Een bezoek aan de

SINT-JACOBSKERK TE ANTWERPEN

Rudi Mannaerts

Beste bezoeker, welkom in onze ‘vermaarde’ parochie­kerk. Wanneer u de drukte van het Antwerpse winkel­centrum achter u laat, mag u in deze indruk­wekkende ruimte van Gods huis op adem komen. In deze monumentale kerk, waar stoere gotiek en speelse barok wonderlijk samengaan, kan u genieten van de rust die uitgaat van Hem die de eeuwigheid omvat. Christelijk gelovig of niet, hier kan je – gefascineerd door eeuwen­oude schoonheid, de smaak krijgen voor wat eeuwig waarde heeft. Haar artistiek belang dankt dit bedehuis aan een on­geëvenaarde rijkdom aan renaissance en barok kunst­werken, waaronder liefst 23 altaren met even zo veel schilderijen. Nog spec­ta­culair­der is de exuberante barokke beeld­houw­kunst, o.m. in communie­banken en epitafen. En de grafkapel van groot­meester P.P. Rubens maakt deze kerk tot een múst voor elke cultuur­toerist in Antwerpen.

• Op de weg naar Santiago de Compostella

Zoals zo vele Europese steden ontbreekt het Antwerpen niet aan een Sint‑Jakobsheilig­dom. Het begon hier in 1431 buiten de toenmalige stads­wallen met een gasthuis ten behoeve van pelgrims uit Noord-Europa op weg naar het graf van de apostel Jacobus in Santiago de Compostela. Nog steeds komen pelgrims hier de zegen vragen voor hun (voet-)tocht. Vaak krijgen ze een schelp als insigne om de hals gehangen. Dergelijke reis­attributen vind je terug aan de torenbasis, op het hoekhuis van de Lange Nieuw­straat en doorheen de ganse kerk.

Brabantse gotiek

De verheffing van de kapel tot parochiekerk in 1476 resulteert 15 jaar later in de bouw van de huidige kerk in Brabantsgotische stijl. Stoere zuilen dragen de typische skelet­bouw terwijl het maaswerk van de talloze glasramen zorgt voor een decoratieve achter­grond. Omwille van stabiliteit en stijleenheid gaat men in de eerste helft van de 17de eeuw – in volle baroktijd – verder in gotische stijl met de uitbouw van het oostelijk gedeelte. Zelfs barokmeester P.P. Rubens kreeg een gloednieuwe grafkapel in gotische stijl (⇒ U).

• De toren: robuust, maar ‘gefrustreerd’

De universele geldingsdrang naar groter en hoger stimuleert de bouwers tot (slechts) één toren die de toren van de O.‑L.‑Vrouwekerk moest overschaduwen. Van die ongeveer 150 m hoge droom wordt uiteindelijk amper een derde gerealiseerd. Toch heeft Sint-Jacob een robuuste toren die Antwerpen reeds bijna 500 jaar typeert en ook nu nog her en der verrassend in het straatbeeld opduikt.

• Parochiekerk

Als parochiekerk kon Sint-Jacob – in navolging van de O.-L.-Vrouwe­-hoofdkerk – onder­dak bieden aan de altaren van een aantal kleinere ambachten en gilden zoals de turfdragers en de zijde­bewerkers. De muzi­kanten, rondom de beklagens­waar­dige Job, tonen graag hun inspirerende blaas- en strijkinstrumenten (⇒ O). Voor sommige beroepen kan hun patroon­heilige door­gaan als een profes­sioneel model, zoals hout­zager St.-Jozef (⇒ G) en advocaat St.-Ivo die ‘pro Deo’ voor de armen pleitte (⇒ S).

Ook tal van broederschappen beleven hun devotie in een eigen kapel. Die van de Heilige Drievuldig­heid bv. ijverde voor de vrijkoop van christen slaven in Noord-Afrika (⇒ R). De voor­naamste broeder­schap­pen, met de ruimste kapel – nog steeds actief – zijn die van O.-L.-Vrouw en die van het Heilig Sacrament.

• Een ex-‘collegiale’ kerk met een koor (⇒ A)

Na voltooiing van het koor wordt er in 1656 een kapittel opgericht. Aan deze groep van collega-kanunniken ontleent de kerk haar status van ‘collegiale’ kerk (tot in 1802). Dagelijks kwamen zij hier in vaste gebedstijden ter ere van God zingen in het koor­gestoelte. In deze lofzang delen de flora en fauna in het houtsnijwerk; hun fantasie­rijk­dom grenst werkelijk aan het ongelofelijke (vader en zoon A. Quellin, 1658-’70). Aller aan­dacht gaat evenwel uit naar de verheerlijking van Jacobus op het zwierige en triom­fante­lijke hoofdaltaar (A. Quellin de Jonge, 1685). God troont er onder een (houten!) baldakijn in de vorm van een enorme, opengewerkte St.‑Jacobsschelp. Het eigen karakter van de Sint‑Jacobskerk wordt mee bepaald door het 17de-eeuwse koordoksaal (S. de Neve), bekroond door het koororgel van de befaamde J.‑B. Forceville (1727) met een nog steeds functionerende mechanische tractuur.

• Rijk kunstpatrimonium

Van de oorspronkelijke gotische en vroegrenaissance kunstwerken moet je niet te veel sporen meer verwachten. Daarvoor hebben beide Beeldenstormen in 1566 en 1581 te lelijk huis gehouden. Na de calvinistische bezetting wordt de kerk in 1585 teruggegeven aan de katholieke eredienst. De heropbloei van het katholieke geloof zorgt voor een ongemeen rijk barokkunstpatrimonium met een overvloed aan marmersoorten. Dat de St.-Jacobs­kerk dit integraal heeft weten te behouden is uitzonderlijk. Dit heeft ze te danken aan een beëdigd priester die tijdens het Franse revolutionaire Bewind trouw zwoor aan de Republiek en bij wijze van beloning over een kerk naar keuze mocht beschikken. In feite is het aan deze vorm van collaboratie dat de Sint-Jacobs­kerk het behoud van haar rijk patrimonium dankt. De verwoesting van de meeste gebrandschilderde glas­ramen op het einde van de Tweede Wereld­oorlog betekent echter een ernstig verlies.

• Sacramentskapel (⇒ C)

Hier wordt de kwaliteit van de barokbeeldhouwkunst ten top gedreven, met name in de communiebank (W. Kerrickx de Oude en H. Verbruggen, 1695). Het materiaal is er zo natuurgetrouw bewerkt dat je haast zou vergeten dat het gebeeld­houwd marmer betreft. Schattige misdienaar‑engeltjes aanbidden Jezus in de gedaante van brood en wijn. Met de gepaste gestes komen ze Hem aanbidden en erkennen als het ware Lam van God.

Het naburige glasraam met zijn schitterend groene landschap; een meesterwerk van Jan de Labaer (1626) vertelt in meerdere fasen het verhaal van Rudolf van Habsburg die zijn paard bereidwillig afstaat aan een priester om met des te meer spoed de laatste Sacramenten toe te dienen en de Heilige Communie te kunnen brengen aan een stervende.

• Mariakapel (⇒ B)

Nog nooit een zwijn zien eten in een kerk? Vraag dan even naar de Verloren Zoon! Als toon­beeld van een tot inkeer gekomen zondaar staat hij de andere berouwvolle biechte­lingen op te wachten bij een (van de) biechtstoel(en) in de noordelijke Mariakapel.

• Grafkapellen, -monumenten, en -zerken

De Sint‑Jacob is rijk aan grafmonumenten omdat zij in de 17de en 18de eeuw de parochie­kerk van notabelen was. Andere monumenten zijn hier in de 19de eeuw beland.

(⇒ E) Wie heeft er geen medevoelen met Anna‑Marie van den Berg, die voor haar zoon, een kartuizerpostulant, een ontroerend gedachtenismonument heeft laten beeldhouwen? De jonge, kaalgeschoren monnik gelijkt op het (echte) doods­hoofd dat hij overweegt.

(⇒ H) Wat te denken van de heer Cornelis Lantschot die omwille van zijn overvloedige aalmoezen en zijn ‘geweld’‑ig gebed zelfverzekerd meende reeds rechten te kunnen laten gelden op een plaatsje in de hemel?

(⇒ I) Ooit al eens een veldheer gezien die, ofschoon wijselijk begiftigd met strategische brains en voorzien van een indrukwekkend wapenarsenaal, toch voor een ‘dood‑simpele’ vijand door de knieën gaat? Inderdaad, de markies del Pico de Velasco, eens bevel­hebber van de citadel, stelt zich hier niet meer als een meerdere op, maar deelt het ‘dood‑gewone’ lot van elke sterveling.

Enkele gefortuneerde families van de 17de eeuw bouwden een private grafkapel.

(⇒ U) De beroemste is die van P.P. Rubens en zijn familie in de oostelijke O.‑L.-Vrouwe­kapel, voltooid 5 jaar na zijn dood, in 1645. Rubens zelf heeft het schilderij O.‑L.‑Vrouw door heiligen omringd dat om een of andere reden nooit tot bij zijn eigen­lijke opdrachtgever geraakt is, voor zijn grafkapel bestemd; portretten van familie­leden, laat staan van hemzelf, moet je er dan ook niet in zoeken.

(⇒ V) De familie Carenna van Milaan koos Sint-Carolus Borromeus van Milaan tot patroon, afgebeeld als patroonheilige van de pestlijders, door J. Jordaens.

• Preekstoel

Lodewijk Willemssens (1675) laat de kuip dragen door vier vrouwelijke personificaties. De deugd van het Geloof wordt als belangrijkste vooropgesteld, gesteund door de zoekende Waarheid en – meer concreet – door die weten­schap die de waarheid zoekt op levens­beschouwelijk vlak: de Theologie. Trouw aan de waarheid dient het geloof door­gegeven te worden door onderricht, zoals in de predicatie. Bijna geheel verborgen onder de trap houdt de Instructio oftewel de Onderrichting een spiegel in de hand met als begeleidende tekst: “Ziet erin en gij zult wijs worden”. Bij het onderricht laat men de mensen zich spiegelen aan beroemde figuren die op een bepaald vlak een uit­muntend voorbeeld zijn. De vraag hierbij is dan ook: “Aan wie spiegelen wij ons?”.

• ‘Vermaard’

De roem van deze kerk die al gauw tot ver over de grenzen reikt wordt bevestigd door paus Clemens XI die haar in 1705 bedacht met de eretitel ‘vermaarde kerk’. Een titel waar men hier – begrijpelijker wijze – nog steeds prat op gaat. Onder de indruk van al deze pracht en praal deed een Duits bezoeker einde 19de eeuw de uitspraak dat de Sint‑Jacobs­kerk “als rijkste kerk van de Germaanse landen… het wel verdient om in Venetië te staan”. Hoezeer de chauvinistische Antwerpenaren daar ook gevoelig voor zijn, zij houden hun ‘Sint‑Jacob’ toch liever bij zich.

Mag de grootsheid van dit ‘Huis van God’

ook uw ontzag bevorderen

voor de grote Bouwheer van het heelal ?