Op reis in eigen stad

Een dagje OOSTENRIJK in Antwerpen

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten

Leopold de Waelplaats 2

In de hal roemen de wandschilderingen van Nicaise De Keyser (1862-’72) de Antwerpse kunst en haar internationale uitstraling. Een van de historische illustraties is Bartholomeus Spranger in Wenen.

Bartholomeus Spranger (Antwerpen, 1546 – Praag, 1611) heeft in zijn geboortestad enkel de basisopleiding als schilder meegemaakt en is nadien vanuit Italië naar het hof van Keizer Maximiliaan II te Wenen getrokken. Nadien gaat hij met diens opvolger Rudolf II naar Praag, die hem tot hofschilder aanstelt en ook opneemt in de adelstand. Hij verwerft er Europese faam als virtuoos van de maniëristische stijl met o.m. zijn typische gestileerde, gladde zinnelijke figuren. Tijdens zijn reis door de Nederlanden in 1602 bezoekt hij ook zijn geboortestad Antwerpen.

Spranger is niet de enige Antwerpse schilder die aan het Oostenrijkse hof in Wenen (en in Praag) werkte.

De bloeiperiode van de Antwerpse schilder Frans Luyckx (Antwerpen, 1604 – Wenen, 1668) situeert zich tussen ca.1640 en 1655 in diens nieuwe woonplaats Wenen, waar hij vooral actief is als hofportrettist, eerst als hofschilder van keizer Ferdinand III, nadien van Leopold I. Hij draagt er de adellijke titel ‘von Luxenstein’ zinspelend op zijn eigen naam. Twee zonen volgen hun vader in het schildersvak.

Anton Schoonjans, alias Parhasius (Antwerpen, 1656 – Wenen, 1726), leerling van Erasmus Quellinus, wordt als hoveling door keizer Leopold I naar Wenen geroepen. Hij huwt met een zangeres en verlaat plots in 1702 om een ongekende reden de stad. Uiteindelijk komt hij voorgoed naar Wenen terug en wordt er hofschilder.

Ook Jan Erasmus Quellin wordt in 1680 hofschilder van keizer Leopold I. Hij maakt diens portret evenals dat van zijn derde echtgenote Eleonora von Pfalz-Neuburg.

Bartholomeus Spranger, Zelfportret, 1580-85, Kunsthistoriches Museum, Wien
Frans Luycx, Zelfporret, ca 1650, Hradec nad Moravicí Castle
Anton Schoonjans, Zelfportret, voor 1726, Privécollectie

Collectie

Uit de Oostenrijkse school (ca. 1400 of begin 15de eeuw) is er De kroning van Maria met op de achterzijde De boodschap aan Maria.

Enkele werken houden thematisch verband met Oostenrijk.

Van de hand van Joos II de Momper (Antwerpen, 1564-1635) is er De wonderlijke redding van keizer Maximiliaan. Op jacht in de Tiroolse Alpen was de keizer hoog op een rots in een hachelijke positie terecht gekomen, maar gesterkt door een priester die hem van beneden het Heilig Sacrament toont, weet hij toch behouden terug te keren.

De Heilige Drievuldigheid (PP Rubens, KMSKA)

De triomfboog van Filips II, een kopie van de verdwenen Rubensschets, toegeschreven aan Theodoor Van Thulden, geeft een idee van de luister waarmee kardinaal-infant Ferdinand van Oostenrijk hier in 1635 zijn blijde intrede houdt.

Het werk van J.I. De Roore, De stad Antwerpen brengt hulde aan de Oostenrijkse dynastie (ca. 1715) houdt verband met de onderhandelingen in het (zie) Antwerps stadhuis.

De Heilige Drievuldigheid van P.P. Rubens hing oorspronkelijk in de voormalige kerk van de geschoeide karmelieten aan de Meir. De voorstellingswijze van Christus die –in verkort perspectief – op de schoot van zijn hemelse Vader ligt, frappeerde vader Leopold Mozart in 1765. Met zijn kinderen logeerde hij in het hotel ‘Den Beir’ tegenover dit klooster (zie Twaalfmaandenstraat, Handelsbeurs).

Verder is er onder het 20ste-eeuws beeldhouwwerk werk van G. Ehrlich, H. Leinfellner, Fr. Wotruba.