Op reis in eigen stad

Een dagje OOSTENRIJK in Antwerpen

Kaaien – Schelde

Bij zijn rondreis door de Oostenrijkse Nederlanden in 1781 komt keizer Jozef II in Antwerpen onder de indruk van de mogelijkheden van stad en haven. Hij begrijpt dat alles afhangt van de vrijheid van de scheepvaart op de Schelde. Hij zal als overtuigd voorstander van de handelsvrijheid het Hollandse verbod op de scheepvaart moedig maar te licht aanpakken. Na een tijd onderhandelen met de republiek van de Verenigde Provinciën, neemt hij het in 1781 op zich het Hollandse verbod op de Scheldevaart te doorbreken. Hij geeft bevel dat op eenzelfde ogenblik een schip vanuit Oostende stroomopwaarts naar Antwerpen zou stevenen en een ander onder Oostenrijkse vlag, vanuit Antwerpen stroomafwaarts richting zee zou varen. De Hollanders verdedigen hun rechten echter manu militari, zodat de vreedzame schepen zich moeten overgeven. Daarmee was de ‘Keteloorlog’ beëindigd. Zo heetten de Antwerpenaars immers spottend deze militaire confrontatie, daar een Hollandse kanonbal een soepketel aan boord van het schip ‘Louis’ vernield heeft. Jozef II krijgt een ruime vergoeding, maar de scheepvaart op Antwerpen blijft verboden.

Om zich te vergewissen van de afwerking van de haven, brengt Napoleon van 30 april tot 6 mei 1810 voor de tweede maal een bezoek aan Antwerpen, ditmaal als keizer en hij wordt nu, na zijn scheiding, vergezeld door zijn tweede echtgenote, Marie-Louise van Oostenrijk (° Wenen, 1791), dochter van keizer Frans I.

Napoleon wil op het Vlaams Hoofd (de Linkeroever) een nieuwe stad oprichten en die, genoemd naar zijn kersverse echtgenote: ‘Cité Marie-Louise’, doch dit project wordt niet gerealiseerd. Het blijft nazinderen in de hoofden van de Antwerpse gemeenteraadsleden totdat het uiteindelijk in de jaren 1950-‘60 echt wordt uitgevoerd. De verwijzing naar de Oostenrijkse verdwijnt evenwel.