloof, verbeeld wordt door de geconsacreerde hostie, hetzij gevat in de monstrans op het toenmalige rustaltaar, hetzij nu in de eucharistieviering zelf.

In ingetogen perioden, zoals de voorbereidingstijd van de advent voor Kerstmis en vooral in de sobere veertigdagentijd van de vasten voor Pasen, wordt de versiering zoveel mogelijk verwijderd en is de liturgische kleur paars. Drie reusachtige purperen doeken onttrekken het hoofdaltaar dan aan het oog.

De kostbaarste antependia zijn bedoeld voor de voorname feesttijden van Kerstmis en Pasen, wanneer de hoofdkleur goudgeel is. Zo is er een van Chinese zijde (en dito design), geborduurd met tal van vogels, insecten en andere dieren. Het kostbaarste exemplaar in hoogbarokke stijl is afkomstig uit de Sint-Filippuskerk van het voormalige Spaanse Zuidkasteel. Het hele veld van het zilverlaken is versierd met reliëfborduurwerk: krullend rankwerk in gouddraad die uitloopt op overvloeds hoornen, rijkelijk beladen met allerlei vruchten in veelkleurige zijde. Het centrale motief is een barokke kelk in hoogreliëf, geborduurd rond een (houten) kern in gouddraad.

Voor Pinksteren, het feest waarop de apostelen voor het eerst weer in vuur en vlam stonden om Jezus’ boodschap te gaan verkondigen, is de kleur rood, net zoals voor de feestdagen van martelaren wier bloed ooit gevloeid heeft. De sierlijke geborduurde 18de-eeuwse antependia met hun warme, rode kleur zijn dan ook de kleuren voor de gemartelde patroon heilige Andreas.

Omdat Maria zuiver en vol hemelse genade is, past voor haar feesten de combinatie blauw en wit. Het zwart dat vooral voor het Tweede Vaticaans Concilie in gebruik was bij uitvaarten, bevat vaak de mooie symbolische combinatie met goudgeel (voor het kruis, de banden en de zomen van een kazuifel), wat staat voor hemelse vreugde door alle rouw en verdriet heen.

Decoreren in een monumentale kerk is echter niet zonder gevaar, zo blijkt uit het dodelijke ongeluk van de suisse Joseph De Strycker aan het hoofdaltaar in 1928.