Op reis in eigen stad

Een BERGWANDELING in Antwerpen

BERGEN buiten de LEIEN

Diepestraat

Deze diepe of lager gelegen weg lag beneden in de vallei tussen de Stuivenberg en de eveneens hoger gelegen Kipdorpsesteenweg (o.m. de huidige Carnotstraat).

Dijken

Hebt u enig idee waar de Kattendijk, Stenendijk, Vosdijk, Schenkeldijk, Olmendijk en nog vele andere het landschap lagen? De Lage Landen waren al gauw verplicht een dam op te werpen tegen het wassende water wilde men vruchtbare akkerlanden bekomen en behouden. Sinds ca. 1000 maakt men een aanvang met de aanleg van deze kunstmatige landruggen die fors ingrijpen in het uitzicht van het vlakke landschap. Onze gewesten worden er al vroeg voor geroemd want niemand minder dan de Italiaanse dichter en schrijver Dante (1265-1321) haalt de dijken aan als een ‘reuzenwerk’. Al in de 12de eeuw, vermoedelijk onder de eerste markgraaf Gothelo (+ 1044), werd over Dambrugge een dijkverbinding aangelegd tussen de Antwerpse hoogte en het hoge land van Merksem. Aan deze “Dijk van den Dam”, grotendeels weggegraven ca. 1871, herinnert (deels) de Lange Dijkstraat. De gemeenten in de Antwerpse polders ontstonden in de 12de en 13de eeuw, toen de eerste dijken werden aangelegd in opdracht van onder meer Gillis van Attenhoven, Hugo Nose, Sint-Michielsabdij en Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Antwerpen. Eeuwenlang zijn de dijken in hun missie geslaagd om de rijke poldergronden met have en goed te beschermen ten behoeve van zijn noeste landbouwers. De havenuitbreiding, vooral dan in de tweede helft van de 20ste eeuw heeft echter de meeste van de kaart geveegd.

Ook zuidwaarts van Antwerpen werd er ingepolderd. De Sint-Michielsabdij, gesticht in 1124, stond in voor de aanleg van de Abtsdijk en Sint-Michielsschoor die in het Laag Kiel het Kiels Broek en het Hobokense Broek omzoomden.

Heer van Bergenstraat (Linkeroever)   

Houden de meeste straten op de Linkeroever de naam levend van iemand uit de literatuurgeschiedenis, dan wordt in deze straatnaam in 1956 de gedachtenis in ere gehouden van een plaatselijk historisch figuur. Cornelis van Bergen (+1562) werd in 1554 eigenaar van de heerlijkheden van Burcht en Zwijndrecht. Hij deed een belangrijke schenking aan de kapelmeesters van de ‘cappelle opt Veir tot Swyndrecht’; lees: de kapel aan het Veer of Overzet op het (toenmalige) grondgebied van Zwijndrecht. Hiermee wordt bedoeld de toenmalige kapel van Sint-Anna, de voorloper van de huidige Sint-Anna- en Joachimkerk.

Korte Dijkstraat

Geopend in 1879, dankt deze straat haar nam enkel aan de naburige (=>) Lange Dijkstraat.

Lange Dijkstraat

Vermoedelijk al in de 12de eeuw werd er een dijkverbinding aangelegd tussen de Antwerpse hoogte en het gehucht Dambrugge op het hoge land van Merksem. Aan deze “Dijk van den Dam” herinnert de Lange Dijkstraat, maar ook het tracé van de Cassiersstraat. De aanleg van het voormalige Hoofdgoederenstation ca. 1871 walste er echter dwars overheen.

Deze dijk is waarschijnlijk ontstaan door ophoging van de wegen die waren ontstaan door het graven van het kanaal van uit de Schijn ten noorden-oosten van de Dam door de ruien van het Falconbroek naar de Schelde. Zo ontstond, waarschijnlijk al in de 12de eeuw de kortste verbindingsweg van de Rode Poort naar Merksem en Breda.

Hellingstraat, later herdoopt tot Van der Sweepstraat              

Hoe velen hebben er ooit al niet gedroomd van een vaste brugverbinding tussen de beide Scheldeoevers ter hoogte van Antwerpen? Die natte (of eerder droge) droom vind je terug in de naam van deze straat, gelegen tussen de Waalsekaai en de Gerlachkaai. Vanuit de optiek, anno 1870, om ten zuiden van de stad een brug over de Schelde te bouwen, werd deze brug met de erbij horende helling in de nabijheid van het ontworpen zuidstation ingepland. Noch van de brug, noch van de helling kwam er uiteindelijk iets in huis. Toch kwam in 1876 de straatnaam op de kaart, wat nog een tijdje de hoge verwachtingen in herinnering hield. Na de rechttrekking van de Scheldekaaien en de aanleg van een spoorwegnet in het havengebied zou de straat dan herdoopt worden naar de ingenieur bij de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen, die de belangen van de Stad Antwerpen genegen was.

LINKEROEVER

Op de Linkeroever zijn er minder uitgestrekte verhevenheden te vinden. Ten noorden van het opvallend hoog gelegen Burcht zijn er drie hoogten tegen de Schelde aan: de Sleutelhille, Sint-Annahille en de Kalkovenhille. En in die ‘hillen’ herken je natuurlijk sezelfde etymologische wortel als in het Engelse ‘hill’.

Montebellostraat

Deze zijstraat van de Mechelsesteenweg is in 1852 genoemd naar het naburige Fort Montebello, een lunet (of ‘halvemaan’). Deze vooruitgeschoven versterking voor de Begijnenpoort werd door de Fransen in 1806-1810 opgericht ter vervanging van het Luizenfort. Zij vernoemden het naar het Lombardische dorp Montebello, waar ze in 1800 de Oostenrijkers versloegen.

Montevideostraat

Meerder straten op het Eilandje krijgen een naam die verband houdt met landen en steden waarmee de Antwerpse haven relaties onderhoudt. Deze naam wordt vermoedelijk in 1874 gegeven aan een van de doorsteken tussen de Rijnkaai en het Kattendijkdok. De hoofdstad van de Zuid-Amerikaanse staat Uruguay wordt doorgaans gewoon vertaald als ‘ik zie een berg’ of ‘ik kijk (van op) de berg’.

Montignystraat

Florent de Montmorency (1527-1570), baron van Montigny, was ridder van het Gulden Vlies en twee maal afgevaardigde van de Raad van State bij Filips II. Als verdraagzaam katholiek pleitte hij voor de stopzetting van de vervolging van ‘ketters’. De naam van deze zijstraat van de Amerikalei, uit 1876, kadert bij de aanleg van de Zuidwijk in de serie straatnamen van voorname historische figuren uit de 16de eeuw, zoals de graven van Egmont en van Hoorn. Van deze laatste, genaamd Filips van Montmorency, was Montigny overigens een bloedverwant. De Montmorency moest voor zijn open geest een zware prijs betalen, zij het niet officieel. Wanneer in 1568 tijdens zijn tweede diplomatieke missie naar Spanje de aanhouding van Egmont en Hoorn bekend werd, werd hij gevangengenomen, valselijk beschuldigd en in het geheim gewurgd.

Montrealstraat

Bij de aanleg van de eerste, noordelijke woonkern van de nieuwe wijk Luchtbal (1927 en volgende jaren) kiest men voor straatnamen die verwijzen naar belangrijke Amerikaanse, Canadese en Britse steden. Samen met de hoofdstad Quebec van de gelijknamige provincie werd ook de grootste stad van die Franstalige provincie hier met een naam bedacht. In de jaren 1920 was Montreal qua bevolkingsaantal als qua economische rol de belangrijkste stad van het land. Als je denkt aan de Franse geschiedenis van dit gedeelte van Canada, ga je er al gemakkelijker de naam van de lokale berg in te herkennen: ‘Mont Royal’.

Pol de Montstraat        

Pol de Mont (‘Polydoor’, Wambeek 1857 – Berlijn 1931) was eerst, van 1882 tot 1904, leraar aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen waar hij onder zijn leerlingen o.m. de latere schrijver Alfons de Ridder (Willem Elsschot) telde. Vijftien jaar lang was hij conservator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen totdat hij in 1919 ontslag nam ten gevolge van beschuldiging van activisme. Een voorvechter van de Vlaamse zaak was deze Vlaamse schrijver en dichter ongetwijfeld. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde, met als medewerkers Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Alhoewel afkomstig uit het Pajottenland, was hij er niet erg mee vertrouwd. Met zijn uitroep van verbazing vanop een toren met panoramisch uitzicht “Maar dat zijn hier de Vlaamse Ardennen”, is hij de uitvinder van de naam ‘Vlaamse Ardennen’. In 2015 werd in zijn geboortedorp het Pol de Montgenootschap opgericht.

Pierenbergstraat (Kiel)

Op de kaarten van het begin van de 19de eeuw staat een stuk land aangeduid met ‘Pierenberg’. Het was gelegen ten zuiden van het prelaatshof, tussen de hofstede van De Witte (Beerschothof) en de hofstede van Della Faille (Waarlooshof). De Hollebeek die er langs loopt staat op dezelfde kaart vermeld als de Pierenbeek.

Van Helmontstraat

Jan Baptist van Helmont (Brussel 1577 – Vilvoorde 1644) was een geneesheer en een scheikundige, die door zijn empirische observatie een baanbreker was. Hij publiceerde in de volkstaal o.m. Dageraed ofte nieuwe opkomst der geneeskonst… De keuze van zijn naam voor deze straat houdt verband met de Stuivenberggasthuis.

Victor de La Montagnestraat (Linkeroever)

Victor de La Montagne (Antwerpen 1854 – Saint-Adresse, Frankrijk 1915) was dichter en bibliofiel.

Wezenberg

Voor het oude jongensweeshuis van Antwerpen, het ‘Knechtjeshuis’, aan de Paardenmarkt, voorziet men einde 19de eeuw, net als voor zo vele instellingen binnen de stadsmuren, een moderne behuizing buiten de Leien.

Het jongensweeshuis komt in de Durletstraat. (Zo verhuisde ook het meisjesweeshuis van de Lange Gasthuisstraat naar de Albert Grisarstraat.) Het imposante gebouw in Vlaamse neorenaissancestijl werd van 1879 tot 1883 opgetrokken door de gebroeders Leonard en Henri Blomme. Het was voorzien voor 300 kinderen, opgedeeld in twee leeftijdscategorieën: 150 onder de 12 jaar en even zoveel boven die leeftijdsgrens. Nu huisvest het een stedelijk lyceum.

Op donderdagmiddag zag men de jongens via de Lange Lozannastraat optrekken naar de toenmalige Brialmontvesten. Dit militair gebied was in de regel verboden terrein. Daar mochten ze van de militaire overheid op die ene vrije namiddag van de zesdaagse schoolweek van toen, komen spelen. Van alle hoogten was deze berg de hoogste en misschien juist daarom ook hun meest populaire speelterrein. Is het niet de natuurlijke neiging van de mens om hoge toppen te scoren? Wanneer deze immense vesting als verdedigingslinie achterhaald was, heeft men in 1909 voor meerdere invalswegen doorsteken gemaakt, zoals voor de Mechelse Steenweg en de Jan Van Rijswijcklaan. Waarschijnlijk werd het algemene toegangsverbod van die vesten toen ook opgeheven.