De Antwerpse jezuïetenkerk, een openbaring.

De biechtstoelen

Een relatie, wil ze echt zijn, zoekt harmonie en evenwicht. Een relatie is in gevaar wanneer één van de partners zich gemakkelijk laat leiden door egoïsme, te veel aandacht voor zichzelf eist. Vermits wij mensen zijn – ‘wel gewillig van geest, maar zwak van vlees’ (Mt. 26:41) – zijn onze relaties zeer, zeer kwetsbaar. De enige manier om de breuk in een relatie te herstellen is vergeving vragen … én krijgen. Vergeving is geen individueel innerlijk gevoel, maar een uitgesproken effect dat wordt geschonken door de ander. Wat is mooier dan echte verzoening tussen partner en partner?

Ook in onze relatie met God vragen wij best om vergeving voor onze fouten, onze zonden. Katholieke christenen kennen hiervoor het sacrament van de verzoening: de biecht. Als biechteling ga je je zonden biechten bij een priester, de biechtvader, die je vergiffenis schenkt in naam van Christus: ‘Aan wie je de zonden vergeeft, zijn ze vergeven’ (Joh. 20:23). Doordat de priester uitdrukkelijk zegt dat je fouten vergeven zijn, weet je dat er een echt effect is; het is meer dan enkel een goed gevoel. Wat is er mooier dan een echte verzoening tussen partner en Partner? ‘Wij smeken u in Christus’ naam: laat je met God verzoenen!’ (2 Kor. 5:20)

Om het private karakter van het biechtgesprek te ondersteunen, creëert het Concilie van Trente (1545–1563) een nieuw kerkmeubel: de biechtstoel. Aangepast aan de lichaamstaal (body language) kan de biechteling er zijn berouw nederig geknield tot uitdrukking brengen. De priester, zittend in het midden, aanhoort beurtelings zijdelings de ene biechteling na de andere. Door de mens met gewetenswroeging niet recht in de ogen te kijken wordt het vrije gesprek bevorderd; tactvolle psychologie al enkele eeuwen vóór de sofagesprekken van Freud …

Het ruime aantal biechtstoelen in deze paterskerk voldoet aan een behoefte. De toeloop voor de biecht is zo groot – in de Paastijd weleens 4.000 biechtelingen op een dag – dat men aan de 16 biechtstoelen op de benedenverdieping, er op de gaanderijen nog zes toevoegt voor de mannen. Mensen gaan immers dingen die het daglicht niet verdragen liever anoniem biechten bij een of andere pater dan bij hun vertrouwde pastoor. De biechtstoelen in de zijbeuken, toegeschreven aan Jan Pieter I Van Baurscheit (ca. 1720), maken deel uit van de lambrisering. Oorspronkelijk waren ze tien in getal, nu zijn er nog acht, waarvan zes origineel (en waarvan één in gebruik).

Het ligt voor de hand dat de thematiek van de figuratieve voorstellingen te maken heeft met de biecht en dus met de strijd tussen goed en kwaad, en de opeenvolgende etappen van zonde, berouw, vergeving en boete. De engelenhermen aan de buitenzijde zijn iconografisch van geen belang, wél de twee engelen met attributen, in het midden, links en rechts. In het ovaal medaillon boven het priesterhokje behandelt een tafereel uit het Nieuwe Testament berouw, bekering of verzoening. Traditionele personages zijn Maria Magdalena, Petrus, de Samaritaanse Vrouw en de Verloren Zoon.

De biechtstoelen in de zuidbeuk 

zuid 5

De hunker ‘om het eeuwig leven te verwerven’ (Lc. 10:25c), versterkt door het besef van eigen vergankelijkheid, kan je stimuleren om in het leven zoveel mogelijk goed te doen, zoals bijvoorbeeld de Barmhartige Samaritaan. Sint-Ignatius raadt dan ook eenieder aan om regelmatig zijn eigen stervensmoment in overweging te nemen.
engelen De spade van een grafdelver, knoken en een doodshoofd waaruit een worm kruipt!
medaillon

De Barmhartige Samaritaan (Lc. 10:25–37) die een gewonde verzorgt (v.33) prijst de naastenliefde aan als de beste weg om het eeuwig leven te verwerven (v.25c).

zuid 4

Zonden kunnen – van harte – vergeven worden
engelen De sleutels illustreren de ‘sleutelmacht’ die Jezus aan de Kerk gaf om zonden te vergeven (Mt. 16:19 in combinatie met Joh. 20:23). Dezelfde engel toont een kerfstok, terwijl de engel aan de andere zijde met een spons een lei schoonveegt. Hoe deugddoend is toch de vergeving van God: al heb je nog zoveel op je kerfstok, spons erover en je mag opnieuw met een propere lei beginnen! Welke bezoeker zou hier niet stilstaan bij de waarde van verzoening en misschien ook opgelucht ademhalen?
medaillon De Verloren Zoon (Lc. 15:11–23). De barmhartige vader omhelst zijn teruggekeerde zoon (v.20): deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden (v.24ab).

zuid 3

Jezus’ bitter lijden en sterven (om onze zonden weg te dragen) kan ons berouw over eigen fouten stimuleren. Dat lijden werd voor Jezus nog pijnlijker doordat Petrus Hem verloochende, doch er achteraf wel berouw over had.
engelen Enkele lijdenswerktuigen zoals de lans en de hysopstengel, het veronikadoek en de doornenkroon brengen Jezus’ vrijwillig offer tot in de dood in herinnering. Daardoor heeft Hij de macht van het kwaad voorgoed gebroken en aldus verzoening bewerkstelligd tussen God en de mensen.
medaillon Het berouw van Petrus (Lc. 22:54–62; meer bepaald v.62): en hij begon bitter te wenen.
zuid 2 De kariatide hermenbeelden zijn toegevoegd door Jan-Baptist I Van Hool (begin 19de eeuw)
medaillon De opwekking van de dode Lazarus (Joh. 11:1–44) is een beeld voor het herleven van de ziel na een goede biecht.
zuid 1 De biechtstoel tegen de westwand is verdwenen.
medaillon De bekering van Paulus (Hand. 9:1–19) illustreert hoe de biecht een aanzet kan zijn tot een diepgaande ommekeer in het leven.

De biechtstoelen in de noordbeuk

noord 5

Boetvaardigheid, gestimuleerd door het gebed
engel, rechts

 

 

 

Het Gebed. Op de boord van de mantel: Fili, pecc[asti], non adjicias iterum; sed et de pristinis deprecare, ut tibi dimittantur. Eccl. 21 (Mijn zoon, heb jij gezondigd? Herbegin niet en bid om vergiffenis voor je vroegere zonden; Sir. 21:1). De kleine rozenkrans ondersteunt deze aansporing tot gebed. Het antwoord laat niet op zich wachten: de engel leest uit zijn gebedenboek citaten (voor) uit twee boetepsalmen:

v  op de linkerpagina uit psalm 6 (v. 2–3a): Psalm.[us] Poenit.[entialis] / Domine, ne / in furore tu[o] / arguas me / neque in ira / tua corripias / me. / Miserere mei / Domine (Heer, straf mij niet, al bent U vol woede; sla mij niet, al bent U vertoornd. Heer, wees mij genadig).

v  op de rechterpagina uit psalm 50 (v. 3): Miserere mei / Deus, secundum / magnam miseri- / cordiam tuam / Et secundum / multitudinem / miserationum / tuarum dele [iniquitatem meam] (Wees mij, God, in uw goedheid genadig, neem in uw oneindig erbarmen [mijn overtredingen] weg.)

Het voetstuk is getekend ‘pvbif’ [Petrus Van Baurscheit invenit, fecit] (… heeft dit ontworpen en uitgevoerd).

engel, links De Boetvaardigheid. De huilende engel is gehuld in een (ruw) boetekleed en geselt zich met twee gesels. Op de boord van zijn mantel staat de aansporing uit Rom. 6:19: sicut [enim] exhibuistis membra vestra servir[e immunditiae et iniquitati, ad iniquitatem,] ita nunc [?] ex[h]ibite membra vestra servire justitiae (Zoals u [eertijds] uw ledematen in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere onrechtvaardigheid, zo moet u ze nu in dienst stellen van de gerechtigheid).
medaillon Maria Magdalena, de bekeerde ‘publieke zondares’ bij de gekruisigde Christus.

noord 4

De Matigheid, geoefend in vasten, geeft ruggengraat voor grotere bekoringen zoals bij overspel
engel, links De Matigheid: houdt de teugels in de hand, alsook een paardengebit om (de driften) in te tomen.
engel, rechts De Vasten en zuivering: vis en een kruik water als sober voedsel. Tevens is de vis die door zijn kieuwen voedsel opneemt, zelf symbool van matigheid, het water dat van morele zuivering.
medaillon Door zijn antwoord laat wie zonder zonde is, de eerste steen werpen, redt Jezus de overspelige vrouw van elke veroordeling. Wél spoort Hij haar aan om voortaan niet meer te zondigen (Joh. 8:3–11).

noord 3

engelen Het Berouw: (links) rouwend, met gekruiste armen, (rechts) veegt zijn tranen af
medaillon In de ontmoeting met de Samaritaanse vrouw (Joh. 4:4–42) stelt Jezus dat men God in waarheid moet aanbidden en dat alle zondigheid moet onthuld worden.
noord 2
engelen De kariatide borstbeelden van engelen (Jan-Baptist I Van Hool, begin 19de eeuw – zoals zuid 2).
medaillon Zacheus, de afperser die uitgestoten geraakt, wil weer in het reine komen (Lc. 19:1–10). Hierbij twee belangrijke aspecten van verzoening: de wil om het berokkende kwaad weer goed te maken door schadevergoeding te verlenen aan de slachtoffers (v.8), én de vreugde om het herwonnen contact en de vergiffenis door Jezus (v.10).

noord 1

De biechtstoel tegen de westmuur is verdwenen.
medaillon Rond van vorm, uit een andere reeks (?): Jezus jaagt de kooplieden uit de tempel (Joh. 2:14–22).

En wie in de Sint-Pieterskerk van Turnhout een aantal van deze engelen aan de biechtstoelen herkent, hoeft niet verrast te zijn: het betreft inderdaad exacte kopieën.