De Antwerpse jezuïetenkerk, een openbaring.

Inleiding

Bazuin-blazende engelen, ontworpen door Peter Paul Rubens (ca. 1620), onthalen u bovenaan het hoofdportaal

De spirituele verbeeldingskracht van het katholieke geloof en de ijdele zucht naar barok decorum hebben hier een merkwaardig monument tot stand gebracht. In haar tijd was deze kerk ultramodern, nu staat ze in de kunstgeschiedenis bekend als een schoolvoorbeeld van 17de-eeuwse barok. Al werd dit monument in de loop der tijd niet gespaard van onheil, toch bleef het een ware kunsttempel. Het is de kerk van Rubens bij uitstek: hij heeft er niet alleen duchtig voor gepenseeld, hij was evenzeer ontwerper van beeldhouwwerk. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de roem van deze kerk reikt tot ver over de grenzen.

De kerk is oorspronkelijk bekend als de ‘Sint-Ignatiuskerk’ – naar Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïetenorde. Voor en door deze vurige orde wordt ze in korte tijd (1615–1621) gebouwd ten tijde van de Contrareformatie. De spirit van de opdrachtgevers typeert het geheel van architectuur, inrichting en decoratie: ‘een hemel op aarde’. De jezuïeten waren de onbetwiste koploper in het aanwenden van plastische en andere kunsten in de geloofsoverdracht en -beleving. Dat gaat zeker op voor het katholieke bolwerk Antwerpen, waar zij een geweldige waaier aan activiteiten ontplooide en tevens binding had met een ontzaglijk aantal artiesten. Einde 18de eeuw bezit de orde in haar drie Antwerpse residenties samen liefst 550 schilderijen.

De topstukken, werken van Rubens en Van Dyck, zijn echter niet meer ter plaatse: ofwel zijn ze verloren gegaan in de rampzalige brand van 1718, ofwel worden ze bij de opheffing van de orde in 1773 opgeëist door keizerin Maria-Theresia voor haar verzameling te Wenen. Zonde.

De kerk doet vervolgens dienst als catecheselokaal en krijgt een nieuwe patroonheilige: Sint-Carolus Borromeus. In 1802 wordt ze parochiekerk. Dit nieuwe statuut zorgt voor beperkte vernieuwingen: een zijkapel wordt doopkapel, broederschappen uit afgeschafte kloosters vinden hier met hun devotiebeeld een onderkomen, pompeuze begrafenisdiensten versieren rijkelijk het interieur.

Het verenigingsleven van een parochie in een grootstedelijk centrum is op de dag van vandaag geen vanzelfsprekendheid meer. Secularisatie, ontvolking en een ander sociaal leven zijn daarvan de oorzaken. Hoewel de mobiliteit sinds 1960 de vlucht van velen uit het stadscentrum bevordert, kiezen christenen uit Groot-Antwerpen de monumentale Sint-Carolus kerk als parochiekerk onder meer om de muzikale uitstraling van de zondagse ‘artiestenmis’.

De deuren van Sint-Carolus Borromeuskerk staan meestal wagenwijd open zodat wie hier binnen wil komen niet naar de sleutel hoeft te zoeken. Toch blijft zo’n eeuwen oude kerk voor vele moderne bezoekers een gesloten boek. Wie niet vertrouwd is met de Bijbel en de barokke beeldtaal staart naar ‘vreemde’ voorstellingen. In de loop der tijd zijn techniek en stijl, maar ook inzichten en leefgewoonten erg geëvolueerd. Zich inleven in de leefwereld van de opdrachtgevers is dan ook niet zo simpel. Daarom reikt Toerismepastoraal Antwerpen (TOPA) je met dit boek een sleutel aan die je wegwijs maakt in de mentaliteit van de jezuïeten, aan wie het in de 17de eeuw niet ontbrak aan speelse barokke fantasie. Er lopen geen paters meer rond, maar misschien gaat Jezus’ woord hier in vervulling: als de (christen) leerlingen zwijgen, zullen de stenen spreken (Lc. 19:40). De stenen doen spreken is een kernopdracht van Toerismepastoraal. Hopelijk beleef je meer deugd aan de ontdekkingstocht door deze barokke kerk waarin kunstenaars het beste van zichzelf hebben gegeven. Wie hier in bewondering staat voor de uitbundige scheppingsdrang van jezuïeten en kunstenaars, wordt misschien zelf gestimuleerd om eigentijds creatief te zijn … ‘tot meerdere eer van God’.

MAG
DE UITBUNDIGHEID
VAN DEZE KERK
OOK U INSPIREREN TOT
EEN VREUGDEVOLLE
SCHEPPINGSDRANG?

TOT MEERDERE EER
VAN GOD!