EEN BEZOEK AAN DE SINT-JACOBSKERK TE ANTWERPEN

Dit bedehuis dankt zijn artistiek belang aan een ongeëvenaarde rijkdom aan renaissance- en barokkunstwerken, waaronder liefst 24 altaren, meestal opgesmukt met een schilderij. Nog spec­ta­culair is de flamboyante barokke beeld­houw­kunst, hetzij in marmer zoals bij de voornaamste altaren, communie­banken en gedenktekens (‘epitafen’), hetzij in hout zoals bij het koorgestoelte en orgelkasten, preek- en biechtstoelen. En de graf­­kapel van P.P. Rubens is een múst voor wie de beroemdste Antwerpenaar van dichterbij wil leren kennen. De volledige restauratie is voorzien tegen 2027.

n Zoals in zovele Europese steden begon ook de geschiedenis van de Antwerpse Sint-Jacobskerk hier in de 14de eeuw buiten de toenmalige stadswallen met een gastenhuis voor pelgrims (uit Noord-Europa) op weg naar het populaire graf van de apostel Jacobus in Santiago de Compostella. De gilde van Sint-Jacob bouwt er in 1415 een kapel bij. Nog steeds komen pelgrims hier de zegen vragen voor hun tocht naar Compostella. Ze krijgen een reisboekje mee waarin een stempel gedrukt wordt bij elk bezoek aan een Jacobsheiligdom. Eens in Compostella ontvangen ze een sint-jakobsschelp als insigne. Dergelijke schelpen vind je afgebeeld aan de torenbasis, doorheen de ganse kerk en zelfs op het hoekhuis van de Lange Nieuwstraat – Sint-Jacobsstraat.

LEGENDE

A  Koor: hoofdaltaar, doksaal, orgel

(B  Vieringaltaar)

C  Sacramentskapel ‘Venerabelkapel’: communiebank, Habsburgerglasraam

D  Devotie tot de Heilige Drievuldigheid (vrijkoop van de christen slaven)

E  Sint-Ivokapel (rechtsgeleerden)

F  Grafkapel P.P. Rubens

G  Grafkapel familie Carenna

H  Mariakapel: biechtstoel met De Verloren Zoon

J  Sint-Hubertuskapel: glasraam (1538) + monument voor kartuizermonnik

K  Sint-Jozefkapel (houtzagers)

L  Sint-Luciatriptiek (zijdebewerkers) / Epitaaf Lantschot

M  Monument markies van Velasco

N  Sint-Rochusretabel

O  Jobskapel (Speellieden)

Sint-Janskapel: Sint-Jacobstriptiek

Q  Preekstoel

R  Orgel (Anneessens, 1884)

S  Schatkamer

♦ 15 jaar nadat in 1476 de kapel tot parochiekerk wordt verheven, begint men de huidige kerk te bouwen in Brabants-gotische stijl. Dankzij de rij kapellen naast elke zijbeuk krijg je hier een ruimtewerking die uniek is voor Antwerpen. Des te meer vallen de stoere zuilen op die de typische skeletbouw dragen. Omwille van stabiliteit en stijleenheid gaat men in de eerste helft van de 17de eeuw – in volle baroktijd – verder in gotische stijl met de uitbouw van het oostelijk gedeelte. Zelfs barokmeester P.P. Rubens kreeg een gloednieuwe grafkapel in gotische stijl ( F).

♦ De universele geldingsdrang naar groter en hoger stimuleert de bouwers tot één toren die de beide van de O.‑L.‑Vrouwekerk (huidige kathedraal) moest overschaduwen. Van die naar schatting 150 m hoge droom wordt amper een derde gerealiseerd. Ondanks deze frustratie heeft Sint-Jacob een robuuste toren die Antwerpen reeds bijna 500 jaar typeert en ook nu nog in het straatbeeld verrassend opduikt.

♦ Als parochiekerk bood Sint-Jacob onder­dak aan de altaren van een aantal kleinere ambachten en gilden zoals de turf­­dragers ( J) en de zijde­bewerkers (triptiek  L). De stadsmuzikanten, geschaard rondom de beklagens­waar­dige Job, tonen graag hun inspirerende blaas- en strijk-instrumenten ( O). Voor sommige beroepen kan hun patroon­heilige door­gaan als een profes­sioneel model, zoals hout­zager Sint-Jozef ( K) en advocaat Sint-Ivo die ‘pro Deo’ voor de armen pleitte ( E).

Ook tal van broederschappen beleven hun devotie in een eigen kapel. Die van de Heilige Drievuldigheid bv. ijverde voor de vrijkoop van christen slaven in Noord-Afrika ( D). De voornaamste broederschappen, van het Heilig Sacrament ( C) en die van O.-L.-Vrouw ( H), met de ruimste kapel, zijn na zo vele eeuwen nog steeds actief.

♦ ( A) Het koor – Na voltooiing van het koor wordt er in 1656 een kapittel opgericht. Aan deze groep van collega-kanunniken ontleent de kerk haar status van ‘collegiale’ kerk (tot in 1801). Dagelijks kwamen zij hier in vaste gebedstijden ter ere van God zingen in het koor­gestoelte (oom en neef Artus I en Artus II Quellinus, 1658-’70). In deze lofzang delen de flora en fauna in het houtsnijwerk; hun fantasie­rijk­dom grenst werkelijk aan het ongelofelijke. Alle aan­dacht gaat evenwel uit naar de verheerlijking van Jacobus op het zwierige en triom­fante­lijke hoofdaltaar (Artus II Quellinus, en Willem Kerrickx). God troont er onder een (houten!) baldakijn in de vorm van een enorme, opengewerkte sint-jakobsschelp. Het eigen karakter van de Sint‑Jacobskerk wordt mee bepaald door het 17de-eeuwse koordoksaal (Sebastiaan de Neve), bekroond door het koororgel van de befaamde Jan‑Baptist Forceville (1727) met een nog steeds functionerende mechanische tractuur, begeleid door musicerende engelen (Michiel I Van der Voort).

♦ Rijk kunstpatrimonium – Van de oorspronkelijke gotische en vroegrenaissance kunstwerken moet je niet veel sporen meer verwachten. Daarvoor heeft de Beeldenstorm in 1566 en de calvinistische kerkzuivering in 1581 te lelijk huis gehouden. Na de calvinistische bezetting wordt in 1585 de benedenkerk teruggegeven aan de katholieke eredienst. Een altaarstuk met Het leven van Sint-Rochus van 1517, overleefde deze vernietigingen ( N). De heropbloei van het katholieke geloof zorgt voor een ongemeen rijk barok kunstpatrimonium met een overvloed aan marmersoorten. Dat de Sint-Jacobs­kerk dit integraal heeft weten te behouden is uitzonderlijk. Dit heeft ze te danken aan een vorm van collaboratie: een beëdigd priester die tijdens het Frans Revolutionair Bewind trouw zwoer aan de Republiek en bij wijze van beloning over een kerk naar keuze mocht beschikken. De schatkamer ( S) heeft dan ook heel wat fraais aan liturgisch gerei in petto, zowel edelsmeedwerk als textiel. Een ernstig verlies betreft even­wel de meeste gebrandschilderde glas­ramen die op het einde van de Tweede Wereld­oorlog werden vernietigd door V-bommen die in de omgeving insloegen. De meeste ervan werden in de jaren 1960 naar ontwerp van Louis-Charles Crespin vernieuwd door Oscar Calders. Gelukkig overleefde het oudste raam (ca. 1535) in de Sint-Hubertuskapel ( J) Het Laatste Avondmaal.

♦ ( C) In de Sacramentskapel wordt de kwaliteit van de barokbeeldhouwkunst ten top gedreven. In een paneel links van het altaar (Lod. Willemssens en Petrus I Verbruggen, 1690) vraagt een misdienaar met rinkelende carillon de aandacht voor de consecratie. En dan is er nog de overheerlijke communiebank (Willem I Kerrickx en Hendrik Frans Verbruggen, 1695). Het materiaal is er zo natuurgetrouw bewerkt dat je haast zou vergeten dat het gebeeld­houwd marmer betreft. Met gepaste gestes aanbidden schattige misdienaar‑engeltjes Jezus in de gedaante van brood en wijn en erkennen Hem als het ware Lam van God. Het naburige glasraam met zijn schitterend groen landschap, een meesterwerk van Jan de Labaer (1626), geeft in meerdere fasen het verhaal van Rudolf van Habsburg die zijn paard bereidwillig afstaat aan een priester om met des te meer spoed de laatste Sacramenten toe te dienen en de Heilige Communie te kunnen brengen aan een stervende.

♦ ( H) Mariakapel – Sinds 1664 wordt Maria tussen de schroefzuilen van dit altaar in de bloemetjes gezet door Sebastiaan van den Eynde. Eens floreerde hier de Broederschap van de Bedrukte Moeder rond het devotiebeeld De Piëta (Artus II Quellinus, 1650). Sinds de 19de eeuw prijkt O.-L.-Vrouw, Hulp der Christenen in het altaar. De beide schitterende glasramen tonen gelukkiger momenten uit haar leven: Maria Boodschap en Het bezoek aan haar nicht Elisabeth (Jan de Labaer, 1629 en 1644). Nog nooit een zwijn zien eten in een kerk? Vraag dan even naar de Verloren Zoon! Als toon­beeld van een tot inkeer gekomen zondaar staat hij de andere berouwvolle biechte­lingen op te wachten bij de biechtstoel.

♦  De Sint‑Jacob is rijk aan grafmonumenten omdat zij in de 17de en 18de eeuw de parochie­kerk van notabelen was. Andere monumenten zijn hier in de 19de eeuw beland.
( J) Wie voelt niet mee met Anna‑Marie van den Berg, die voor haar zoon, een kartuizer postulant, een ontroerend gedachtenismonument heeft laten beeldhouwen? De jonge, kaalgeschoren monnik is vol overgave geconcentreerd ‘in de eeuwige aanbidding’.
( L) Wat te denken van de heer Cornelis Lantschot, die omwille van zijn overvloedige aalmoezen en zijn ‘geweld’‑ig gebed zelfverzekerd meende reeds rechten te kunnen laten gelden op een plaatsje in de hemel?
( M) Ooit al eens een veldheer gezien die, ofschoon wijselijk begiftigd met strategische brains en voorzien van een afschrikwekkend wapenarsenaal, voor een doodsimpele vijand door de knieën gaat? Don Francesco Marcos Del Pico markies van Velasco, eens bevel­hebber van de citadel, stelt zich hier niet meer op als een meerdere, maar deelt het doodgewone lot van elke sterveling.

Enkele gefortuneerde families van de 17de eeuw bouwden een private grafkapel.
( F) De meest beroemde is die van P.P. Rubens en zijn familie in de oostelijke O.‑L.-Vrouwe­kapel. Ze was voltooid in 1645, 5 jaar na zijn dood. Rubens zelf heeft het schilderij O.‑L.‑Vrouw door heiligen omringd, dat om een of andere reden nooit tot bij zijn eigen­lijke opdrachtgever geraakt is, voor zijn grafkapel bestemd. Portretten van familie­leden, laat staan van hemzelf, moet je er dan ook niet in zoeken. N.a.v. Rubens’ heengaan getuigt een geestelijke: “Nu is hij heen naar het origineel van verschillende mooie schilderijen die hij heeft achtergelaten”.
( G) De familie Carenna van Milaan koos Sint-Carolus Borromeus van Milaan tot patroon, door Jacques (‘Jacob’) Jordaens afgebeeld als beschermheilige van de pestlijders.

♦ ( Q) Preekstoel. Vier vrouwelijke personificaties dragen de kuip van de preekstoel (Lod. Willemssens, 1675). De deugd van het Geloof wordt bijgestaan door de Waarheid en door de Theologie. Het Geloof dient door­gegeven te worden door onderricht, zoals in de predicatie. Haast verborgen onder de trap houdt de Onderrichting (‘Instructio’) ons een spiegel voor (van beroemde voorbeelden) met de tekst: “Ziet erin en je zal wijs worden”. De vraag is dan ook aan ons: ‘Aan welk voorbeeld weerspiegel ik mij?’

♦ ( R) In feite is het vanuit de onderste open verdieping van de toren dat het monumentale Anneessensorgel (1884) zijn klanken in de kerk laat weergalmen.

♦ Paus Clemens XI bedacht het kapittel in 1705 met de eretitel ‘vermaard’ waardoor men hier – begrijpelijker wijze – nog steeds prat gaat op ‘de vermaarde collegiale kerk’. Onder de indruk van al deze pracht en praal deed een Duits bezoeker einde 19de eeuw de uitspraak dat de Sint‑Jacobs­kerk “als rijkste kerk van de Germaanse landen… het verdient om in Venetië te staan”. Hoezeer de chauvinistische Antwerpenaren daar ook gevoelig voor zijn, zij houden hun ‘Sint‑Jacob’ toch liever bij zich.

Toerismepastoraal Antwerpen (TOPA)