Op reis in eigen stad

Een dagje OOSTENRIJK in Antwerpen

Twaalfmaandenstraat-Borzestraat
de handelsbeurs – Mozart musiceert !

De veelzijdige priester, kanunnik Franciscus van Sterbeeck (Antwerpen, 1631-’93), die later rentmeester van het Begijnhof werd, was o.m. een plantkundige met internationale faam. Zijn interesse richtte zich bijzonder naar zwammen. Hij maakte hiervoor o.m. een studiereis naar Zuid-Duitsland en Wenen (Korte en Lange Van Sterbeeckstraat).

Wat Rubens is voor Antwerpen, is Wolfgang Amadeus Mozart (27 januari 1756 – 5 december 1791) voor gans Oostenrijk. Vader Leopold Mozart, weduwnaar, trekt met zijn negenjarig ‘wonderkind’ en diens zus Nannerl op concertreis naar West-Europese hoven. Bij hun tocht van Londen naar Den Haag, komt het gezin in de nazomer van 1765 vanuit Gent met een gehuurde koets bij valavond aan op het Vlaams Hoofd (de huidige Linkeroever) waar ze de veerboot nemen naar Antwerpen. Het gezin Mozart logeert in wat vader Leopold het ‘hotel ‘de la Poste’ noemt, omdat daar de postdiligences halt houden. Hij bedoelt de afspanning ‘Den Beir’ (De Beer), op de hoek van de Twaalfmaandenstraat. Vader Leopold stalt er de reiswagen want het gezelschap zal met de postkoets verder reizen. Omwille van de voorgeschreven zondagsrust op 8 september, tevens de feestdag van Maria’s geboorte, verblijven ze op deze stopplaats iets langer, nl. van 6 tot 9 september.

Misschien is het geen toeval dat van alle kunstrijke kerken die ze aandoen, zusje Nannerl enkel (rake) details weergeeft van de voormalige kerk van de geschoeide karmelieten op de Meir, tegenover het hotel. In de Mariakapel beelden bas-reliëfs in wit marmer, werk van Pieter Scheemaeckers (1665), enkele titels van Maria uit aan de hand van Antwerpse monumenten, die Nannerl met name noemt: het stadhuis, de toren van de kathedraal en de toren van de toenmalige jezuïetenkerk (nu St.-Carolus Borromeuskerk); zij staan er voor ‘Gouden Huis’, ‘Ivoren Toren’ en ‘Toren van David’. Na zijn eerste bezoek aan de stad in 1765 maakt vader Leopold vanuit Den Haag aan zijn vriend Lorenz Hagenau te Salzburg volgende indrukken over: “Nooit zag ik ergens [in de kerken] meer zwart en wit marmer en een grotere rijkdom aan schilderijen dan daar en in Brussel”. Hij vindt de metropool een prachtige stad, beroemd om haar productie van klavecimbels (die ook in Oostenrijk geleverd zijn). Hij bewondert tevens de majestueuze orgels in de verschillende kerken. De jonge virtuoos laat zich niet pramen en probeert een (of meer) van die orgels.

Bij hun terugkeer uit Den Haag en op weg naar Brussel/Parijs het jaar daarop, op 29-30 april, houdt het gezin Mozart opnieuw halt in Antwerpen. Bij hun tweede (en laatste) verblijf in de Scheldestad geven de tienjarige Amadeus Mozart en diens vijf jaar oudere zus Nannerl op 30 april 1766 een klavecimbelconcert in de concertzaal van de beurs. De dag voordien verscheen in de Gazette van Antwerpen hiervoor een aankondiging in het Frans, de cultuurtaal van die tijd.

Mr. Mozart aura l’honneur de donner Mercredi 30 Avril à la Salle du Concert de la Bourse grand Concert dans lequel son Fils âgé de 9 ans & sa Fille âgé [sic] de quatorze , joueront des différentes pieces [sic] sur le Clavercins [.] toutes les Symphonies seront de la composition de ce petit Compositeur qui a fait l’admiration de la Cour de Vienne, de Versailles, de Londres & de la Haye ; ils joueront ensemble sur deux Clavercins & aussi sur un Clavercin à quatre mains: le prix est de quatre Eschelins. on commencera à six heures.”

De ruimte van de concertzaal (de schilderszaal) bood hooguit aan een honderdtal mensen plaats. Op een van de zo beroemde Antwerpse klavecimbels brengt Mozart eigen composities ten gehore. Spijtig genoeg is van dat concert geen enkel verslag tot ons gekomen, noch een persbericht, noch uit een andere bron. We hebben het raden naar het programma en naar de ongetwijfeld vele bisnummers. Ongetwijfeld is daar – enkel – een publiek op afgekomen dat thuishoorde in de Franstalige haute bourgeoisie. Hun modieuze rococo-klederdracht moet overigens naadloos aangesloten hebben bij de Oostenrijkse mode die de familie Mozart gewoon was.

Het is wellicht niet toevallig dat Mozart na zijn optreden aan het hof van Karel-Alexander van Lotharingen, alleen in het kunstminnende Antwerpen een concert geeft en niet in de zes andere ‘Belgische’ steden die hij bezoekt.

Na zijn tweede bezoek in 1766 schrijft vader Leopold aan dezelfde vriend Lorenz Hagenau te Salzburg: “Het is helemaal onmogelijk de huidige bedroevende situatie van Antwerpen – eens de grootste handelsstad – te schetsen en de oorzaken ervan op te sommen”.

Toch wordt er tijdens het Oostenrijks Bewind werk gemaakt van een betere infrastructuur en worden belangrijke verbindingswegen aangelegd die Antwerpen met de economische hinterlanden en met de politieke machtscentra verbinden. De Boomsesteenweg (1763-‘65) tussen Antwerpen en Brussel is hiervan een mooi voorbeeld. Een der eersten die hiervan gebruik maakt is de familie Mozart, in 1766. En ja, mooi met bomen omzoomd, prijkt de nieuwe kaarsrechte snelweg op de landkaart van Ferraris. Wie had zich toen kunnen inbeelden dat deze moderne steenweg 200 jaar later zou uitgroeien tot een van ’s lands meest banale wegen? De fijnbesnaarde familie Mozart allerminst.

De stad is zijn bezoek en zijn optreden niet vergeten! Natuurlijk bezit Antwerpen ook een straat genoemd naar de grootste Oostenrijkse componist. De zaal waar in de loop van de 19de eeuw openbare concerten in gegeven worden, de zaal ‘Harmonie’, inspireert naburige straatnamen die naar een componist genoemd worden. De Mozartstraat loopt langs het gebouw van de ‘Harmonie’. Een symbolische ereplaats?