Op reis in eigen stad

Een BERGWANDELING in Antwerpen

Museum Mayer van den Bergh

Weinig landschappen of er komen bergen bij te pas. Machtige hoogten die tot de verbeelding spreken vind je evengoed in religieuze taferelen, historiestukken, genretaferelen en portretten. Geleidelijk aan hebben de kunstenaars zich bekwaamd om die bergen in al hun grootsheid en in een juist perspectief weer te geven. Soms vormen ze enkel een decor, vaak op de achtergrond; soms geven ze de plaats aan van het verhaal. Som hebben ze ook een diepere verborgen betekenis.

Een selectie:

BERGEN IN BIJBELSE TAFERELEN

Job, voor de puinen van zijn woning, wordt vermaand door zijn vrouw en beklaagd door zijn vrienden (Job 2:8-13).

Een van het twaalftal trouwe kopieën door Pieter Brueghel II naar het schilderij van Pieter I Brueghel. Het is misschien wel het best gekende winterlandschap uit de Vlaamse schilderkunst.

De compositie zou gebaseerd zijn op het middenpaneel van het drieluik van Gerard David (New York, Metropolitan Museum). Dit schilderij is ook te vergelijken met het middenpaneel van een drieluik van Isenbrant (New York, Metropolitan Museum), toegeschreven aan Barend van Orley.

Een van de drie panelen van het ‘vierluik Antwerpen-Baltimore’ Maaslands-Rijns

doorgezaagd luik van een altaartafel.

Op de voorgrond Maria met het Kind op haar schoot en Jozef naast haar ontvangen de wijzen. Op de achtergrond een rondedans van herders en herderinnen in de weide.

Vrije herhaling van het schilderij van Jan Brueghel I te Wenen, of van een repliek hiernaar.

Een van de oudste kopieën naar het origineel van Pieter Bruegel I, gedateerd 1565. Bij uitzondering komt op deze repliek een groepje voor van de vluchtende Heilige Familie. Ook op het origineel ontbreken deze figuurtjes. In de dreigende vogelslag heeft men een toespeling willen zien op de onheilen, over de Nederlanden gebracht door de Spaanse overheersing.

Naar de smaak van zijn tijd, koos de schilder uit de parabel van Jezus die episode als hoofdmotief, waarin de jonge man het geld, dat hij als kindsdeel heeft opgeëist, verbrast. Terwijl tijdgenoten als Van Hemessen e.a. deze scène localiseren in een bordeel, heeft deze schilder zich bepaald tot het weergeven van een musicerend tafelgezelschap: de Verloren Zoon zit op de grond, een kaartspel ligt in zijn bereik, zijn rechterhand rust op zijn geldtas. In de achtergrond wordt de Gelijkenis verder geïllustreerd: links wordt de slemper, wanneer hij ook nog zijn bovenklederen zal verspeeld hebben, hardhandig uit de herberg gejaagd, – meer naar rechts, valt hij met berouw zijn vader te voet, – uiterst rechts, het verlaten van het ouderlijk huis of het begin van het verhaal.

Votietafel. De gekruisigde is omringd door Onze- Lieve- Vrouw als Moeder van Smarten, Sint Johannes Evangelist, Sint Maria Magdalena, Sint Barbara, een kanunnik als stichter, en diens patroon, Sint Andreas.

Bergachtig landschap met links onder, de leerlingen van Emmaüs

BERGEN IN HEILIGENLEVENS

Fantastisch rotslandschap met de H. Antonius abt aan zijn grot waarnaartoe vreemdsoortige wezens gaan.

Als patroon van de schippers, werd de legendarische bisschop van Antiochië afgebeeld met als attribuut een windas met ankertouw. Waar zulke zaken niet bekend waren, werden ze opgevat als zijn martelwerktuig: de heidenen zouden Erasmus de ingewanden met een katrol uit het lichaam getrokken hebben, waarom de middeleeuwer hem aanriep tegen ingewandsziekten.

Halffiguur, de Heilige is voorgesteld met zijn gewone attributen: de leeuw, die, volgens de legende, de Heilige Hieronymus trouw bleef nadat deze hem een doorn uit zij poot had getrokken en het doodshoofd, het kruis en het naakte bovenlijf die eraan herinneren dat de Heilige zich had teruggetrokken om boete te doen.

De traditionele steen in de hand van de heilige is vervangen door een gard.

De leeuw als attribuut ontbreekt, maar links op de hoogte speelt zich het gedeelte van de legende af met de kemels en de ezel. De gehele compositie is, volgens Faggin, voorbeeldig voor Patenier en komt overeen met de linkerhelft van diens ‘H. Hieronymus’ in het Prado.

Bij Clavijo had in 846 een veldslag plaats tussen de Christenen en de Muzelmannen. De koning van Asturië, Ramiro I, bemerkte in het felste van de strijd de aanwezigheid van de H. Apostel Jacobus de Meerdere. Deze was met ontplooide standaard op een wit paard gezeten, en met een zwaard in de hand dreef hij het leger van Abd-er-rahman II op de vlucht, op deze wijze de Christenen bevrijdend van de jaarlijkse schatting van honderd maagden. De verschijning herhaalde zich bij andere gevechten, zodat de apostel, tot Ridder omgetoverd, door de Spanjaarden weldra vereerd werd als ‘matamoros’, d.i. ‘hij die de Moren doodt’, en dat de koningen van Leo-Castilië (hun vaandel is hier zichtbaar achter dit van de heilige) zich trots de vaandeldragers van S. Jago noemden.

Meer weten over Museum Mayer van den Bergh:

https://www.museummayervandenbergh.be/nl