6de NACHT VAN DE KERKEN in Antwerpen
zaterdag 12 augustus 2017 van 19 tot 23 u.

SINT-JACOBSKERK

Cluster Universiteitswijk

De muziektraditie van de Sint-Jacobskerk is legendarisch. Talrijke kunstwerken verwijzen naar het glorierijke muzikale verleden. Zo vind je in de kapel van de speellieden, toegewijd aan de heilige man Job, het mooie altaarschilderij (begin 17de eeuw) Maria omringd door musicerende engelen. Verrassend hierop is de afbeelding van een muziekpartituur met een zevenstemmig Magnificat, de lofzang aan Maria. Een muurschildering (midden 16de eeuw) toont de heilige man Job omringd door de speellieden. Twee epitafen in de zijkapellen herdenken 19de-eeuwse toondichters en orkestleiders, J.H. Simons en J.F. Janssens.

Bovendien is de kerk twee orgels rijk: het historische Forcevilleorgel (begin 18de eeuw) op de koorafsluiting en het Anneessensorgel (19de eeuw) op het doksaal. Met beide orgels kan u tijdens de Nacht van de kerken uitgebreid kennis maken. Organist Peter Strauven verzorgt een aantal recitals en geeft uitleg over de orgels.

TOPA-gidsen begeleiden u de ganse avond.

Programma
Doorlopend:

  • Rondleidingen door TOPA-gidsen.
  • Orgelrecitals door organist Peter Strauven.

meer informatie over de Sint-Jacobskerk op deze pagina binnen de TOPA-website  

Praktisch

Adres: Sint-Jacobstraat, 2000 Antwerpen
Trein NMBS
Antwerpen Centraal + premetro 3, 5, 9, 15 (Linkeroever) of tram 11, 12, 24 (Melkmarkt)
Tram De Lijn
11, 12, 24 (Sint-Jacob)
3, 5, 9, 15 (premetro Meir)
8, 10 (Rooseveltplaats)
Bus 1, 13 (Rooseveltplaats)
Fietsstation VELO-Antwerpen
Velo 18 Meirbrug – 27 Lange Nieuwstraat

Het Forcevilleorgel van de Sint-Jacobskerk (1729)

Op het oksaal van de Sint-Jacobskerk staat een fraaie historische orgelkast uit 1729. Het orgel heeft twee fronten. Het belangrijkste front staat naar het priesterkoor gekeerd, terwijl naar het schip van de kerk slechts twee eenvoudige torens te zien zijn. Deze torens bevatten niet-sprekende pijpen. Het schrijnwerk van de orgelkast is van Peter Kuypers, het beeldsnijwerk van Michiel Van der Voort. Het orgel is verscheidene malen gerestaureerd en gewijzigd, o.a. door P.J. de Volder (1830), Th. Smet (1849) en na oorlogsschade, in 1946 door Gerard D’Hondt.

Technische gegevens

Hoofdwerk 16
Positief 9
Pedaal aangehangen
Totaal aantal stemmen 25
Manuaalomvang C-f”’
Pedaalomvang C-c’
Toetstractuur Mechanisch
Registertractuur Mechanisch
Windlade(n) Sleeplade

Dispositie
Hoofdwerk: Principal 16′ (discant), Bourdon 16′, Montre 8′, Gemshorn 8′ (discant), Bourdon 8′, Viola di Gamba 8′, Prestant 4′, Flauto 4′, Nasard 3′, Doublette 2′, Flautino 2′, Grand Cornet 6 rangs, Fourniture 4 rangs, Bombarde 16′, Trompette 8′, Hautbois 8′ (discant), Clairon 4′ (bas).
Positief: Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Flûte Douce 4′, Violine 2′, Cornet de Récit 5 rangs, Euphone 8′ (gedeeld), Trompette 8′ (gedeeld), Cor Anglais 8′.
Pedaal: Aangehangen.
Koppelingen: Copula Hoofdwerk, Koppeling Hoofdwerk op Positief.
Speelhulpen: Ventil (Positief).

(bron technische gegevens: orgbase.nl; inv.nr. 2003909; gegevens 2014)

Het Anneessensorgel van de Sint-Jacobskerk (1884)

Het orgel op de galerij onder de westtoren (1884) was een geschenk van Victoria Van Pelt, die er op stond dat het door Charles Anneessens zou worden gebouwd. Als adviseur bij de bouw werd Joseph Tilborghs aangesteld, docent orgel in Gent. Op 29 oktober 1884 werd het orgel in kleine kring in gebruik genomen met een bespeling door Tilborghs, waarna het een dag later is ingewijd. Het voor die tijd zeer moderne orgel viel in de jaren vijftig van de twintigste eeuw niet meer in de smaak. Jos Stevens restaureerde het in 1957, maar wijzigde daarbij ook de dispositie, met als doel er een meer barok instrument van te maken. Adviseur bij de werkzaamheden was Flor Peeters, die ook op 25 januari 1957 het concert bij de heringebruikname verzorgde, in samenwerking met Jos Lissnijder op het Forceville-orgel op het koor. Bij de werkzaamheden zijn verschillende nieuwe registers geplaatst, maar ook zijn verschillende bestaande registers gewijzigd of omgebouwd. In technisch opzicht was de belangrijkste wijziging de ombouw naar elektro-pneumatiek en het plaatsen van een nieuwe vrijstaande speeltafel met Nederlandstalige registernamen. In 1984 is het orgel door de firma Stevens gereviseerd en in 2003 volgde een laatste restauratie door Etienne de Munck. De opbouw van 1961 is echter niet meer gewijzigd.

Technische gegevens

Groot Orgel 17
Positief 13
Reciet 14
Pedaal 12
Totaal aantal stemmen 56
Manuaalomvang C-g”’
Pedaalomvang C-f’
Toetstractuur Pneumatisch
Registertractuur Pneumatisch
Windlade(n) Kegellade

Dispositie
Groot Orgel: Prestant 16′, Gedekt 16′, Prestant 8′, Gedekt 8′, Salicional 8′, Harmonische Fluit 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Kwint 2 2/3′, Superoctaaf 2′, Woudfluit 2′ – 1961, Cornet V sterk, Mixtuur IV sterk – 1884/1961, Cymbel III sterk – 1961, Bazuin 16′, Trompet 8′, Klaroen 4′.
Positief: Prestant 8′, Gedekt 8′, Salicional 8′, Houten Fluit 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Nazard 2 2/3′ – 1961, Zwitserse Pijp 2′, Terts 1 3/5′ – 1961, Spitskwint 1 1/3′ – 1961, Scherp III-IV sterk – 1961, Trompet 8′ – 1884/1961, Kromhoorn 8′ – 1884/1961.
Reciet (in zwelkast): Gedekt 16′ – buiten de zwelkast, Prestant 8′ – 1961, Zachte Fluit 8′, Dulciana 8′, Vox Coelestis 8′, Zingende Principaal 4′, Echofluit 4′, Zwegel 2′ – 1961, Piccolo 1′, Mixtuur III sterk – 1884/1961, Dulciaan 16′ – 1884/1961, Trompet 8′, Hobo 8′, Schalmei 4′ – 1961, Tremulant.
Pedaal: Open Fluit 32′, Conterbas 16′, Subbas 16′, Zachtbas 16′, Fluit 8′, Koraalbas 4′ – 1961, Fluit 4′, Octaaf 2′ – 1961, Ruispijp IV sterk – 1961, Bazuin 16′, Trompet 8′, Klaroen 4′.
Koppelingen: Manuaal I – Manuaal II, Manuaal I – Manuaal III, Manuaal II – Manuaal III, Pedaal – Manuaal I, Pedaal – Manuaal II, Pedaal – Manuaal III, Pedaal – Manuaal III 4′.
Speelhulpen: Vaste combinaties (p – mf – f – ff – u – tutti), 2 vrije combinaties, Generaal Crescendo, Deelbare Combinatie.

Overige dispositiegegevens
De oorspronkelijke dispositie luidde:

Grand-Orgue: Montre 32′, Montre 16′, Violon Major 16′, Bourdon 16′, Principal 8′, Salicional 8′, Violon 8′, Flûte Traversière 8′, Bourdon Harmonique 8′, Prestant 4′, Flûte 4′, Quinte 3′, Octave 2′, Cornet 2 à 5 rangs, Plein-Jeu 3 à 5 rangs, Bombarde 16′, Trompette 8′, Musette 8′, Clairon 4′.
Positif: Bourdon 16′, Diapason 8′, Viola 8′, Bourdon 8′, Unda Maris 8′, Flûte Traversière 8′, Hohlflûte 4′, Flûte Octaviante 4′, Octavin 2′, Basson 16′, Trompette 8′, Clarinette 8′.
Récit: Bourdon 16′, Gemshorn 8′, Céleste 8′, Gambe 8′, Flûte Douce 8′, Violine 4′, Echo Flûte 4′, Piccolo 2′, Piccolo 1′, Plein-Jeu 6 rangs, Trompette Douce 8′, Basson-Hautbois 8′, Voix Humaine 8′.
Pédale: Flûte Ouverte 32′, Contre-Basse 16′, Sous-Basse 16′, Quintaton 12′, Flûte 8′, Basse 8′, Quinte 6′, Flûte 4′, Contre-Tuba 32′, Tubasson 16′, Bombardon 16′.

(bron technische gegevens: orgbase.nl; inv.nr. 2001690; gegevens 2014)