De Antwerpse jezuïetenkerk, een openbaring.

De toren

De toren, Jacques de la Barre, kopergravure, ca. 1650, © Archief Sint-Carolus Borromeuskerk, Antwerpen

Minder te zien, wel te horen

Om de eredienst klokvast te beginnen voor gelovigen die nog niet over een horloge beschikten, zijn de kerken voorzien van auditieve middelen, klokken; hier sinds 1624. Om hun klank sterk genoeg over de daken tot in de huiskamers te laten galmen, moeten die bronzen gevaarten hoog genoeg hangen. Deze klokkentoren reikt tot een hoogte van 58 m, dit is zes huizen hoog. Dat brons ook nuttig is voor minder vreedzame doeleinden, ondervinden de parochianen in 1943 wanneer de klokken Aloysius (403 kg) en Franciscus (588 kg) door de Duitse bezetter worden opgeëist. Sinds 1954 luiden er opnieuw vier klokken.

Dat de toren achter bij de apsis staat is eigen aan de barok en heeft meerdere redenen:

  • esthetisch: hij mag niet in de weg staan van de voorgevel
  • theologisch: hij staat vlak bij het hoofdaltaar waar de eucharistie gevierd wordt en bij het tabernakel waar de geconsacreerde hosties bewaard worden. Zij maken Jezus’ aanwezigheid tastbaar en worden daarom ‘Heilig Sacrament’ Vandaar dat sinds de 19de eeuw op de gevel aan de Sint-Katelijnevest een beeldengroep prijkt van engeltjes die in aanbidding knielen voor een kelk en een hostie.

Gezien de toren achter de kerk staat en een indrukwekkend gevelscherm het zicht erop ontneemt, is dit barokke pareltje van bouwkunst nauwelijks te zien van op het kerkplein. De elegante vormgeving verdient nochtans de aandacht.

Hoe elegant is niet de oplossing om van een vierkante basis op te klimmen naar één punt bij het torenkruis? De grote lantaarn heeft als bekroning een kleine lantaarn en die fungeert als voetstuk voor het kruis.

En hoe sierlijk is niet het viervoudig gebruik van de Venetiaanse opening of serliana in de grote lantaarn? Dit motief bestaat uit drie openingen tussen vier zuilen: de middelste wordt met een rondboog afgesloten, de twee zijopeningen met een horizontale architraaf. Deze serliana, genoemd naar architect Serlio (1475–1554), is een bijdrage van Rubens, die tijdens zijn verblijf in het hertogelijk paleis te Mantua dagelijks kon opkijken naar een kerktoren met dit motief.

Een verkeersbord ‘Opgepast, vallende stenen!’ had hier af en toe van nut kunnen zijn. Op 7 april 1906 veroorzaakt een vallende arduinsteen de dood van een behanger uit de Koepoortbrug. Begin jaren 1990 valt er steengruis op een auto. Niet te verwonderen vermits er een heuse boom op de toren groeide. Sindsdien stond de toren in de steigers tot de voltooiing van de restauratie in 2006. ‘Gods molens malen langzaam, maar zeker’ geldt blijkbaar ook voor de administratie(ve molen).