Op reis in eigen stad

Een dagje ITALIA in Antwerpen

Vlaamse Opera

Franrijklei 3

Indachtig de origine van het begrip ‘opera’, zowel voor het lyrisch toneel als voor het gebouw waarin het plaats vindt, kunnen we deze wandeling niet Italiaanser afsluiten dan met een blik op het operagebouw.

In het 17de-eeuwse Antwerpen organiseerden de aalmoezeniers toneelopvoeringen ten bate van de Armenzorg waar zij voor instonden. Vanaf 1709 konden ze daarvoor terecht in de ruime tapijthal, het ‘tapissierspand’. Weldra werden het er echte opera’s, maar dan enkel in de Franse en de Italiaanse cultuurtaal. Een vaste groep stond in voor de opera’s in het modieuze Frans en anders deed men beroep op een reizend Italiaans gezelschap. Het Vlaamse cultuurleven moest heel lang opboksen tegen het Franstalige in de ‘Bourla’-schouwburg dat beschikte over een rijker gevarieerd repertoire; reden waarom de Vlaamse Opera pas in 1893 werd gesticht en dit onder de naam van ‘Nederlands Lyrisch Tooneel’. Naar ontwerp van stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen werd dan in 1904-’07 het eigen operagebouw in neobarokstijl opgetrokken aan de leien. Bij de voltooiing in 1909 heet het officieel ‘Vlaamsche Opera’.

Het enige zichtbare aanknopingspunt op de neobarokgevel (ca. 1907) is niet toevallig de bekronende lier, symbool van ‘het lyrisch toneel’. Dit oude muziekinstrument verwijst naar de cultuur van het Oude Griekenland en nog specifieker naar het mooie liefdesverhaal van Orpheus en Eurydice. Deze tragedie maakte immers het onderwerp uit van de oudste (Italiaanse) opera’s, waarvan ‘L’Orfeo’ (1607) van Claudio Monteverdi ongetwijfeld de eerste belangrijke is.

Het genre van operazang was op het einde van de 16de eeuw ontstaan in Firenze waar men nog klassieke drama’s uitvoerde, maar dan in de (foute) overtuiging dat deze tragedies oorspronkelijk niet gesproken, maar gezongen werden. Omwille van de verstaanbaarheid van de tekst verruilde men de traditionele polyfonie voor de nieuwe muzikale stijl van de monodie waar een zanglijn met akkoorden wordt begeleid.

In de opera worden toneel en klassieke muziek gecombineerd tot muziektheater. In tegenstelling met een musical wordt in een opera alle tekst op muziek gezet. De thema’s zijn meestal historisch en mythologisch en eindigen vaak tragisch. Een musical behandelt meestal maatschappelijke onderwerpen. Bij de opera worden de liederen aria’s genoemd in een musical songs.

De voorstellingszaal is traditioneel amfitheatervormige à l’Italienne met een parterre, zij het veel beperkter tot drie rangen met balkons: waarvan de twee onderste met loges, ondersteund door marmeren zuiltjes.

Gezien het specifieke uitgangspunt van Peter Benoit voor de Vlaamse taal keek men de eerste decennia bij de keuze van de programmatie vooral naar de eigen en naar de overige Germaanse operaliteratuur, waarbij men in het begin van de 20ste eeuw grotendeels focuste op de Duitse romantiek. De Italiaanse grootmeesters als Verdi, Rossini en Puccini kregen slechts een beperkt aandeel toegewezen. Door minder vast te houden aan een Vlaamse eigenheid stond de deur open voor een internationaler repertoire. En door het samengaan van de Vlaamse Opera’s van Gent, Brussel en Antwerpen in 2007, staat men ook financieel sterker om internationale gezelschappen te laten optreden die meer vertrouwd zijn met o.m. de klassiekers (‘kaskrakers’) uit het grote muziekland Italië.

En wat zou je tegenhouden om ook eens van een opera(uitvoering) te komen meegenieten, nu de burgerlijke drempel van weleer er niet meer is? Naar de opera gaan, is altijd een beetje feest. Eens je ondergedompeld bent in het aparte decor van de loges, de rode pluchen zetels, de lichtjes en het rijk beschilderde plafond, deel je enkel nog in de sfeer van verwachting voor het fluwelen doek opgaat, want iedereen verheugt zich op al het moois dat men te zien en te horen gaat krijgen.