Door Berg en Dal

De ‘berg’ heeft in de Bijbel meerdere betekenissen.

Allereerst worden de machtige bergen gezien als een knap staaltje van Gods scheppingskracht.

In zijn hand zijn de diepten der aarde en de steilten der bergen beheerst Hij.

Gij grondde de aarde op haar zuilen, onwrikbaar, eeuwig van duur, dekte haar met een sluier, de oerzee. Het water stond boven de bergen. Doch het week voor uw dreigen terug, het vlood voor de stem van uw donder: en de bergen kwamen omhoog, hun kloven werden tot dalen alnaar Gij de plaats hun beschikt had. Een grens stelde Gij, niet te overschrijden: de vloed dekke de aarde niet weder! Bronnen wijst Gij hun loop naar de beken: tussen bergen door wandelt het water.

Gij zijt het die hoog uit zijn zalen de bergen doet vloeien van water.

Treft zijn blik de aarde – zij beeft, raakt de bergen Hij aan – er gaat rook op.

Hem die hult de hemel in wolken, die maakt dat het regent op aarde, die het gras op de bergen doet kiemen.

Looft de Heer, gij hier op de aarde (…) gij bergen en heuvelen tesamen.

Meer specifiek religieus staat in de Bijbel de verheven formatie van bergen symbool voor God, ‘de Verhevene’. Toegegeven, vanuit een meer filosofische benadering zou het symbolisch begrip ‘DIEPTE’ zich misschien beter lenen om het Mysterie ‘God’ te vatten. God, als de diepe zin van alles. In de oersymboliek wendt men echter de meer zichtbare, ruimtelijke term ‘verheven’ aan en spreekt men religieus over God als ‘de Verhevene’ (Arabisch ‘Allah’) of – voorheen meer dan nu – de Allerhoogste. ‘Hoogte’ staat dan allereerst voor ‘transcendentie’: God die ons overstijgt.

Vandaar dat – niet alleen – in de Bijbelse traditie de berg de uitgelezen plek is om ‘de Allerhoogste’, te ontmoeten. De berg staat dan ook voor Gods aanwezigheid en Gods kracht en ook wel het ‘rijk van God’.

Als het gebergte Gods staat uw gerechtigheid.

Mijn ziel buigt zich terneer en dan denk ik aan U, van dit Jordaanland uit, vanaf het laaggebergte, naar de Hermontoppen ginds.

Gij wiens kracht het gebergte gegrond heeft, die omgeven zijt door uw almacht.

Dan dragen de bergen vrede, de heuvelen, stralend, het recht.

Ik hef op naar de bergen mijn ogen: vanwaar zal mij komen de hulp?

Jeruzalem heeft bergen rondom: zó is de Heer rondom zijn volk van thans tot in eeuwigheid.

In de historische Bijbelverhalen spelen vele voorname momenten zich af op de berg, ‘in Gods nabijheid, zeker bij de grootste Godsmannen als Abraham, Mozes en Jezus.

Ging Abraham niet de berg op om zijn zoon Isaac te offeren? Maar op die berg, de Moria, werd hem ook het inzicht verleend dat de ene ware God niet gediend is met mensenoffers, zoals tot dan toe de algemene religieuze overtuiging was (Gen. 21:22 – 22:1-19)

Ook Mozes ging de berg op om de Tien Geboden als morele wegwijzer in ontvangst te nemen. Of hoe het natuurlijk geweten als een Gods geschenk wordt geduid.

Mozes ging de berg op naar God. Op de derde dag, vroeg in de morgen, begon het te donderen en te bliksemen. Boven de berg hing een dichte wolk, machtig bazuingeschal weerklonk, en alle mensen in het kamp beefden van angst. Want Jahwe was nedergedaald op de Sinaï, op de top van de berg. En Jahwe riep Mozes naar de top van de berg en Mozes ging naar boven. (Exodus 19:3.16.20)

Moses op de Sinaïberg (Jean-Léon Gérome 1855-1900)

Jezus’ voornaamste rede heet niet voor niets ‘de Bergrede’ (Mt. 5:1-12).

Zijn kruis stond op de (kleine) Calvarieberg, net buiten Jeruzalem, terwijl zijn goddelijke aard al eerder geopenbaard was op de berg Thabor (Mt. 17:1-13).

En zijn opgang naar God in de hemel, jawel: op een berg: de Olijfberg (Hand. 1:9-12).

De berg Thabor

Meer relationeel gezien, staat de machtige hoogte voor ‘grote natie’, zeg maar: voor wie door God uitverkoren is.

Toen de Almachtige de koningen uiteendreef, te dien tijde viel sneeuw op de Salmon: o berg Gods, gebergte van Basan, berg der steilten, gebergte van Basan, berg der steilten, wat staart gij afgunstig naar de berg die God tot zijn domein koos?

Een hoge berg is natuurlijk ook geschikt als uitkijkpost om een beter zicht te krijgen op het geheel. ‘Dichter bij God’, krijg je ook een andere kijk op wat des mensen is.

“Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd.”

En hij bracht mij in de geest op een zeer hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, terwijl zij van God uit de hemel neerdaalde.

Maar evenzeer wordt de berg – begrijpelijkerwijze vanuit de ervaring bij het transport – gezien als hindernis.

En bergen smelten als was wanneer Hij nadert, de Heer.

De bergen sprongen als rammen, als lammeren de heuvelenrij. Wat was er zee, dat gij week, Jordaan, dat ge ruggelings terugboog, dat, bergen, ge opsprong als rammen, als lammeren gij heuvelenrij?

Heer, verdonker het zwerk, daal Gij neder, tref de bergen dat zij in rook staan

Hoort, iemand roept: ‘Bereidt Jahwe een weg in de woestijn, in het dorre land een rechte baan voor onze God. Elk dal moet worden opgehoogd, en elke berg en heuvel afgegraven; oneffen plekken moeten vlak gemaakt worden en ruige gronden worden vrij gelegd’.

Echter, voor wie gelooft, vertrouwt: zijn geen hindernissen te groot.

“Wanneer gij een geloof bezit, ook al is dit klein als een mosterdzaadje, dan kunt ge tot deze berg zeggen: “verplaats u van hier naar daar”, en hij zal zich verplaatsen”, aldus Jezus.

Ik kom op u af, berg van bederf die de hele aarde hebt bedorven – godsspraak van Jahwe. Ik hef mijn hand tegen u op, Ik werp u van de rotsen naar beneden en maak van u een verschroeide berg.