Op reis in eigen stad

Een dagje FRANKRIJK in Antwerpen

Sint-Andrieskerk

Waaistraat / Pastoor Visschersplein of (in de voormiddag) Sint-Andriesstraat 5A

Geschiedenis en kunst

De Luthersgezinde augustijnen waren begonnen aan de bouw van een kloosterkerk op de locatie van de huidige Sint-Andrieskerk. Na hun uitzetting kregen de burgers van Margareta van Oostenrijk (of van Savoye) de toestemming om het gebouw af te werken als parochiekerk. Men wijdt de kerk toe aan de patroon van het Huis van Bourgondië, Sint-Andreas. Dit zou een blijk van erkentelijkheid geweest zijn tegenover de landvoogdes. Voor de parochianen hier een aanleiding om het embleem van de Orde van het Gulden Vlies, die door de Bourgondische hertogen was opgericht, hier meermaals af te beelden; een tendentieus manoeuvre.

Portret van Mary Stuart door Frans II Pourbus

Kunstenaars en rijken gaan op ‘grand tour’, niet alleen in Italië, maar ook in Frankrijk. Een van de telgen uit het schildergeslacht Francken (woonachtig in de Franckenstraat, en eertijds parochianen met een eigen grafkelder in de kerk) was Hiëronymus Francken I. Deze leerling van Frans Floris, verblijft enkele jaren (1565-1572) te Parijs en voert onder meer opdrachten uit voor het paleis van Fontainebleau. Hij krijgt er bezoek van zijn broer Ambrosius I Francken en van Cornelis Floris III, die er beiden als schilder een tijdje werkzaam zijn. Alle drie keren nadien terug naar Antwerpen, maar Hiëronymus vestigt zich in 1578 definitief in Parijs. Hij sterft er in 1610. In 1594 was hij door Henri IV benoemd tot “peintre du roi” en “vallet de chambre de la reyne” bij Maria de’ Medici.

Een andere Antwerpse kunstschilder aan het Franse hof is Frans II Pourbus (Antwerpen, 1569-Parijs, 1622). Van zijn hand is hier het portret van de Schotse koningin op het epitaaf van de hofdames van Mary Stuart (ca. 1620).

Onder het Frans Revolutionair Bewind, in 1796, worden drie klokken weggevoerd. Maar onder Napoleon, in 1811, komt er een nieuwe klok. Meter is Anne-Marie Peborde de Lanssart, de echtgenote van de Franse marineprefect.

Na de opheffing van de kloosters onder het Frans Revolutionair Bewind was de Franse generaal Lapalière zo vriendelijk om het barokke hoofdaltaar uit de voormalige Sint-Bernardusabdij te Hemiksem door te verkopen aan de kerkfabriek van Sint-Andries.

De toondichter Jan-Frans Janssens die aan deze kerk verbonden was (1801-1835), ging zijn muzikale vorming voltooien in Parijs en geraakte er bevriend met Boïeldieu.

Bernardus en Robert de Molesmes op het barokke hoofdaltaar

Devotie en kunst

Sint-Elooi, patroon van de munters

De eerste, hier met naam gekende ‘Fransmannen’, zijn de missionarissen die onze streken kerstenden. Zo is er Eloi, in het Latijn ‘Eligius’, uit Haute-Vienne. Aanvakelijk bouwde hij een wereldse carrière uit als goudsmid in Limoges. Omwille van zijn vakmanschap en zijn eerlijkheid wordt hij door koning Clotharius II aangesteld tot muntmeester te Marseille. Later wordt hij priester en bisschop van Noyon. Tijdens zijn missiereis door Vlaanderen gaat hij tot aan de grens in Burcht en steekt er rond 645 zelfs even de Schelde over om ook de inwoners van ‘Andoverpia’ Jezus’ Blijde Boodschap te brengen. Het relaas van die ‘oversteek’ staat opgetekend in het oudste levensverhaal van Elooi, dat bewaard wordt in Echternach. Deze missionaris is dus niet enkel de eerste gekende bezoeker, maar ook de oudste historische figuur van Antwerpen. Omwille van zijn verdienstelijk pionierswerk zal je hem nog op een ereplaats ontmoeten aan het hoofdportaal van de kathedraal.

Linker predella van het Muntersaltaar

En als professioneel voorbeeld mag hij zeker niet ontbreken op het altaar van de munters, het Sint-Eligiusaltaar. De beide kleine predellapanelen in grisaille zijn van de hand van Maarten de Vos (1601). Het linkse, ‘Eligius, muntmeester, ontvangt koning Clotarius of Dagobert’, gunt je een blik in het muntersatelier van ca. 1600. Rechts: ‘Bisschop Eligius zorgt voor waardige reliekschrijnen voor de heiligen Kwinten, Krispijn en Piat’

In de reliekkast van de 36-Heiligen vinden we ook relieken van enkele Franse heiligen. Frans I had die geschonken aan de koning van Portugal, waarna ze in Antwerpen terechtkwamen. Zo is er een reliek van abt Egidius, kluizenaar en kloosterstichter nabij Nîmes, van abt Maurus, stichter van Glandfeuil (Anjou) (†584) en van de heilige Ivo uit Bretagne (†1303), patroon van de advocaten.

Het koorgestoelte bevat paneeltjes met telkens een afbeelding van één van de 36 heiligen van de reliekkast.

Sint Egidius
Sinr Maurus
Sint Ivo

Het eerste glasraam in de Mariakapel toont hoe schippers in nood Onze-Lieve-Vrouw-van-Bijstand-en-Victorie (Henri Dobbelaere, 1866) aanroepen. Het werd geschonken door het echtpaar Jean-François Cateaux (° Tourcoing) en Julie Wattel, beiden uit Franse handelaarsfamilies die zich na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 hier vestigden. De zetel van hun rederij (zie de wimpel met ‘CW’ aan de achtersteven van de driemaster) was gevestigd op de Oever. In 1886 bewondert van Vincent van Gogh het kunstwerk. Hij had vooral oog voor de (toenmalige) intense kleuren (deels vernield in 1945).

In 1863 krijgt het Mariabeeld een nieuwe processiemantel (tentoongesteld in de schatkamer). De medaillons tonen tien geborduurde bloemen die de tien deugden van Maria symboliseren. Deze voorstelling is geïnspireerd op Sainte-Jeanne-de-France’, koningin Johanna van Valois (†1505). Kort voor haar dood stichtte zij in Bourges de orde der Annonciaden, ook wel de orde van de Tien Deugden van Maria genoemd.

Op de laatste pilaar van de noordbeuk prijkt een houten beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Gaverland (Jan-Baptist de Boeck, (1877). De figuur die knielt voor het Mariabeeldje in de boom is de heilige Benedictus-Jozef Labre (Amettes, Noord-Frankrijk, 1748-1783). De man leidde een armoedig pelgrimsleven en was begenadigd met bijzondere gaven. Op zijn pelgrimstocht logeerde hij in Antwerpen bij de zusters in de Kammenstraat. In 1881 werd de vrome bedevaarder door paus Leo XIII heilig verklaard.