Op reis in eigen stad

Een dagje FRANKRIJK in Antwerpen

Het Rubenshuis

een passend decor voor een Franse koningin

Wapper 9-11

In zijn woonst krijgt Pieter Paul Rubens in 1631 het bezoek van de koningin-moeder van Frankrijk, Maria de Medici. De Franse koningsweduwe is op de vlucht voor de machtige kardinaal Richelieu, die zijn greep wil versterken op haar zoon, de toekomstige koning Lodewijk XIII. Iets daarvoor, op 4 augustus, was Maria de Medici plechtig ontvangen door aartshertogin Isabella. Rubens maakte als artistiek adviseur deel uit van het koninklijk gezelschap.

Henry IV geeft het Regentschap aan Marie de Medici

De tweede reeks, die ook bestond uit vierentwintig barokke scènes, moest het leven van haar vermoorde echtgenoot Henri IV (+ 1610) uitbeelden, met veel aandacht voor zijn gevechten en overwinningen. Zes olieverfschilderijen zijn gekend, waaronder een onvoltooid doek in het Rubenshuis: ‘Hendrik IV in de slag om Parijs’ (ca. 1628-1631). De politieke verwikkelingen waren niet gunstig om de volledige reeks te realiseren. Richelieu stond ook de verwezenlijking van de Henri-IV-cyclus in de weg. Hij zag Rubens immers vooral als een vertrouweling van aartshertogin Isabella en als de diplomaat die té goede vriendjes was met Spanje en Engeland, de twee aartsvijanden van Frankrijk. Ondanks het afgesloten contract werd de samenwerking met Rubens opgezegd. Het project beloofde nochtans een mooie ode aan het huwelijk te worden. De afzonderlijke vleugels van het Palais de Luxembourg voor koning en koningin zouden samenkomen in een arcade die de twee galerijen met de beide series van Rubens zou verenigen en dus man en vrouw.

De koningin kent hem goed. Eerder had ze bij hem immers twee monumentale reeksen schilderijen besteld, bestemd voor het Palais de Luxembourg. De eerste reeks, over haar eigen leven (1621-1625), is nog altijd te bewonderen in de reusachtige Medici-zaal van het Louvre. De barokke portiek op de binnenkoer van zijn woonst moet haar niet vreemd geweest zijn want die was door Rubens weergegeven op een van de schilderijen, nl. ‘Henri IV die haar het regentschap toevertrouwt’. (Vaak wordt de portiek niet herkend en omschreven als monumentaal ‘Italiaans’ decor).

Henri IV in de Slag om Parijs

Rubens portretteerde ook de jonge paar Lodewijk XIII en (deels?) Anna van Oostenrijk (Pasadena, Norton Simon Foundation – USA). In de boedelinventaris van Rubens (1640) staat tweemaal het portret van deze koningin vermeld als ‘Een portret van de regerende Koningin van Vrankrijk’, waarvan zeker een ‘op paneel’. De beide portretten van de koningin, een in het Louvre en een in het Rijksmuseum van Amsterdam (in bruikleen aan het Bonnefantenmuseum van Maastricht) zijn kopieën van het Rubensatelier die teruggaan op een verloren origineel.

Maar nu de koningin-moeder te Antwerpen vertoeft, is het de beurt aan Antoon van Dijck om haar en haar zoon Gaston van Orléans te portretteren.

Pittig detail. De aalmoezenier van de koningin, Pierre De la Serre, beschrijft de ”intrede” van het gezelschap in Antwerpen in “Histoire curieuse de l’entrée de la Reine-Mère”. Aangaande de toeschouwers op het parcours noteert hij: “aangezien het grootste aantal behoorde tot het geslacht dat men het meeste mint, zo werd men niet moe de verscheidenheid, de zachtheid en de gratie ervan te aanschouwen”. Waar zo’n Frans geestelijke al niet oog voor heeft… Het verslag van De la Serre, mét gravures, werd uitgegeven bij Balthasar Moretus.

In 1798 ondergaat het Rubenshuis een merkwaardige ingreep. De Fransen maken er een gevangenis van, speciaal voor gebrekkige priesters die niet meer geschikt zijn voor een verre deportatie naar de zoutmijnen in Frans Guyana.

Onder de Franse vrienden en correspondenten van Rubens tellen we de gebroeders Dupuy, de historiografen van koning Louis XIII en vooral de humanist Nicolas Claude Fabri de Peiresc (1580-1637). Deze Franse rechtsgeleerde, astronoom en verwoed kunstverzamelaar leerde Rubens in Parijs kennen. Hij zou met hem zijn leven lang blijven corresponderen. Ze hadden zelfs het plan een gezamenlijke studie over cameeën en gemmen uit de Oudheid uit te brengen, maar de publicatie werd niet gerealiseerd. Peiresc werd een van de eerste bewonderaars van Caravaggio in Frankrijk en hij promootte ook het caravaggisme door opdrachten.

In de hoekslaapkamer van Rubens’ huis staat de zogenaamde Rubensstoel. Op 20 oktober 1795 haalt Jacques Luc Berbier, “lieutenant du 5e Régiment des Hussards” deze stoel weg met als bestemming Parijs. Na de Franse overheersing werd hij naar Antwerpen teruggebracht.

Andere Antwerpse kunstenaars die met hun barokstijl Parijs trachten te verleiden

Maar Rubens is verre van de enige Antwerpse kunstenaar die naam maakt in het 17de–eeuwse Parijs.

Jacob Fokkiers, die met Rubens was meegekomen, vestigt zich voorgoed in de Franse hoofdstad. Zijn landschappen vallen zeer in de smaak bij koning Lodewijk XIII en die verleent hem een adellijke titel. Baron ‘Jacques de Foucquières’, zoals hij zich nu noemt, begint echter groots te leven en verkwist alles.

Een andere Antwerpenaar die in Parijs werkt tot aan zijn dood is Pieter van Mol. In 1648 was hij een van de twaalf stichters van de Académie royale de peinture et de sculpture (Koninklijke Academie voor Beeldhouw- en Schilderkunst), opgericht in opdracht van Lodewijk XIV. Later zal deze staatsacademie opgaan in de Académie des Beaux-Arts.

Dan is er nog de befaamde dierenschilder Nicasius Bernaerts (Antwerpen, 1620-Parijs, 1678), die onder meer werkt voor de Manufacture des Gobelins, net als Pieter Boel.

Ook uit Antwerpen is Pieter van Boeckel of “Van Boucle” († Parijs, 1673), die met zijn stillevens heel wat Franse leerlingen aantrekt.

Een graveur die de Franse markt betreedt, is Geraard Edelinck (Antwerpen, 1640-Parijs, 1707). In 1663 vertrekt hij voorgoed naar Parijs waar hij een 300-tal portretten graveert voor het hof van Louis XIV. Later krijgt hij in zijn geboortestad een straatnaam.

En dan is er niet in het minst Hiëronymus Francken (zie Sint-Andrieskerk), op wiens naam o.m. een schitterend portret van Koning Henri IV staat (Louvre).

Veel van deze kunstenaars verblijven in de wijk van Saint-Germain-des-Prés, in het Hôtel de la Chasse.