Op reis in eigen stad

Een dagje OOSTENRIJK in Antwerpen

Groenplaats
‘De doden liggen in de weg voor de levenden’ (Jozef II)

Van in de vroege middeleeuwen hebben de christenen hun doden in gewijde grond begraven, nabij en zelfs in hun kerken. Zo hoorde er bij elke parochiekerk een kerkhof. In de grotere en dichtbevolkte steden waren deze kerkhoven eerder beperkt tot de zone binnen het huizenblok van het kerkgebouw. Bij Antwerpens hoofdkerk was dit enigszins anders. Naast het kleine stenen kerkhof aan de westkant van de kerk was er ten zuiden het veel ruimere ‘groene kerkhof’. Hans Georg Ernstinger, de kanselarijschrijver van Linz, beschreef het in september 1606 nog als “ain lustigen Gottesackher all völer baum”.

Jozef II verbiedt echter in 1784 het begraven in de kerken en in de stedelijke agglomeraties. In Antwerpen worden twee nieuwe begraafplaatsen aangelegd buiten de stadswallen: Stuivenberg en Kiel. In de jaren 1930 wordt er een grote gezamenlijke stedelijke begraafplaats aangelegd op het domein van het Schoonselhof.