Op reis in eigen stad

Een dagje OOSTENRIJK in Antwerpen

Sint‑Andrieskerk

Waaistraat – Sint-Andriesstraat

Wanneer de paters augustijnen in het begin van de 16de eeuw omwille van hun sympathie voor Luther in opdracht van keizer Karel V moeten vertrekken, bekomen de omwonenden van de landvoogdes Margareta van Oostenrijk de toestemming om de kloosterkerk in aanbouw als parochiekerk aan te wenden.

In 1764 wenst men hier een ruimer en imposanter koor te bouwen. Hiervoor moet men eerst toestemming krijgen om het hoogaltaar af te breken. Keizerin Maria-Theresia stemt in… op voorwaarde dat in het nieuwe altaar de keizerlijke wapens weer een ereplaats krijgen. Hare Majesteits wil is wet en in 1769 is de klus geklaard. Dit moet o.a. aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk bevallen hebben, die ter gelegenheid van de feestdag van Sint-Jacob in 1774 de mis in Sint-Andrieskerk komt volgen.

De Westerse mogendheden, met de Habsburgers als voornaamste spelers op het terrein, weten achtereenvolgens Wenen in 1683, Budapest in 1686 en Belgrado in 1688 te bevrijden uit de greep van de Ottomanen. In Antwerpen leefde men mee, zelfs bidprocessies werden georganiseerd, want de schrik voor een islamitische overheersing zat er dik in: “Van de Turken, bevrijd ons, Heer”. De christenen schrijven hun overwinning van de Habsburgers toe aan de hemelse hulp van Maria; reden waarom sinds 1689 Maria hier vereerd wordt als ‘Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand en Victorie’. Uit dankbaarheid voor deze overwinning heeft pastoor Gaspar van Tichelt in dat jaar de gelijknamige broederschap opgericht. Voortaan zal die voor de Mariakapel mee instaan. Op het processievoetstuk van het Mariabeeld prijken de trofeeën van de overwinnaars.

Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand en Victorie

Wanneer Nikolaas Leopold van Salm-Salm, prins van het Heilig roomse Rijk en hertog van Hoogstraten, in 1754 door de keizer benoemd wordt tot veldmaarschalk en ook tot gouverneur van Antwerpen koopt hij de ruime patriciërswoning tegenover de Sint-Andrieskerk, op de hoek van de huidige Sint-Andriesstraat en de Pompstraat (toen respectievelijk Kerkstraat en Sint-Andriesstraat. Na de Franse Revolutie diende het o.m. als gevangenis totdat het in 1889 werd afgebroken). Sindsdien stond het bekend als het ‘Hof van Hoogstraten’. In deze residentie zegent de Antwerpse bisschop H.G. Van Gameren op 1 juni 1761 het huwelijk in van prinses Maria Francisca Josepha van Salm-Salm met prins Georgius Adam van Stahremberg, Oostenrijks ambassadeur in Parijs (1753-’66) en in 1780 benoemd tot gouverneur-generaal van de Oostenrijkse Nederlanden. Ter gelegenheid van hun huwelijk schenkt de prinses een hemelsblauwe, gemoireerd damasten baljurk als stof voor een nieuwe praalmantel voor het Mariabeeld (232 cm x 260 cm.) en voor het Jezuskindje. De mariale blauwe kleur doet vermoeden dat deze mantel diende als processiemantel (totdat in 1863 een nieuwe praalmantel werd gemaakt).

Tot in de jaren 1960 ging de Mariaprocessie in de Sint-Andriesparochie uit op 15 augustus, de feestdag van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming. Vermoedelijk was het omwille van het ‘hemels’ karakter van dit feest dat deze processiemantel in de 19de eeuw met zilveren sterren werd bezaaid. Het huidige kleed van het Mariabeeld is een ontwerp van de gerenommeerde Antwerpse modeontwerpster Ann Demeulemeester (2001).

Wanneer in 1767 de kerkfabriek het oostelijk deel van het zuiderkerkhof met arduinen palen wil omheinen, dient de hertog het verzoek in om deze wat meer naar achter te plaatsen opdat zijn koets alsnog in een ruime bocht in het ‘Hof van Hoogstraten zou kunnen binnen rijden. Protocollair geniet de betrokkene immers het recht om zijn reiskoets te laten trekken door 6 witte paarden. De kerkmeesters weigeren want niet bij machte om gewijde grond af te staan voor seculier gebruik. De bisschop wil bemiddelen, wat leidt tot een Belgisch compromis avant la lettre. De hoge, adellijke familie wordt geen strobreed in de weg gelegd en mag haar bocht nemen op kerkhofgrond, maar de kerkfabriek blijft wel eigenaar van de gewijde kerkhofgrond. Ten teken hiervan zal die – zo nodig – daar alsnog kleine paaltjes mogen plaatsen, zij het … ondergronds. Ziehier een mooi voorspel van het befaamde ‘Belgische compromis’.

Het Oostenrijkse regeringsbeleid van centraliserende reorganisatie vindt wel eens navolging op lokaal niveau. Zo wordt in 1779 de openbare liefdadigheid te Antwerpen hervormd tot één bestuurlijke indeling van 32 ‘kwartieren’, genoemd naar iets dat dat stadsdeel typeert. Deze afwijking van het tiendelig stelsel beantwoordt nochtans helemaal niet aan het door de Verlichting zo geprezen rationalisme. Dat belet niet dat sommige populaire wijken nog steeds de naam van het toenmalige kwartier dragen, zoals het Schippers- en het Sint-Andrieskwartier. Deze laatste is genoemd naar de parochiekerk.