Sleutel tot de Sint-Jacobskerk te Antwerpen.

Een rustplaats voor de doden

Kerkhoven

Ligt bij een huis de tuin erachter of eromheen, bij een ‘huis van God’ is dat niet anders. Alleen krijgt zo’n kerkhof een specifieke invulling als begraafplaats. Bij de verheffing van de oude Sint-Jacobskapel tot parochiekerk werd in januari 1478 het omringend terrein tot ‘kerkhof’ gewijd. Bij de gestage uitbreiding van het bouwvolume van de nieuwe kerk moet dit kerkhof echter deels opgeofferd worden. Aanvankelijk was er dan zowel aan de noord- als aan de zuidzijde een doden- of ‘godsakker’, zoals nog te zien is op het plan van Vergilius Boloniensis (ca. 1565). Mogelijk wordt uit financiële nood het noordelijk perceel nadien benut als bouwgrond. Het zuidelijk kerkhof wordt in de loop van de 18de eeuw verfraaid met decoratieve poortvazen terwijl de oprit bestraat wordt. Getuige daarvan het jaartal “1761”, omlijst door een cartouche in witte kasseien. De oorspronkelijke wandschildering Calvarie net boven de poort van de zuider­dwarsbeuk wordt in de 19de eeuw vervangen door een kruisbeeld. De huidige treurende O.-L.-Vrouw en Johannes van G. Vander Linden (1864) vervangen het oorspronkelijk barokke stel. Na de afschaffing van het kerkhof door het decreet van keizer Jozef II in 1784 wordt het kerkhof langzaam ontmanteld. Eerst moeten de (overleden) parochianen uitwijken naar het kerkhof ‘Stuivenberg’, sinds 1875 naar de stedelijke begraafplaats Kiel en sinds 1921 naar het ‘Schoonselhof’.

Grafzerken

Lagen de arme en de gemiddelde burger begraven in de tuin van de kerk, op het kerkhof, dan lagen de meer gefortuneerden bij voorkeur binnen de kerk en droegen met hun grijze arduinen grafplaat of zerksteen bij tot de aanleg van een stevige vloer in de ganse kerk.

Wie echter het onvolprezen 19de-eeuwse monnikenwerk van Pieter Génard: Graf- en gedenk­schriften er op naslaat, moet tot zijn ontsteltenis vaststellen hoeveel van deze opschriften er ondertussen al niet verdwenen zijn! De laatste exemplaren in de zijbeuken blijven nog – even – ‘met de voeten getreden’ om dan voorgoed te verdwijnen. Enkel de gestorvenen met een grafzerk in de minder toegankelijke zijkapellen zijn een langer leven beschoren …

Bij de oudste zerken met een dieper reliëf, werden tekst en decoratie enkel uitgehouwen. Tekst en uitleg omtrent de (levensgrote) aflijvige vind je in het randschrift. In de 17de en 18de eeuw worden de uitgehouwen groeven opgevuld met contrasterend materiaal: aanvankelijk koper, later in de baroktijd witmarmer.

Epitafen

In de 16de eeuw evolueren de epitafen van gebeeldhouwde stenen platen met sierlijke omlijsting, in navolging van de altaren, tot minitriptieken. In de baroktijd wordt het opnieuw een tekstplaat, vaak in de vorm van een cartouche met een gebeeldhouwde lijst.