Op reis in eigen stad

Een dagje NEDERLAND in Antwerpen

De Schelde: eb en vloed – open en dicht …

De Schelde is een drielandenrivier: zij ontspringt in Frankrijk, loopt voor het grootste deel door België (waar het Wallonië en Vlaanderen met elkaar verbindt) en mondt in de Noordzee uit in Nederland.

Doordat Antwerpen zo’n honderd kilometer landinwaarts ligt, heeft het een groot economisch voordeel. Transport over water is nu eenmaal ontzettend veel goedkoper dan dat over land. Al sinds de late middeleeuwen heerst er hierdoor een concurrentiestrijd tussen de Antwerpse haven en havens in Nederland.

Aanvankelijk was er een goede verstandhouding tussen de twee Brabantse havensteden Antwerpen en Bergen op Zoom. Elk jaar hielden zij een jaarmarkt die op elkaar aansloot, zodat handelaren na de Bergse Paasmarkt naar de Antwerpse Pinkstermarkt (of “Sinksenfoor”) konden gaan en na de Antwerpse Bamismarkt naar de Bergse Koudemarkt. Doordat de loop van de Schelde ten gevolge van grote overstromingen wijzigde, de Westerschelde ontstond en de Oosterschelde steeds meer verzandde, verloor Bergen op Zoom aan belang.

Vanaf 1587 werden schepen in Zeeland gedwongen om hun lasten over te laden op Zeeuwse schepen, zodat het belang van de Antwerpse haven inboette ten koste van o.a. Vlissingen en Middelburg en vooral Hollandse havens zich konden ontwikkelen. De vrije scheepvaart was weer mogelijk tijdens het Franse bewind en toen Antwerpen een “Nederlandse” haven werd tussen 1815 en 1830. Het is begrijpelijk dat heel wat Antwerpse handelaren niet zo opgezet waren met de Belgische revolutie omdat ze wisten dat hierdoor de Schelde weer zou worden “gesloten”, wat inderdaad gebeurde. Pas in 1863 werd de Schelde weer vrij, nadat België en een aantal andere landen de enorme som van meer dan 16 miljoen gulden aan Nederland hadden betaald. Tegelijkertijd werden de waterverdragen gesloten, die o.m. inhouden dat Nederland vrije doorvaart moet verlenen en moet toestaan dat de vaargeul diep genoeg blijft. Hierover ontstaan wel eens discussies, waarbij Nederland de indruk geeft de ontwikkeling van de Antwerpse haven te willen vertragen ten voordele van Rotterdam.