Op reis in eigen stad

Een dagje RUSLAND in Antwerpen

Onze-Lieve-Vrouwetoren
Groot bezoek – ‘hoog’ bezoek

Handschoenmarkt

Wanneer Peter de Grote Antwerpen bezoekt in 1717 wil hij de hoogte van de toren nameten. Vandaag zeggen we dat hij 123 meter hoog is, maar in 1717 zei men dat uiteraard niet. Men mat toen nog in voeten – Antwerpse voeten. Want de maten verschilden van stad tot stad… De Antwerpse voet mat 28,50 cm; de Brusselse 27,50 cm (de Franse 32,50 cm). Voor de Antwerpenaar was de toren dus 432 voet hoog. Peter de Grote werd in zijn rijk geconfronteerd met hetzelfde probleem dat hier heerste, nl. dat maten van stad en streek verschilden. Vandaar dat hij een uniform maatstelsel heeft ingevoerd, zoals de Fransen eind 19de eeuw deden met het metriek stelsel. Als basis nam hij de “arshin”, een armlengte, die gelijk is aan 71,12 cm. Hij zal dus ontdekt hebben dat de toren 173 arshin hoog is.

Peter de Grote zou samen met zijn adoptiefzoon, een Ethiopische jongen, de toren hebben beklommen en met behulp van een touw de hoogte hebben gemeten. Die Ethiopische stiefzoon – ‘Abraham’ heette hij – was niemand minder dan de overgrootvader van de beroemde Russische schrijver Alexander Poesjkin. Of deze Abraham hier inderdaad is geweest, is niet verifieerbaar. In 1717 (hij was toen ongeveer 24 jaar) studeerde hij in Metz. Wat dan wel voor het verhaal pleit, is dat hij bijzonder goed was in meetkunde en wiskunde…