Sint-Paulus, de Antwerpse dominicanenkerk, een openbaring.

De toren: baken van het Schipperskwartier

Sint-Paulus - Torenbekronng
Sint-Paulus - Torenbekroning, gravure van Johann Christoph Sartorius ca 1682, naar ontwerp van Nicolaes Millich. © Museum Plantijn-Moretus/Prentenkabinet Antwerpen
Sint-Paulus - Torenbekroning anno 2014

Oorspronkelijk prijkt op de gotische kerk, nabij de viering, een gotisch klokkentorentje (ca. 1630). De verwoesting van deze dakruiter door een blikseminslag in 1679 vormt een dankbare aanleiding om in 1680-1682 het reeds gebouwde torengedeelte, dat paalt aan de viering, tot een heuse baroktoren op te trekken. Voor een kerk van de bedelorde der dominicanen blijft die 65,5 m hoge toren een verrassende en uitzonderlijk imposante constructie. Voor sommigen een duidelijke uiting van wedijver met de baroktoren van de Sint-Carolus Borromeuskerk van die andere intellectuele orde, de jezuïeten. Waarom is niet duidelijk, maar de opdracht voor het ontwerp van de toren wordt gegeven aan Nicolaes Millich, die zijn functie van hofbeeldhouwer te Stockholm enkele jaren onderbreekt voor een verblijf in zijn geboortestad Antwerpen.

Op de vrij gesloten vierkanten onderbouw rust een achtkantige bovenbouw, die begint met een quasi doorlopende balustrade. De achtvoudige compartimentering wordt geheel tot in de torenbekroning doorgetrokken, met eenzelfde stramien. Tegen de grote koepellantaarn rusten acht Ionische zuilen, over de koepel lopen acht ribben tot aan de balustrade van het lantaarntorentje. De opwaartse lijnen van deze lantaarn bestaan ditmaal uit hermenbeelden met ontblote mannentorso’s die de indruk wekken functionele kariatiden te zijn. De koepel van het bovenste lantaarntorentje bestaat grotendeels uit acht voluten die naar de top toe samenkomen. Oorspronkelijk had de torenbekroning een speelser uitzicht omdat er vier honden met een fakkel braafjes bovenop de grote lantaarnkoepel zaten, terwijl er één enthousiast als extra windwijzer rond de wereldbol onder het torenkruis liep. Een heuse ‘windhond’: een creatieve koppeling van het attribuut van Dominicus aan het traditionele torenkruis! Blijkbaar heeft de triomf van de contrareformatie de oorspronkelijke bescheidenheid van de bedelorde bijna of werkelijk doen omslaan in een niet te verhullen fierheid.

Achter deze grootsheid schuilt echter ook droefenis: bij het instorten van een bouwstelling vinden twee lekenbroeders-novicen de dood.

Een gruwelijke geschiedenis die lang nagegalmd heeft, is die van Hendrik Nuyers, ‘den Blekken’, de overste van de klokkenluiders van Sint-Paulus, die in 1897 al eens berispt werd, onder meer voor dronkenschap. Mogelijk hebben schulden bij het echtpaar Rolus, de ouders van zijn petekind Henrieke, wonende in de Nosestraat, hem aangezet om te vluchten, doch eerst heeft hij zijn vierjarig petekind vermoord: opgehangen in zijn woonst in de Potagiepoort.

In 1943 eisen de nazi’s twee luiklokken op als grondstof voor hun oorlogsmachine. In 1955 worden drie nieuwe klokken gewijd. Maar ook de ‘schone liedjes’ van klokkengelui duren niet lang. Bij de brand van 1968 stort de grote Piusklok (1868) met haar gewicht van 4,5 ton daverend en barstend naar beneden. De vier overige klokken, waaronder Dominicus (1722), zijn door de hitte gewoon deels weggesmolten, zodat men daags nadien bij de beklimming van de trap hun klokkenspijs kon blijven volgen…

Bij de restauratie (1977-1982) heeft men de torenkern volledig versterkt met balken van gewapend beton. De torenhaan van 1682 kon gerecupereerd worden en prijkt weer op zijn standplaats, hoog in de wind. De nieuwe klokken Paulus en Dominicus, gegoten door het Leuvense atelier Sergeys en gewijd in het jubeljaar 1976, staan nu mee in voor oproepend gelui(d), samen met de gerestaureerde Piusklok en de drie klokken uit de in 1968 ontwijde Sint-Augustinuskerk: Andreas, Apollonia en Augustinus.

De voorgevel van de Sint-Pauluskerk, Jan Jozef Linnig, 1847
De voorgevel van de Sint-Pauluskerk, Jan Jozef Linnig, 1847 (gebaseerd op het uitzicht van vóór 1679)