Op reis in eigen stad

Een dagje ITALIA in Antwerpen

De beurs

Lange Nieuwstraat  – Borzestraat

Naarmate Antwerpen in de Gouden Eeuw belangrijker werd voor de internationale handel maakten de kooplieden gebruik van een telkens groter gebouw. Eerst kwamen ze voor hun beursaffaires bijeen op de binnenkoer van het huis ‘De Borze’ (Oude Beurs, hoek Wisselstraat). Na 1485 kunnen ze voor handelstransacties iets verder terecht in de Hofstraat (nr. 15). Wanneer dit gebouw in het begin van de Gouden Eeuw te klein wordt, is het sinds 1531 verzamelen geblazen in een écht beursgebouw (afgekort tot ‘beurs’), het eerste ter wereld dat voor dit doel gebouwd wordt.

Elke werkdag kon je hier een bont gezelschap van buitenlandse handelaars aantreffen: Portugezen en Spanjaarden, Italianen en Fransen, Duitsers en Nederlanders, Engelsen en Scandinaviërs. Door hun rijke kleurrijke kleding en het zwaard aan hun zijde vielen de Italianen het meest op. Nog steeds staan ze bekend voor hun zorg om ‘la bella figura’: hun ‘mooie figuur’ of voorkomen. Niet voor niets is Italië een land van de mode, met Milaan op kop (zie MoMu – Modemuseum, Nationalestraat).

Door de grote opbloei van de internationale zeehandel, met alle risico’s vandien, wordt de maritieme verzekering in de 16de eeuw buitengewoon belangrijk. Het is weer een Italiaan, een koopman uit Piëmonte, Ferufini, die een degelijk registratiestelsel voor verzekeringscontracten ontwerpt. Omdat dit via de internationale draaischijf Antwerpen internationaal verspreid en richtinggevend werd, stond het bekend als het ‘Antwerps’ zeeverzekeringssysteem. Of hoe je, eens beroemd, gemakkelijk ook met de pluimen van een ander kan gaan lopen.

Ook op administratief gebied verandert een en ander. De kooplieden en financiers hebben van hun landgenoot Luca Pacioli het gebruik van grootboek en balans geleerd. Het dubbele boekhoudingssysteem van deze geestelijke wordt in 1543 door de koopman Jan Ympijn in het Nederlands uitgegeven onder de titel: Nieuwe Instructie ende Bewijs der looffelijcker Consten des Rekenboecks, ende Rekeninghe te houdene nae die Italiaensche Maniere. We mogen wel aannemen dat dit werk in een behoefte voorziet. Heel veel Italiaanse woorden zijn zodoende in onze taal geslopen; denk maar aan ‘bankroet’ (banca-rotta), ‘op de fles gaan’ (fiasco), risico, bilan (van bilancia, = balans), disconto, netto, bruto, tarra.