Op reis in eigen stad

Een dagje OOSTENRIJK in Antwerpen

Rodestraat, het Begijnhof

De veelzijdige priester, kanunnik Franciscus van Sterbeeck (Antwerpen, 1631-’93), die later rentmeester van het Begijnhof werd, was o.m. een plantkundige met internationale faam. Zijn interesse richtte zich bijzonder naar zwammen. Hij maakte hiervoor o.m. een studiereis naar Zuid-Duitsland en Wenen (Korte en Lange Van Sterbeeckstraat).

In 1737 wordt er gebeden voor keizer Karel VI, die tegen de Turken vecht: “dat de Almachtige God de wapens van Zijne Majesteit zou zegenen tegen de erfvijand Turkije”.

Men heeft in Antwerpen enthousiast de opstand in Amerika (1776-‘83) gevolgd en de stichting van de Verenigde Staten. In 1789 groeit een korte en reactionaire opstand, de ‘Brabantse Omwenteling’, die niet enkel de betuttelende maar ook de moderniserende maatregelen van Jozef II wil terugdraaien. De Kerk in al haar geledingen steunt – ook financieel – de opstand van de “patriotten”.

Wanneer de algemene opstand tegen Oostenrijk uitbreekt, worden er gelden ingezameld voor het leger der patriotten. De begijnen van Antwerpen doen hun duit in het zakje: zij leveren in totaal 9 kanonnen!

Te Antwerpen verschansen de Oostenrijkers zich in de citadel. Ze houden er meer dan 200 burgers gevangen die verdacht worden van patriottisme. Ook de voornaamste pro-Oostenrijkse burgers, alias de “keizerlijken” wier huis ten prooi valt van de volkswoede, vinden er bescherming. In december zijn de Oostenijkers verdreven uit de Nederlanden, met uitzondering van o.m. de Antwerpse citadel waar de keizerlijke vlag blijft wapperen tot 29 maart 1790.

Maar wanneer in 1794 de Oostenrijkers door de Fransen verslagen worden, is er dan weer een geldinzameling ten gunste van de keizer van Oostenrijk om de oorlog tegen de Fransen te bekostigen. Het begijnhof van Antwerpen schrijft in voor 10.000 gulden (1 gulden vertegenwoordigt een dagloon van een geschoolde arbeider).