Op reis in eigen stad

Een dagje FRANKRIJK in Antwerpen

Sint-Pauluskerk

Veemarkt 14
Gewijzigde bezoekuren 2020: 11 juli – 31 augustus: elke zaterdag en zondag 14 – 17 u. (Calvarieberg gesloten); ingang via Nosestraat.

Onze buren zijn onze beste vrienden, maar soms ook onze ergste vijanden. Dat geldt zeker voor ‘la douce France’, dat zich niet altijd zo ‘douce’ getoond heeft. Zo roofden haar troepen in 1794 onze kerken leeg. Op die manier ‘betaalden’ wij de ons opgelegde oorlogsschatting. Tientallen Rubensen en andere voorname schilderijen werden met karrevrachten, ja heelder scheepsladingen naar het Louvre in Parijs overgebracht. Het waren er zoveel, dat er een aantal werden doorgespeeld naar Toulouse, Bordeaux, Grenoble, Lyon… Zo kregen regionale musea werken die de status van hun collecties toch wel overstegen. Na de nederlaag van Napoleon in Waterloo was het de bedoeling dat alle schilderijen terugkeerden, ook die uit de departementale cultuurhuizen. Administratief bleek dit te moeilijk, zodat een aantal werken, letterlijk, zijn blijven hangen. Enkel op vakantie in Frankrijk kunnen wij ze nog bewonderen.

Maar in feite hadden de Fransen voor die schoonheid naar hier op bezoek moeten komen.

Boven het hoofdaltaar van de Sint-Pauluskerk zien we nu in plaats van een bezielde ‘Rubens’ enkel een wat droge ‘Cels’ … (1807).

In 1815 keren de geroofde schilderijen terug, dankzij de Antwerpse kunstschilders en academie-directeurs Van Bree en Herreyns. Diverse Rubensen zijn dus achtergebleven in Franse musea.

‘Christus tussen de twee moordenaars’ uit de Sint-Antoniuskerk van de kapucijnen kwam terecht in het Musée des Augustins in Toulouse. Het Musée des Beaux-Arts van Bordeaux mocht ‘De marteling van het kind Justus’ uit de kerk van de annonciaden behouden.

‘Het visioen van Sint-Dominicus’ uit deze Sint-Pauluskerk ging deel uitmaken van de collectie van het Musée des Beaux-Arts van Lyon (foto 1). Een ander belangrijk kunstwerk dat op het hoofdaltaar van deze kerk thuishoort, is ‘De marteldood van Sint-Paulus’ (Theodoor Boeyermans, ca. 1670). Het siert nu de Sainte-Madeleine kerk te Aix-en-Provence (foto 2).

In 1796 wordt ook het Sint-Paulusklooster door de Franse bewindvoerders afgeschaft. De nog overgebleven kloosterlingen worden uitgezet maar als ze de eed van trouw aan de republiek zweren, krijgen ze waardebons aangeboden ter compensatie. Tegen het bisschoppelijk verbod in, aanvaardt Prior Cornelis Peltiers de bons. Hiermee kan hij in 1797 zijn klooster en kerk aankopen en dus redden.

Boven het gestoelte in de noordbeuk zien we vijf gesneden paneeltjes met een voorstelling van een rozenkranswonder; twee ervan met een stuk historisch verhaal dat Frankrijk aanbelangt.

Het eerste: dankzij het rozenkransgebed blijft de Franse koningin Blanca van Castilië niet langer kinderloos; ze wordt moeder van de latere Louis IX, de heilige.

Het tweede: te Limoges wordt de pest geweerd door het bidden van de rozenkrans.

Voor velen een ontdekking is de Calvarietuin, naast de kerk. In de rotspartij achterin merken we op de eerste verdieping een holte met daarin Maria-Magdalena als boetvaardige zondares. Dit tafereel moet de grot van het dorpje La Sainte-Baume in de Provence voorstellen, waar zij gewoond zou hebben. Naast haar staat haar vermeende broer Lazarus afgebeeld; hij was bisschop van Marseille.

De kerkschat bezit een zilveren renaissance-reliekhouder van de Heilige Doorn (1650). De eigenlijke reliek uit de doornenkroon was in 1548 door koning Henri II van Valois ten geschenke gegeven aan magister Cornelius van Ertborne, dominicaan in dit klooster.