Op reis in eigen stad

Een dagje OOSTENRIJK in Antwerpen

Grote Markt, Stadhuis
We hopen op Oostenrijk

Het centrale wapenschild op de voorgevel laat er geen twijfel over bestaan wie tijdens de voltooiing van het stadhuis onze vorst is: Filips II, koning van Spanje. Het geeft ook aan dat onze vorst erfgenaam is van het aartshertogdom Oostenrijk; zo kan men aflezen van de gevierendeelde onderste helft waarin het wapen van Oostenrijk prijkt: op keel (rood) een zilveren balk.

Ter gelegenheid van de overwinning van keizer Karel VI op de Turken te Belgrado op 8 september 1717 stond er onder het Onze-Lieve-Vrouwebeeld een chronogram te lezen: “aMICta soLe: LUna sUb peDIbUs” (Maria, bekleed met de zon, en met de maan onder uw voeten). Deze oude mariale symboliek uit de Apocalyps werd politiek geherinterpreteerd als een overwinning op de halve maan van de opdringerige Ottomanen.

De huidige raadzaal van de gemeenteraad dient in 1714-‘15 als conferentiezaal waar de Oostenrijkse, Hollandse en Engelse diplomaten 15 maanden lang onderhandelden n.a.v. de Spaanse Successieoorlog. Dit zou leiden tot de ondertekening van het Barrièretraktaat.

Wanneer Karel II van Spanje in 1700 kinderloos sterft en zijn erflanden overmaakt aan Filips van Anjou, kleinzoon van Lodewijk XIV, zal de Oostenrijkse tak van de Habsburgers zijn rechten op deze gebieden verdedigen. Dit leidt tot een alliantie van Nederland, Engeland en de Duitse Keizer, Leopold I, tegen de Franse aanspraken. Als ‘tegenkoning’ van ‘Filips V van Spanje’ duiden de geallieerden voor de Spaanse kroon Karel van Oostenrijk aan: ‘Karel III van Spanje’. Zo geraken ook de Zuidelijke Nederlanden in 1702 betrokken in de zgn. ‘Spaanse Successieoorlog’.

In naam van de Spaanse koning bezetten de Franse troepen de Zuidelijke Nederlanden. In 1703 moeten ze te Ekeren, ten noorden van Antwerpen, weerstand bieden aan een Hollands offensief. Aan de zijde van de Republiek (Nederland) vallen in deze kleine veldslag ca.3000 slachtoffers en aan Spaans-‘Belgisch’-Franse zijde 1750.

In 1706 komt Antwerpen met heel het noordelijk deel van de Zuidelijke Nederlanden onder het bewind van Karel III van Spanje. Na de vroege dood van zijn broer Jozef I in 1711 zal hij hem als keizer opvolgen en voortaan de naam Karel VI dragen. Voorlopig worden de Nederlanden bestuurd door de bezettende macht en haar regeringsorgaan: de Anglo-Bataafse Conferentie. Door ‘De Vrede van Utrecht’ in 1713 worden de Spaanse Nederlanden aan Karel VI toegewezen.

Naar de gebeurtenissen van deze Spaanse Successieoorlog worden bij de heraanleg van de wijk Schoonbroek bij Ekeren in 1957 een reeks straten genoemd: ‘Successiestraat’, ‘Twee-Kronenstraat’, ‘Karel VI-straat’, ‘Ekerse Veldslagstraat’, ‘Utrechtstraat’ en ‘Traktaatstraat’.

In aansluiting bij deze Vrede van Utrecht vinden in het Antwerpse stadhuis onderhandelingen plaats die 15 maanden duren. De twee bondgenoten, Engeland en Holland, willen de keizer immers de overname zo duur mogelijk doen betalen.

N.a.v. deze onderhandelingen in deze zaal werden de verzuchtingen van de Antwerpenaren in zes grote allegorische taferelen op de zoldering uitgebeeld: vrede, de heropening van de Schelde en een algemene bloei van handel en welvaart. De opdracht voor deze diplomatieke plafondstukken op doek werd gegeven aan Jacob de Roore. De bedoeling is duidelijk: de onderhandelaars mochten er niet naast kijken. Bleven de laatste twee daarom zo lang – tevergeefs – open totdat er eindelijk in 1863 een doorbraak zou komen in de Schelde-tol ? Het is alleszins pas bij de herinrichting van de zaal in 1884 door bouwmeester Pieter Dens dat het derde en het zesde stuk door Frans Vinck werden geschilderd.

De vredesengel met olijftak en banderol met de tekst “De caelo pax missa venit” (Vrede komt uit de hemel) (eerste tafereel, Jacob de Roore, ca. 1713)
De vier werelddelen bieden aan Antwerpen hun producten aan, nu de boeien van Scaldis (Schelde) zijn verbroken (derde tafereel) (pas geschilderd in 1884)
Mercurius (Handel) spoort de stedemaagd Antwerpen aan om Scaldis (de Schelde) te wekken, terwijl ook Ceres (de Landbouwoogst; lees: de dorpen rondom) hoopvol naar Antwerpen opkijkt. (het vierde tafereel, Jacob de Roore, ca. 1713).

Op 15 november 1715 wordt de akte van successie uiteindelijk plechtig ondertekend. Zij draagt de naam van ‘Barrièretraktaat’ omdat het de Nederlanders het recht geeft om garnizoenen te leggen langs de ‘Belgisch’-Franse grens. De geëiste tegenprestatie, de vrije doortocht op de Schelde blijft Antwerpen echter ontzegd. Namens keizer Karel VI ondertekent maarschalk graaf Lothar von Königsegg. De keizer komt als soeverein over de Zuidelijke Nederlanden uit die erfenisstrijd. Nu pas worden de Zuidelijke Nederlanden officieel aan de Oostenrijkse tak van de Habsburgers overgedragen De tweekoppige arend verschijnt aldus opnieuw in het wapenschild van de Zuidelijke Nederlanden. Antwerpen krijgt dan te doen met het Oostenrijkse vorstenhuis en de Weense topambtenaren.

Hoewel het land en in het bijzonder Antwerpen heel gelukkig zijn weer onder de Habsburg-dynastie te ressorteren en niet onder de Franse Bourbons, krijgen zij toch een grote ontgoocheling te verwerken. Niet alleen hebben de beide verdragspartners geëist dat bij wijze van barrière tegen Frankrijk een militair cordon van Hollandse troepen wordt gekazerneerd en door de Belgen betaald, bovendien heeft vooral Holland zich met klem verzet tegen een heropening van de Schelde. Als die clausule uitlekt, is men bijzonder ontevreden. Na de ondertekening van het verdrag begint een grote groep Antwerpenaren, die op de Grote Markt verzameld is, de vier Hollandse diplomaten op weg naar het diner, dat de keizer hun aanbiedt, uit te jouwen en uit te fluiten.

Om tegen de sluiting van de Schelde en enkele andere nadelige clausules van het verdrag te protesteren reizen in het begin van 1716 enkele afgevaardigden van de Staten van Brabant en van Vlaanderen naar Wenen. Onder hen zijn er twee Antwerpenaren: de Duitstalige bisschop Mgr. P.J. von Francken-Sierstorpff en burgemeester J.B. del Campo. Het mag niet baten.

In 1737-‘40 hebben hier de vergaderingen plaats die een handelsverdrag tussen Oostenrijk, Holland en Groot-Brittannië tot stand moesten brengen, maar ze mislukken.

In de vier hoeken van de zaal zijn de wapens van o.m. Maximiliaan van Oostenrijk en van keizer Karel V in brunaille aangebracht (Frans Vinck, 1884-’85).

Aan de wand de portretten van de vier keizers uit het Oostenrijkse vorstenhuis die onze gebieden, de Oostenrijkse Nederlanden’, bestuurden: Karel VI (1713-‘40), Maria-Theresia (1740-‘80), Jozef II (1780-‘90) en Leopold II (1790-‘92). Karel VI en Leopold II zijn van de hand van Eugeen Joors, Maria-Theresia en Jozef II van de Oost-Vlaming Emile Claus. De geliefde keizerin Maria-Theresia prijkt nogmaals in een medaillon tussen de allegorische figuren van nijverheid (hamer) en handel (hoorn van overvloed). Deze portretten van de vorsten en landvoogden dateren pas van de 19de eeuw, vanuit de nationale bekommernis van het nieuwe België om zijn historische zelfstandigheid in de verf te zetten.

Onder de levensgrote statieportretten van de eerste koningen hangen o.m. Leopold II (°1835, 1865-1909) en zijn echtgenote koningin Maria-Hendrika (1836-1902) (beide door Edward de Jans, 1884). Maria-Hendrika, aartshertogin van Oostenrijk, was met hem in 1853 in het huwelijk getreden, toen hij nog kroonprins van België was. Het Franstalige België kent haar – liever – als ‘Marie Henriëtte’.

Nog tijdens haar leven krijgt ze in 1868 een straatnaam aan het stadspark, samen met twee andere vorstinnen: keizerin Maria-Theresia en haar directe voorgangster als koningin van België, Louise-Marie, van Franse origine. Er werd wijselijk voor geopteerd om de officiële Franse benaming niet langer te hanteren en dus kwam er de meest neutrale, deels Latijnse versie van haar naam: ‘Maria Henrietta’. Een Belgisch compromis? In diezelfde zin werd de reeds bestaande straatnaam van Louise-Marie aangepast tot ‘Louiza-Marialei’. Drie vorstelijke dubbelnamen met telkens de Latijnse vrouwelijke –a-uitgang: het klinkt poëtisch.

In de grote Leyszaal verheerlijken de monumentale historieschilderingen van Hendrik Leys (1862-‘69) de stedelijke vrijheden. Voor het recht op privilegies toont men prins Karel, de toekomstige keizer, die bij zijn blijde intrede in 1515, vergezeld van zijn tante Margareta van Oostenrijk, op die stadsprivilegies de eed aflegt; d.w.z. dat hij zweert ze te eerbiedigen. Op de voorgrond worden de wapenschilden van het huis van Oostenrijk en van het markgraafschap Antwerpen voorgehouden.

De trouwzaal is op passende wijze opgesmukt met een serie wandschilderingen van Victor Lagaye (1890) die de geschiedenis van de huwelijkssluitingen verbeeldt. Een ervan beeldt het huwelijk van Filips de Schone met Johanna van Castilië uit (zie Lange Nieuwstraat, de kapel van Boergondië).

In de Collegezaal, alias Militiezaal, hangen de grote statieportretten van o.a. Maria-Hendrika, aartshertogin van Oostenrijk, echtgenote van kroonprins Leopold II (Nicaise de Keyser, 1853).