Op reis in eigen stad

Een dagje ITALIA in Antwerpen

Sint-Andrieskerk

Waaistraat / Pastoor Visschersplein
of (in de voormiddag) Sint-Andriesstraat 5A

‘Napels zien en sterven’

Twee kunstwerken hier roepen een bekende uitdrukking op die met Italië te maken heeft. ‘Eerst Napels zien en dan sterven’ heeft niets te maken met mogelijk verfilmde maffiapraktijken in de Zuid-Italiaanse havenstad. Integendeel, het bevat veeleer – al van in de 18de eeuw – een lofbetuiging aan het mooie Napels dat je zou moeten gezien hebben vooraleer je je laatste reis aanvat. Maar gezien het een vertaling betreft van de Italiaanse zegswijze: ‘Vedi Napoli et poi mori’ (zie Napels en sterf dan), wijst het meer op nationalistische trots, dan op een compliment van een buitenlander, hoezeer die zich daar misschien ook bij aansluit. De verklaring ‘Ga eerst Napels zien en dan Mori’ (een plaatsje in de Oudheid vlak bij Napels), mag dan die chauvinistische pretentie al lijken te milderen, maar roept een andere Italiaanse uitdrukking op: ‘si non è vero, è ben trovato’ (als het niet waar is, dan is het goed gevonden).

Het gedachtenismonument van de Antwerpse kunstschilder Constant Wauters, leerling van Ferdinand De Braekeleer, brengt in herinnering dat hij in 1853 op de klassieke Italiëreis bij de terugkeer uit Sicilië op 27-jarige leeftijd in Napels stierf. De ironie van het noodlot wil dat op de avond voor zijn vertrek iemand hem met het beroemde Italiaanse gezegde plaagde, waarop hij steevast repliceerde: “Jawel, Napels zien en … niet sterven”. En – alsof de ironie zichzelf wil overtreffen – gegrepen als hij was door de schoonheid van de Baai van Napels, citeerde hijzelf het Italiaanse gezegde nog in een van zijn laatste brieven uit Napels. Op een uitstap in de omgeving van Napels werd hij plots ziek en overleed enkele dagen later in zijn hotel ‘New York’ in de Strada Piliero. Een vergezicht op de Vesuvius vormt de achtergrond voor zijn laatste rustplaats op het Campo Santo Nuovo. Enkele maanden later op zijn reis naar Italië en het Midden-Oosten schildert de jonge Jan Baptist Huysmans in Napels met het schilderspalet van de overledene, dat hij van diens moeder ten geschenke gekregen had, het grafteken van de ongelukkige.

Amper zes jaar later, in 1859, sterft een andere Antwerpenaar op 21-jarige leeftijd in Napels. Hierop wordt gealludeerd op het processievaandel van Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand en Victorie dat de heer en mevrouw Meeus-Peeters in 1863 schenken ter gelegenheid van hun 25-jarig huwelijksjubileum. Op het centrale medaillon ontfermt de moeder zich over de oudste zoon Ferdinand, die in lijkwaden gehuld, in haar armen ligt. Ter informatie: de familie Meeus bezat toen nog een jenever- en likeurstokerij op de hoek van de Augustijnenstraat en de Nationalestraat. In 1869 verhuisde die naar het Albertkanaal te Wijnegem waar ze gezien het succes van de wereldwijd gegeerde Elixir Clemis tot een ware fabriek uitgroeide (nu expositiehal van antiquair Axel Vervoordt).