Op reis in eigen stad

Een dagje FRANKRIJK in Antwerpen

Britselei 55-57

(oud) Justitiepaleis – een paleis met Louvre-allures

Het justitiepaleis van Antwerpen vóór 1911
Het Louvre in Parijs

Zoals in zo vele Europese steden wordt te Antwerpen in de 19de eeuw de oude stadsomwalling afgebroken. In de plaats komt een nieuwe verkeersader. Deze moderne ‘boulevard’ wil men graag à la Wenen monumentaal markeren met representatieve gebouwen. Ook het Justitiepaleis kreeg er een nieuwe, prestigieuze vestiging, want tot dan toe was het veel te eng gehuisvest in het pand Groenplaats 43 (in 1878 als postgebouw herbouwd). Dit ‘nieuwe’ Justitiepaleis werd in 1871-’74 opgetrokken naar een ontwerp van Lode Baeckelmans, maar na diens vroegtijdige dood in 1871 voltooid onder leiding van zijn broer Frans. De zo typisch eclectische stijl van het einde van de 19de eeuw leunt hier wel dicht aan bij de Franse (neo)renaissance van het Louvre in Parijs. Dat blijkt ook uit de structuur van het complex met vier vleugels rond twee binnenkoeren, het silhouet met de daken en uit de decoratieve bekleding van de muren.

De uitspringende hoekpaviljoenen en de middenpartijen aan de beide lange zijden, met hun leien tentdak op een attiek, staken aanvankelijk veel hoger uit boven de rest van het gebouw. In het plastisch taalgebruik van de Antwerpenaren leverde deze merkwaardige vorm het Justitiepaleis de bijnaam op van ‘de omgekeerde biljarttafel’.

Later werd dit effect tenietgedaan: omwille van voortdurend plaatsgebrek kregen de zijvleugels en de achterzijde in 1911 een derde bouwlaag en in 1929 kwam er een hele (dak)verdieping van mansardedaken bij. Een binnenkoer werd overkoepeld. Met haar sterk ingekorte poten kreeg de biljarttafel van weleer al meer de allure van een omgekeerde buffetkast.

Om de bezoekers ontzag in te boezemen voor de rechtspraak moet vooral de monumentale hoofdingang met portiek imponeren. Die valt op qua hoogte maar ook door zijn decoratie. In de grote, zwaar omlijste rondboog zijn, aan de sleutelsteen, zwaard en balans aangebracht als symbolen van de gerechtigheid, symbolen die we ook terugvinden in de boogzwikken. Op een fries lezen we: ‘Gerechtshof’.

Vier meter hoge bronzen vrouwenfiguren bekronen de flankerende pijlers: ‘De Wet’ (Jan-Frans Deckers) en ‘De Rechtvaardigheid’ (Eugeen De Plyn) (1886). Het fronton boven de ingangspoort wordt omgeven door twee liggende figuren in Savonièresteen (Jan-Frans Deckers): ‘De Kracht’ en ‘De Voorzichtigheid’.’ Het centraal opschrift luidt: ‘Voorzichtig en krachtvol heerschen recht en wet’. In de portiek zijn er enkele gedenkplaten, onder meer van de eerstesteenlegging op 20 juli 1871.