De Antwerpse jezuïetenkerk, een openbaring.

De Sint-Franciscus Xaveriuskapel

In de noordelijke zijbeuk loopt de lambrisering van 1720 met een cyclus van 20 taferelen uit het leven van Sint-Franciscus Xaverius uit op het koortje met het aan hem toegewijde altaar (1621). Ook hier ligt het accent op het wonderbaarlijke, ook al komt de ‘apostel van India’ – zoals hij in de boog boven de apsis wordt genoemd – sterk naar voor als een ondernemend, doortastend en heldhaftig geloofsverkondiger. Het belangrijkste attribuut voor deze missionaris is een kruisbeeld (crucifix) in de opgestoken hand, ten teken van zijn prediking; trouwens als jongeling had Francisco al een vurige verering tot de gekruisigde Christus. Xaverius is meestal te herkennen aan de witte superplie en de stola boven de zwarte jezuïetentoog: dit is de liturgische kledij om (de bekeerlingen) te dopen.

De ‘apostel van India’ werkt vooral te Goa, waar hij een college sticht, en aan de Zuidkust bij de armen en verdrukten. Hij gaat veel om met de jeugd en tracht zo ook de ouderen te bereiken voor Jezus’ boodschap. Nadat hij verschillende eilanden van de Indonesische archipel heeft doorkruist, zoekt hij in zijn geliefd Japan aansluiting bij vorsten en geleerden, die hem tenslotte verwijzen naar hét cultuurland China. Op weg daarnaar overlijdt de grote missionaris op het verlaten eiland Sancian in 1552. Zijn sterfdag 3 december is nu zijn kerkelijke feestdag. Zijn lichaam rust in Goa.

Deze missionaris die – in een tijd dat er nog niet met het vliegtuig heen en weer werd gevlogen – eens én voorgoed zijn familie, vrienden en cultuur verlaten had, wakkerde met zijn indrukwekkende briefwisseling vele jonge idealisten aan om jezuïeten-missionaris te worden. In zijn spoor zijn meerdere Vlamingen (‘Flamencos’) naar het Verre Oosten getrokken; denk maar aan pater Ferdinand Verbiest die aangesteld werd als opperastronoom en de bouwer werd van het keizerlijke observatorium in Peking (1688). Vandaar dat de stichting aan de Katholieke Universiteit Leuven die de relaties met China behartigt, zijn naam draagt.

Deze missies in het Verre Oosten werden vanuit Antwerpen bevoorraad met religieuze kunstwerken en vooral met duizenden prentjes (gravures). De artistieke beïnvloeding was wederzijds; daarvan getuigt onder meer het Chinees liturgisch textiel in de sacristie.