Sleutel tot de Sint-Jacobskerk te Antwerpen.

De toren,

robuust, maar gefrustreerd

De Brabantse gotiek geeft de voorkeur aan een enkele zware westertoren in het midden van de gevel. De bouw van de nieuwe Sint-Jacobskerk wordt in 1491 aangevat met de toren, omdat die moest fungeren als steunpunt voor het middenschip. Hij is in baksteen opgetrokken en bedekt met witte natuursteen uit Diegem, Overijse en Vilvoorde. De bouw wordt echter ca. 1525-1533 voorgoed gestaakt ter hoogte van de 5de geleding. Spijtig dat de bouwplannen van Herman de Waghemakere de Oude niet bewaard zijn. Mogelijk verwijst de omvangrijke toren­bekroning met 8 pinakeltorens op het laatste paneel uit de Sint-Rochusreeks (1517) eerder naar het eigen project van de Sint-Jacobskerk dan naar de quasi voltooide O.-L.-Vrouwetoren!

De geplande hoogte van de zware wester­toren is niet bekend, maar in vergelijking met andere laatgotische torenconstructies laat de bestaande aanzet met een hoogte van 55 m vermoeden dat slechts een fractie van de toren werd afgewerkt. Op grond van de grootte van zijn basis: 80 m², vermoedt men dat men met de toren een hoogte van 150 m beoogde en hij dus zelfs hoger dan de naburige O.-L.-Vrouwetoren van de hoofdkerk moest worden. Pure God-gerichtheid of (ook) naijver om de buren te overtreffen?

De meest voor-de-hand-liggende reden om de torenbouw te stoppen is het geldgebrek van de kerkfabriek, dat enkele jaren later zou uitdraaien op een faillissement. En zeggen dat Jezus zelf nog zo gewaarschuwd had om te ‘bezinnen vooraleer te beginnen’ door een vergelij­king te maken met iemand die omwille van geldgebrek de bouw van een hoge toren moet staken tot hoongelach van de buren (Lc. 14:26-30,33)!

Ook redenen van bouwtechnische aard worden aangewezen, o.m. de brede, thans verankerde, scheur in een muur van de luizolder onder het klokkenhuis. Wellicht zou die later fataal geworden zijn bij het verder optrekken van de toren. De vraag is of deze scheur er al was ca. 1525-1533 en dus de oorzaak is van het stopzetten van de torenbouw? En betreft het hier een louter constructief mankement óf werd deze scheur veroorzaakt door het klokken­gelui dat sinds 1526 was beginnen te weergalmen?

En de legende die pas tevreden is met een meer dan gewone verklaring, verhaalt dat de duivel elke nacht het werk van de metsers kwam tenietdoen.

Ofschoon of juist ómdat de toren slechts tot een beperkte hoogte is afgewerkt, vertoont de Sint-Jacobs­toren een heel eigen profiel dat te meer door zijn massief volume van in de verte herken­baar is. Is een dergelijk vertezicht op het oude stadscentrum en haar kerken nu beperkt tot de hogere verdiepingen, dan was een panoramisch zicht vroeger heel gewoon van op de begane, nog niet bebouwde grond. Op de stadszichten vanuit het oosten, noch op de populaire redezichten van Antwerpen, mag het specifieke silhouet van de Sint-Jacobs­toren ontbreken!

Het 15de-eeuwse uurwerkmechanisme afkomstig uit de O.-L.-Vrouwehoofdkerk gaf hier sinds 1556 het uur en sinds 1560 ook het halfuur aan, totdat de klokken in 1943 door de Duitsers werden geroofd. Sinds 1984 staat het uurwerk opgesteld in een museale ruimte naast de toren. De oorspronkelijke wijzerplaat was reeds verwijderd vóór het einde van de 19de eeuw.

In het typisch laatgotische maaswerk van de balustrade werd einde 17de eeuw een barokke reuzenschelp ingelast. Samen met de pelgrimsmantel en daaronder een paar wandelstokken met kalebassen, die tot heil van de voetgangers best blijven hangen, houdt dit decoratieve beeldhouw­werk de origine van de kerk in herinnering. Het motief van de pelgrimsmantel wordt bij de restauratie van het portaal in 1980 herhaald op het timpaan waar het opschrift tevens herinnert aan de bouwaanvang van ‘de parochiale en vermaarde collegiale kerk’ in 1491.

Aan het hoofdportaal, voltooid in 1515, was enig decoratief beeld­houw­werk extra welkom. De bezoeker wordt hier verwelkomd en binnengeleid in ‘het hemelse Jeruzalem’ door de patroonheilige van de kerk en 8 andere heiligen die hier een bijzondere verering genieten, meestal geruggesteund door een broederschap. Telkens heeft een beeldhouwer uit het Interbellum 2 stenen beelden naast elkaar voor zijn rekening genomen en gesigneerd. Is het een toeval dat het centrale beeld van Jacobus op het penant toevertrouwd werd aan een zekere J.L. Jácobin?

opstelling:           8     6     4     2     1     3     5     7     9

                              N                      penant                    Z

1) Sint-Jacob, als apostel met evangelieboek en als pelgrim met reisstaf met (oorspronkelijk) kalebas, Het beeld werd geschonken door Emiel Dilis, geschiedkundige van de kerk en o.m. oprichter van de Vereniging Voor Kruis en Beeld in 1934.
8) Sint-Ivo, patroon van de advocaten in advocatentoog, met kalot, opgestoken rechterhand tijdens een pleidooi; naast zich een doos met opgerolde documenten
6) Sint-Hubertus met hert en bisschopsmijter: eertijds medepatroon van de turfdragers
4) Sint-Rochus, hond met brood, toont knie, omgeslagen 18de-eeuwse hoed
2) Onze‑Lie­ve‑Vrouw met Kind
3) Sint-Jozef met een leliestengel, een mand waarop 2 duiven; patroon van de Broederschap van de Christelijke Lering (° 1704)
5) Sint-Dymfna met een kroon en het zwaard van haar marteldood
7) Sint-Donatus in harnas; patroonheilige van de ‘Conferentie van Donder en Blixem’, bestaande uit de werklieden van de kerk die bij onweer paraat moesten staan om het gebouw van zoveel mogelijk onheil te vrijwaren (° 1751).
9) Sint-Gertrudis van Nijvel met [afgebroken] abdisstaf waarop muizen kruipen en zweepje: patrones van de Broederschap van de Gelovige Zielen (° 1725)