Daarboven in de lucht

Bidden met de psalmen tussen hemel en aarde

HEER, onze HEER,

hoe machtig is uw naam

overal op aarde.

De hemel ontvouwt de glorie van God;

het uitspansel zegt: ‘Ik kom uit zijn handen.’

Vanuit de hemel kijkt de HEER neer,

Hij ziet al de kinderen van de mensen;

vanaf de plaats waar Hij troont

overziet Hij alle bewoners van de aarde.

Hij zegt: ‘Wees stil en weet dat Ik God ben,

hoog boven aarde en volken verheven.’

Wees mij genadig, God, wees mij genadig,

ik wil bij U schuilen,

schuilen onder de schaduw van uw vleugels…

De naam van de HEER roep ik uit;

breng eer aan onze God!

Hij heeft zijn volk verzorgd en bewaakt,

het behoed als de appel van zijn oog,

als een arend die waakt over haar jongen

en boven hen heen en weer vliegt,

haar vleugels uitspreidt,

en hen opneemt en draagt op haar wieken.

U, HEER, wil ik prijzen onder de volken,

over U wil ik zingen bij alle naties,

want tot aan de hemel reikt uw liefde,

tot in de wolken reikt uw trouw.

Verhef u boven de hemel, o God,

laat over heel de aarde uw glorie stralen.

Mijn rijkdom is de nabijheid van God;

tot de HEER God heb ik mijn toevlucht genomen.

Van al uw werken zal ik getuigen.

Daarom bid ik: ‘Mijn God, mijn God…

In de voortijd hebt U de aarde gegrondvest,

en de hemel is het werk van uw handen.

Zo zij al vergaan, U blijft bestaan;

en als het heelal al verslijt als een mantel,

dan vervangt U hem; zijn tijd is voorbij.

U blijft nog altijd die U bent,

en uw jaren nemen geen einde.

Als de hemel boven de aarde, zo hoog

welft zijn liefde boven degenen die Hem vrezen.

De HEER heeft zijn troon in de hemel gevestigd:

Hij regeert als een koning over het heelal.

Prijs nu de HEER, jullie, zijn boden,

die met macht zijn bevelen uitvoeren,

gehoorzaam aan wat Hij jullie opdraagt.

Prijs de HEER, o mijn ziel.

HEER mijn God, U bent machtig en groot,

met pracht en met verhevenheid omkleed.

Hij gaat gehuld in een mantel van licht,

Hij heeft de hemel als zijn tentdak gespreid,

zijn zalen op het water gebouwd.

Hij maakt van de wolken zijn wagen

en beweegt zich voort op de vleugels van de wind.

Halleluja.

Jullie, dienaren van de HEER,

prijs de naam van de HEER

van nu af tot in eeuwigheid,

vanaf het rijzen van de zon tot aan haar dalen

moet de naam van de HEER geprezen zijn.

De HEER staat hoog boven alle volken

zelfs boven de hemel staat zijn glorie.

Alle volken, zing een lied voor de HEER,

alle landen, verheerlijk de HEER.

Zijn liefde reikt ver boven ons uit,

de trouw van de HEER kent geen grenzen.

Halleluja.

HEER, waarheen moet ik om uw geest te ontgaan?

Stijg ik op naar de hemel: U bent daar…

Neem ik de vleugels van de zon in de morgen

en laat ik mij neer aan de einders van de zee,

dan zou ook daar uw hand mij leiden,

uw rechterhand mij vasthouden.

Halleluja.

Loof God in zijn heiligdom,

loof Hem in zijn machtig uitspansel,

loof Hem om zijn kracht, zijn daden;

loof Hem om zijn mateloze grootheid.

Ja, iedereen die adem heeft, loof de HEER.

Halleluja.

Onder de vleugels van God zoek ik mijn toevlucht.
Hij zal me niets laten ontbreken. (Ps. 91:4)