De Antwerpse jezuïetenkerk, een openbaring.

De preekstoel

Wil je nú volwassenen bereiken met een boodschap dan kan dit via nascholing, publicaties, reclame, film, websites, praatprogramma’s op tv, kalenderspreuken, toespraken en preken. In de 17de–18de eeuw kon je het publiek vooral bereiken via predicatie, met andere woorden kerkelijke speeches. In de stad Antwerpen staan de jezuïetenpaters in voor de zondagspredicaties in de Sint-Andries kerk, de vastenmeditaties in de Kathedraal en worden ze gevraagd voor allerhande gelegenheden. Daarbuiten houden ze volksmissies op het platteland en werken ze mee aan de Hollandse missie, dit is de zielzorg of het pastoraat bij de katholieken in de Verenigde Provinciën, die hun geloof niet publiekelijk mochten beleven. Vanuit deze gevarieerde praktijk brengen ze een apart genre van publicaties tot bloei: de kanselliteratuur.

Vooral in de eerste jaren na 1585 en tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609–1621) wanneer vele protestantse christenen uit het Noorden voor de kermis naar Antwerpen afzakken, handelen theologische disputen over de grote geschilpunten met de protestanten zoals de eucharistie en de biecht, Mariadevotie en heiligenverering.

De huidige preekstoel dateert van na de brand (ca. 1720) en staat op het actief van Jan Pieter II Van Baurscheit. Om een reële indruk te krijgen van een dergelijk monumentaal werk volstaat een ontwerptekening niet. Daarom maakt de beeldhouwer eerst een model. Het bozzetto van de draagfiguur in terracotta (h 80 cm) wordt bewaard in het museum van de kerk.

De allegorie van ‘de Kerk die triomfeert over de ketterij’ vormt het dragende basement (c) voor de kuip (b). Omdat de protestantse christenen het leergezag van de Kerk verwerpen, wordt bij dit leermiddel van een preekstoel het gezag van de Kerk uitdrukkelijk verbeeld. Let op hoe – nauwelijks zichtbaar – twee ijzeren stangen via de beide engelen links en rechts onder de kuip doorheen het holle draagbeeld gaan. De Katholieke Kerk wordt gepersonifieerd door een vrouwelijke figuur in priestergewaad met de drievoudige pauselijke kruisstaf in haar hand. De monsters van de leugen en de onwetendheid, even als de maskers van de valse schijn worden door de Kerk vertrapt. De ketterij ‘de kop indrukken’ heet dat, hetgeen door de banderol onder haar voeten wordt ondertiteld: ‘confregisti capita draconisch ps. LXXIII v. 15’ (De koppen van de draak [Leviathan] hebt U [God] vermorzeld, Psalm 73 vers 15) (= Ps. 74, 14).

Triomfantelijk bezweert ze met de linkerarm het grootste monster. Twee putti staan haar bij: zich beschuttend achter een schild, vlammen ze de beide gedrochten met bliksemvuur neer. Op hun respectieve diadeem leest men bij de linker ‘gladius spiritus’ (het zwaard van de Geest) (Ef. 6:17: dat wil zeggen het woord van God) en bij de ander ‘spiritus  veritatis’ (Geest van de waarheid). Nog twee zwevende putti onder de kuip begeleiden de Kerk met haar attributen. De ene draagt de sleutels van het hemelrijk [één sleutel afgebroken] en een kelk met hostie, de andere de pauselijke tiara en een boek, symbool voor het leergezag van de Kerk onder meer inzake interpretatie van de Heilige Schrift. Op de banderol tussen de twee engelenhoofden onderaan de kuip staat nog eens duidelijk te lezen, als allegorische toepassing op de draagfiguur: ‘columna et firmamentum veritatis, 1 tim. 3:15’ (pijler en firmament van de waarheid een omschrijving van Sint-Paulus voor ‘de Kerk van de levende God’).

Onderaan het klankbord betrekt een banderol tussen de beide bazuinende engelen Maria in de contrareformatorische strijd: ‘cunctas haereses sola intermisti’ (Gij alleen hebt alle ketterijen verdelgd), een zinsnede uit de liturgie van Maria-Boodschap.

De kuip bevat zes medaillons uit het leven van de Maagd Maria:

  • De Onbevlekte Ontvangenis van Maria. God de Vader wijst naar Maria ten teken van haar uitverkiezing, en Hij beweegt ook de Heilige Geest om de Maagd Maria te overschaduwen. Maria vertrappelt een gevleugeld, meerkoppig serpent. Een kleine maansikkel verwijst naar de vrouw van de Apocalyps. Het opschrift op de banderol eronder: ‘immaculatae’.
  • De geboorte van Onze-Lieve-Vrouw.
  • De opdracht van Maria in de tempel. Op de banderol eronder: ‘virgini’.
  • Het huwelijk van Maria en Jozef.
  • De Boodschap. Op de banderol eronder: ‘deiparae’.
  • De Visitatie (op de deur). Maria en Elizabet omhelzen elkaar terwijl achter hen, respectievelijk Jozef en Zacharías elkaar groeten door de hoed af te nemen.

Op het klankbord gaat Maria’s levenscyclus verder in eveneens zes taferelen:

  • De geboorte van Christus, alias de Aanbidding van de Herders.
  • De opdracht van Jezus in de tempel, ook genoemd de Purificatie van Onze-Lieve-Vrouw.
  • De Vlucht naar Egypte, met als apocrief gegeven – rechts – een heidens afgodsbeeld op een sokkel dat bij het voorbijtrekken van de ware God het hoofd buigt en van zijn voetstuk stuikt.
  • De terugvinding van de 12-jarige Jezus in de tempel.

Vervolgens wordt een hele sprong gemaakt naar de periode na het leven van Jezus:

  • De neerdaling van de Heilige Geest over Maria en de apostelen.
  • De Tenhemelopneming en Kroning van Maria als apotheose.

Het thema ontwikkeld in de iconografie van kuip en klankbord, is de verheerlijking van Maria. De banderollen onderaan de kuip zeggen het samen: ‘immaculatae  virginis deiparae’ (ter ere van de Onbevlekte Maagd en Moeder Gods). Wat is nu de link tussen de levenswandel van Maria en de Kerk die over de ketterij triomfeert?

  • Één van de geloofspunten die door de Katholieke Kerk, met de jezuïeten (toen) aan kop, als een uitgesproken geloofswaarheid verdedigd wordt, is de rol van de sterke vrouw Maria in Gods initiatief om de mensheid te bevrijden van het kwaad. De ketterse boeken waarin ook deze stelling weerlegd wordt, liggen dan ook vertrappeld onderaan de kansel van waar de waarheid gepredikt wordt.
  • De samenhang tussen de Kerk en Maria ligt dieper. Sinds de middeleeuwen fungeert Maria als beeld van de Kerk: Zij, Maria, is een beeld van de Kerk omdat zij maagd is en moeder; maagd is zij, de Kerk, wijl zij van iedere ketterij onberoerd bleef, moeder, waar zij voortdurend geestelijke kinderen baart uit de genade. En daarom kan al hetgeen over de Kerk gezegd wordt ook worden toegepast op Maria (Honorius van Autun).
  • Verder is er de analogie tussen de triomferende Kerk die de draak van de ketterij van zich afweert en de Onbevlekte Maagd die het serpent van het kwade vertrappelt (eerste medaillon op de kuip). De teksten aan de sokkel en tegen het klankbord verduidelijken dit.